Millennium stimuleert vraag naar kostbare belletjeswijn; Hebben we straks genoeg champagne?

De economie bloeit en de millennium- wisseling komt er aan. De champagne- business draait op volle toeren. Klassieke huizen bereiden uitzonder- lijke luxe versies van hun topchampagnes voor om aan een exclusieve cliëntèle te verkopen. Dankzij de millenniumgekte weten de boeren in de Champagne al enkele jaren nauwelijks waar ze de druiven van- daan moeten halen.

Toen het jaar 1000 naderde dacht men dat de antichrist zou komen. De wereld zou ten onder gaan in geweld, pest en chaos. Geen mens die optimistisch gestemd een lekkere kruik wijn weglegde voor 31 december 999. Een verzameling kwaad afwerende amuletten was een betere investering.

Duizend jaar later heeft de antichrist de vorm aangenomen van het millenniumvirus, maar dit is voor niemand een reden om serieus te somberen. De laatste avond van het jaar 1999 zal, te oordelen naar de juichende verkoopberichten uit de Champagne, nog meer dan anders worden omschuimd met de feestelijkste aller dranken: champagne. Het einde van de twintigste eeuw heeft daarmee meer weg van de Belle Epoque, honderd jaar geleden, dan van de vorige millenniumervaring in onze geschiedenis.

Voor de champagneproducenten in Reims en Epernay komt de toenemende vraag naar champagne als een geschenk uit de hemel, want aan het begin van de jaren negentig zagen de zaken er heel wat somberder uit. De Golfoorlog in 1991 zette een domper op de wereldeconomie en in de algehele trend van dalende economische curves daalde ook de export van champagne met 13 procent ten opzichte van 1989. Er vielen zelfs ontslagen in de sterk door (familie)tradities bepaalde arbeidsmarkt in de Champagne, iets wat nog niet eerder was voorgekomen. Champagne is een uiterst conjunctuurgevoelige drank, die niet alleen is verbonden met feestelijke gelegenheden, maar ook met de bewegingen op de markt. Het is een luxe artikel waar men, als het er op aankomt, ook zonder kan. Nu zullen champagneproducenten vol overtuiging zeggen dat een mens niet zonder champagne kan - helemaal waar -, maar als de recessie toeslaat, de werkloosheidscijfers onrustbarend zijn en de dollar zwak staat, dan drinkt de gemiddelde directeur geen champagne meer met zijn zakenrelaties.

Misschien is dat wel de achilleshiel van deze uitzonderlijke wijn: voor niemand, behalve voor de producenten zelf waarschijnlijk, is champagne een gewone drank. Een goede fles bordeaux of bourgogne wordt nog wel opengetrokken na een dag vol deprimerende beursberichten, want je moet toch iets drinken bij de maaltijd. Maar champagne? Dat is een wijn die, zeker buiten de streek waar hij vandaan komt, niet bij het eten wordt gedronken. Wie, afgezien van het aperitief, buiten de maaltijd om drinkt, heeft iets te vieren. Dat deze drank door zijn koolzuur ook een opwekkende werking heeft bij depressies lijkt door de marketeers in de Champagne nog niet te zijn ontdekt.

De crisis in de Champagne is inmiddels verleden tijd, de economie bloeit en de millenniumwisseling komt er aan. De champagnebusiness draait op volle toeren. Klassieke huizen als Moët & Chandon (Dom Pérignon), Taittinger, Krug, Bollinger, Roederer, Ruinart en Perrier-Joët bereiden uitzonderlijk luxe versies van hun topchampagnes voor om aan een exclusieve cliëntèle te verkopen. Magnums, jeroboams (dubbele magnums) en zelfs de zeldzame mathusalems (inhoud 8 flessen) liggen in de kelders van deze huizen te rijpen, vaak al met een naambordje van de toekomstige eigenaar erop, die zijn aanwinst op oudejaarsavond 1999 zal ontkurken.

Wie op 31 december 1999 een peperdure champagne drinkt, heeft echter niet een wijn uit een bijzonder jaar, maar alleen een bijzondere fles. Voor een champagneliefhebber met historisch bewustzijn zou een millésime champagne van het jaar 2000 - die in 2005 of 2007 op de markt komt - pas echt interessant zijn. De champagne die eind volgend jaar wordt gedronken zal ongetwijfeld heerlijk zijn, maar de uitmonstering en het theater er omheen zijn belangrijker. De jeroboam van Dom Pérignon mag 4.500 gulden kosten (aanbetaling 500 gulden). Perrier-Jouët biedt de kopers van een met bladgouden bloemen versierde magnum (3.500 gulden) een overnachting aan in het Belle Epoque hotel in Epernay. Ruinart levert de millenniumchampagne in een kristallen karaf gevat in zilver, verpakt in een houten kist die later als humidor (bewaarkastje voor sigaren) dienst kan doen (voorlopige prijs circa 4.000 gulden). Roederer brengt zijn vermaarde Cristall champagne uit in een mathusalem, oftewel 6 liter champagne voor de som van 3.000 gulden (oplage 2.000 flessen, alle reeds verkocht). Bollinger houdt het sober (met 150 gulden ook qua prijs) en vindt dat zijn Grande Année 1990 met het nieuwe, strakke etiket voldoende klasse uitstraalt. Voor een magnum Taittinger moet 269 gulden worden betaald.

