Langendoen tegen ontslag bij CID

ROTTERDAM, 19 AUG. De voormalige chef van de Haarlemse Criminele Inlichtingendienst (CID) K. Langendoen gaat in beroep tegen zijn voorgenomen ontslag bij de regiopolitie Kennemerland wegens onverenigbaarheid van karakters. Volgens de Nederlandse Politiebond (NPB), die Langendoen juridische bijstand verleent, is het ontslag “gebaseerd op een vaag beeld dat in de media is ontstaan”.

De oud-CID-chef zal op korte termijn tegen het ontslag bezwaar aantekenen bij de korpsbeheerder van de regiopolitie Kennemerland, J. Pop, burgemeester van Haarlem. Langendoen kreeg onlangs te horen dat hem per 1 november eervol ontslag wordt verleend. Hij staat sinds eind 1995 op non-actief.

Volgens D. Duijvelsshof van de NPB zal zijn cliënt ook bezwaar maken tegen de voorgestelde wachtgeldregeling. Langendoen wil een schadevergoeding en een financiële regeling om zijn pensioenbreuk te herstellen. Duijvelsshof wil niet ingaan op de concrete verwijten die voor het ontslag worden aangevoerd. Ook de politie Kennemerland en burgemeester Pop willen geen nadere mededelingen doen over de reden van het ontslag.

Langendoen was een van de twee hoofdrolspelers in de IRT-affaire. Samen met zijn collega-rechercheur J. van Vondel was hij verantwoordelijk voor de invoer van grote partijen softdrugs in Nederland. Langendoen moet zich nog voor de rechter verantwoorden wegens meineed tegenover de parlementaire enquête commissie opsproingsmethoden (commissie-Van Traa), die het opsporingsapparaat in 1995 doorlichtte. Daarnaast loopt er een onderzoek van het Landelijk Rechercheteam (LRT) naar het voormalige CID-team in Haarlem. Het LRT probeert antwoorden te vinden op een aantal nog niet beantwoorde vragen uit een rijksrecherche-onderzoek in 1996. Zo is nog steeds niet opgehelderd hoe Van Vondel kon beschikken over grote sommen geld waarmee hij zijn informanten betaalde. Ook is onduidelijk op wiens gezag Langendoen en Van Vondel een drugslijn naar Ecuador opzetten.