'Methodes van de Real IRA achterhaald'

Volgens IRA-deskundige Eamonn Mallie hebben de daders van de aanslag in Omagh niet opzettelijk verwarring gesticht over de plek waar de bom zou afgaan. “Ik praat het niet goed, maar dit was een walgelijke vergissing, gemaakt door amateurs.”

OMAGH, 19 AUG. Walging is het enige dat de bomaanslag in Omagh oproept binnen de gelederen van de IRA. Betrouwbare bronnen in de voormalige terreurgroep hebben Eamonn Mallie hiervan verzekerd. De daders, die gisteravond hun excuses aanboden, zijn katholieke IRA-dissidenten van de 'Real IRA' die tot gisteren de wapenstilstand negeren. Ze hebben hopeloos geblunderd, zegt IRA-deskundige Mallie. “Ze zijn nu de meest gehate mensen in Noord-Ierland, aan beide kanten van de sektarische linie. Hun methoden zijn achterhaald, ze hebben geen toekomst”.

Het bloedbad in Omagh heeft zowel de katholieke als de protestantse gemeenschap getroffen: de 28 doden en de 217 gewonden vielen aan beide kanten. Veel Noord-Ieren putten daaruit een sprankje hoop. “Voor het eerst delen beide gemeenschappen in de pijn”, zegt Mallie. Voor het eerst ook keurde Gerry Adams, leider van de politieke vleugel van de IRA, Sinn Féin, de aanslag af. “Hij weet kennelijk dat Sinn Féin-leden en oud-IRA-activisten zijn afkeuring onderschrijven. Dat is een essentiële stap vooruit in het vredesproces, een waterscheiding met het verleden waarin hij zich nooit uitsprak tegen geweld.”

Enkele minuten na half drie op zaterdagmiddag kwamen kort na elkaar drie meldingen binnen over een bom in Omagh. De eerste kwam van een man met een 'plattelandsaccent' die aan een lokaal televisiestation meldde dat een bom zou ontploffen bij het gerechtsgebouw in Omagh. De verslaggever herkende de gecodeerde boodschap, waarop de politie iedereen stuurde in de richting van het winkelcentrum. Juist daar werd de ravage 40 minuten later aangericht. Volgens de Noord-Ierse politiechef Ronnie Flanagan, zelf protestants, was dat een “bewuste” daad om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Mallie gelooft dat niet. “Waarom überhaupt waarschuwen als je wilt doden? Ik praat het niet goed, maar dit was een walgelijke vergissing, gemaakt door amateurs.”

Wie en waar zijn die moordlustige amateurs, is de vraag die Noord-Ierland bezighoudt vier dagen na de tragedie. Volgens de Britse minister voor Noord-Ierland, Mo Mowlam, gaat het om dertig “fanatiekelingen, dieren”. Het zijn er ten minste 60 gelooft Mallie, getuige de vele aanslagen die ze hebben gepleegd sinds hun afscheiding van de IRA in oktober vorig jaar. “Zestig wanhopige idioten”.

In het katholieke gehucht Six Mile Cross, in de heuvels rondom Omagh, zijn maandag twee van de vijf voorlopige verdachten in de Omagh-zaak van hun bed gelicht. Edward Kelly die met zijn broer een winkeltje bestiert, noch postkantoorklerk King Anderson wil zeggen tot welke familie de gearresteerde jongens behoren. Ze kennen het gezin wel, dat bekend staat als campagnevoerders voor Sinn Féin, vertellen ze, want iedereen weet alles van elkaar in deze rurale slaapdorpen. Maar ze durven niet.

Verlinken is een doodzonde in de katholieke gemeenschap in Noord-Ierland. De IRA heeft in het verleden mensen vermoord die informatie doorspeelden. En voor veel katholieken is de Royal Ulster Constabulary, Noord-Ierse politie, een instrument in de handen van Londen, de bezetter - 83 procent van de agenten is protestants. Praten met de politie is heulen met de vijand.

Zelfs de omvang van de slachting in Omagh zal IRA- of Sinn Féin-leden niet bewegen om hun dissidente collega's aan te geven, verwacht Mallie. Grassing, Engels voor verraad, zit volgens hem nu eenmaal niet in de IRA-psyche. Wel verwacht Mallie dat Sinn Féin de dissidenten zal “proberen te stoppen”. Liquideren, zo vertalen sommige bewoners van Six Mile Cross dat.

Hoogste tijd dat katholieke leiders zoals Adams en de gematigde John Hume de politie officieel erkennen, vindt Pat McClean (65), een gepensioneerde leraar in het overwegend katholieke dorp Beragh, naast Six Mile Cross. “Tot zij dat doen, zal hun aanhang - bijna de helft van de bevolking - zich niet geroepen voelen met de politie samen te werken”. Het applaus van de overwegend katholieke bewoners van Omagh gisteravond voor tientallen agenten die naar huis gingen na hun lange reddings- en speurwerkzaamheden, zou dáár in elk geval kunnen wijzen op nieuw respect voor de politie.

McClean, zelf katholiek, heeft jarenlang les gegeven op zowel de katholieke als de protestantse school in het dorp: “Aan de handschriftjes zie je geen verschil hoor”. Ook hij kent de families in de omgeving die folders uitdelen namens Sinn Féin, zoals die van de gearresteerde jongens. “Maar dat zijn duidelijk geen dissidenten, omdat ze onlangs nog stemmen wierven voor de partij”. Volgens hem staat de politie onder grote druk om iets te ondernemen.

De 'Real IRA' wordt vrijwel zeker geleid vanuit Ierland door een IRA-dissident, Michael McKevitt, en zijn vrouw, Bernadette Sands, wier broer Bobby in 1981 overleed na een hongerstaking. De verscherping van de grenscontrole tussen Ierland en Noord-Ierland moet het transport van wapens en het vrij verkeer van terroristen de komende periode bemoeilijken. Maar het vredesakkoord, waar zeventig procent van de Noord-Ieren in mei vóór stemde, voorziet juist in steeds minder controle langs de grenzen.

McClean heeft er vertrouwen in dat de Britse en Ierse regering een balans zullen vinden tussen uitvoering van het vredesakkoord en bevrediging van de publieke behoefte aan rechtvaardigheid na de aanslag. Hij is tegen vrijlating van gevangenen, een van de elementen van het akkoord, maar hij zal het accepteren omwille van de vrede. “Wij, beide gemeenschappen, zullen ons door deze crisis heenslaan. We hebben al 30 jaar haat en geweld achter de rug en niemand, bijna niemand, wil dat het zo verder gaat. De politieke leiders moeten met alle macht vasthouden aan het vredesproces.”