Zelfs het zo zuinig met champagne omspringende Nederland gaat zich meer dan ooit te buiten aan belletjeswijn. De luxe millenniumproducten van de grote champagnehuizen worden nu al zeer regelmatig gekocht, aldus Jan de Koning van de Haagse champagnewinkel Sprankling. Sinds 1995 stijgt de export naar ons land, in het eerste kwartaal van dit jaar zelfs met 32 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Vorig jaar werden in ons land 2.259.330 flessen champagne gekocht. Dat lijkt veel, maar het getal verbleekt naast dat van Groot-Brittannië, dat met 22.262.972 flessen importleider is.

Wat maakt dat men wereldwijd naar de champagne grijpt als de economie floreert en feestelijkheden naderen? Waarom kan het Volmaakte Feestelijke Gevoel niet met Spaanse Cava worden gevierd, met Riesling Sekt of met een Sparkling Wine uit Californië (vervaardigd door het Franse champagnehuis Mumm)? De topcuvees van een aantal producenten die hun mousserende wijnen maken met de klassieke blend voor champagne (pinot noir en chardonnay) zijn op een blindproeverij nauwelijks te onderscheiden van authentieke champagnes. Om nog maar te zwijgen van de omstandigheden waaronder een bruisend gezelschap deze wijnen proeft, op 31 december 1999, om 24.00 uur. Toch is er wereldwijd grote belangstelling voor kostbare champagne, om zijn prestige en allure.

Dankzij de millenniumgekte weten de boeren in de Champagne al enkele jaren nauwelijks waar ze de druiven vandaan moeten halen, want de natuur trekt zich niets aan van conjunctuur en millennia. Champagne moet ten minste vijftien maanden rijpen op het depot. Tophuizen laten hem nog langer liggen (minimaal drie jaar), want verlengde rijping geeft een mooiere mousse en een meer complexe smaak aan de champagne. Roeder maakt zijn cuvee 2000 van de millésime 1990. Moët & Chandon maakt zijn Dom Pérignon van de millésime 1993 en de Perrier-Jouët van 1995. (Standaard-champagnes worden uit de oogsten van verschillende jaren samengesteld.)

En daar beginnen de problemen, want de oogst van 1998 kan voor een serieuze champagne nog niet gebruikt worden en de oogst van 1997 was klein. Alleen de huizen met een grote wijnreserve uit diverse jaargangen en de financiële middelen om wijn uit een uitzonderlijk jaar lang weg te leggen, kunnen schitteren in het jaar 2000. Exacte cijfers over voorraden geven de Champenois niet graag prijs, maar ze zullen nu nog niet krap komen te zitten. Als de grote vraag echter aanhoudt, wordt de druk op de wijnreserve, waarmee jaarlijks, samen met de nieuwe oogst, de champagne wordt gemaakt, steeds groter. Kleinere huizen zullen een zorgvuldig beleid moeten voeren om ook na het jaar 2000 te kunnen blijven leveren.

Door de grote vraag zullen de champagnes volgend jaar zeker in prijs stijgen, afhankelijk van de grootte van de eigen wijngaard van een champagnehuis. De prijs per kilo druiven van een 100 procent wijngaard - voor de druiven van de beste wijngaarden wordt de hoogste prijs betaald (100 procent); alle andere wijngaarden worden daarvan afgeleid, tot een percentage van ongeveer 80 procent) - die nu 24 franc bedraagt, komt onder druk te staan. Hoe groter de eigen wijngaard van een champagnehuis is, des te beter heeft het zijn druivenprijs onder controle. Hoe meer druiven het van boeren moet kopen voor een wellicht stijgende druivenprijs, des te meer moet de consument betalen. Deze verwachte prijsstijging stopt niet bij 1999, maar gaat door in 2000, want de champagne waarin de mogelijk duurdere druiven van 1998 zijn verwerkt, moet eerst zijn verplichte periode van vijftien maanden op fles in de kelder doorbrengen.

Mogelijke prijsstijgingen leiden nogal eens tot hamsteren, maar bij champagne is dat niet aan te raden: hoe korter de periode tussen de dégorgement (het verwijderen van het depot en het definitief afvullen van de fles) en de consumptie, des te lekkerder de champagne. Hij heeft dan een grote frisheid en levendigheid, die met het liggen thuis in de kelder of op het schap in de winkel langzaam verdwijnt. Reserveren van exclusieve champagnes is het beste: de flessen rijpen op een ideale plek en worden in het laatste kwartaal van 1999 gedegorgeerd en geleverd. Betalen doet men nu, dus eventuele prijsstijgingen gaan aan de koper voorbij. Bovendien heeft hij dan, mocht volgend jaar blijken dat er niet genoeg champagne is voor iedereen, zijn buit binnen.

    • Lucette M. Faber