Klassenverkleining wordt nog een hele toer

Paars II wil serieus een begin maken met kleinere klassen in het basisonderwijs. De hele Tweede Kamer wil het ook, maar de extra leraren zijn op korte termijn moeilijk te vinden.

ROTTERDAM, 19 AUG. Er was één prioriteit in het onderwijs waar de onderhandelaars die Paars II in de steigers zetten, niet aan mochten tornen: de klassenverkleining in het basisonderwijs. De drie coalitiepartijen VVD, PvdA en D66 hadden zich vorig jaar al bekeerd tot de bestrijding van te grote klassen op de basisscholen. Kleutergroepen met 35 kinderen zijn in kinderrijke buurten eerder regel dan uitzondering. Als een leraar ziek is en een vervanger onvindbaar, worden de collega's opgezadeld met ruim 45 leerlingen. Dat kan zo niet langer, vinden alle fracties in de Tweede Kamer.

Individuele aandacht voor elk kind groeide onder Paars I uit tot een nieuw adagium in onderwijsland: 'onderwijs op maat'. Doel daarvan is elk kind in zijn eigen tempo te laten leren.

Dat kan alleen in een kleine klas, zo concludeerden PvdA en VVD vorig jaar in het kielzog van D66, dat het idee al in 1995 lanceerde. Het geloof in het wondermiddel klassenverkleining was geboren.

Voor het eerst in vijftien jaar mogen de ruim 7.500 basisscholen nu rekenen op forse investeringen. In het regeerakkoord belooft Paars II de komende vier jaar jaarlijks meer geld uit te trekken voor 'kwaliteit van onderwijs', oplopend van 450 miljoen gulden volgend jaar tot 1.800 miljoen gulden extra in 2002.

Een belangrijk deel daarvan zal opgaan aan de klassenverkleining. In het jaar 2003, na de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer, zal jaarlijks in totaal 900 miljoen gulden extra op de huidige onderwijsbegroting nodig zijn, zo hebben ambtenaren op het ministerie van Onderwijs berekend. Bedoeling is dat één leraar in de laagste vier klassen dan nog maar lesgeeft aan maximaal twintig kinderen. Paars I heeft de onderwijsbegroting vorig jaar al verhoogd met 270 miljoen gulden om een begin te kunnen maken de kleinere klassen. Op dit moment krijgen scholen nog geld voor één onderwijzer op 24,5 leerlingen, inclusief de hogere klassen.

Deze week zijn de eerste basisscholen weer begonnen, in Midden-Nederland. Veel scholen staan te springen om kleinere klassen en zullen met instemming het regeerakkoord hebben gelezen. Tot nu toe bleef de klassenverkleining beperkt tot gedeeltelijk nieuwe arbeidsplaatsen waardoor de gemiddelde groepsgrootte afnam van bijvoorbeeld dertig naar 28 kleuters. Maar nu is er uitzicht op meer.

Dat geldt niet voor de hogescholen en universiteiten. Na vele jaren van bezuinigingen zien zij de eerste nieuwe omvangrijke investeringen in het onderwijs aan hun neus voorbijgaan.

Een kleine klas op zichzelf is overigens waardeloos, zo waarschuwden zowel het adviesorgaan de Onderwijsraad als onderwijskundigen vorig jaar. Het maakt niet zoveel uit of een leraar nu met twintig of dertig kinderen dezelfde stof doorneemt. Leraren zullen moeten overstappen van het traditionele klassikaal lesgeven - met z'n allen in hetzelfde tempo de stof doornemen - op individueel lesgeven. Maar dat individueel lesgeven is nog lang geen gemeengoed: tweederde van de onderwijzers houdt nog altijd vast aan klassikale lessen, zo bleek vorig jaar uit een rapport van de Onderwijsinspectie.

Een ander probleem bij de investeringen in kleinere klassen is dat scholen niet verplicht zijn het geld daaraan te besteden. De Kamer heeft afgezien van 'het oormerken van geld', omdat dat op gespannen voet staat met het beleid om basisscholen zelfstandig te maken. Scholen kunnen het extra geld dus straffeloos uitgeven aan een gymleraar of een cola-automaat. Een jaar geleden bleek dat 40 procent van de basisscholen het geld (in totaal 100 miljoen gulden) dat was bedoeld voor extra klassen-assistenten, uitgaven om het ontslag van andere leraren te voorkomen. De klassen werden daardoor per saldo niet kleiner.

Als scholen in de toekomst op dezelfde manier omgaan met het geld dat is bedoeld voor kleinere klassen, dan heeft de nieuwe minister, L. Hermans (VVD), een probleem. Uitgerekend een man van liberalen huize zou zich gedwongen kunnen zien scholen te verplichten het geld te besteden zoals de Tweede Kamer dat wil. Weg autonomie van de school.

Het kabinet belooft in het regeerakkoord ook een nog onbekend bedrag te storten in het Gemeentefonds, zodat gemeenten “op efficiënte wijze” de duizenden benodigde extra klaslokalen kunnen bouwen. Veel scholen, met name in het zuiden, geven al les in de gang, omdat ze te weinig lokalen hebben. En kleinere klassen betekent meer klaslokalen.

Meer kleinere klassen betekent ook meer leraren en dat wordt de komende jaren het grote probleem voor de nieuwe staatssecretaris, Karin Adelmund (PvdA). Deze week luidden de schoolleiders in het primair onderwijs (AVS) en de Algemene Onderwijsbond (AOb) daarover al de noodklok. Want tegenover de succesvolle wervingscampagne voor Pabo-studenten van de vorige minister, Ritzen, en ondanks de verhoging van het aanvangssalaris, zijn er veel te weinig leraren, onder andere als gevolg van de vergrijzing.

Volgens berekeningen van de Commissie Van Eijndhoven, die de benodigde investeringen voor de klassenverkleining onderzocht, zullen in het jaar 2002 in totaal 27.000 nieuwe leraren nodig zijn.

Maar de arbeidsvoorwaarden, beperkte carrièreperspectieven en salarisverhogingen voor basisschoolleraren steken schril af tegen die in het bedrijfsleven. De scholen en het ministerie van Onderwijs zijn zich hiervan bewust, maar een antwoord hebben ze er nog niet op gevonden.