Invloed staat moet beperkt in GOS-landen

In de voormalige Sovjet-Unie vormt de overheid het grootste obstakel voor het ontstaan van een moderne economie, vindt Anders Aslund. De macht van geprivatiseerde staatsbedrijven moet drastisch worden ingeperkt.

De overgangstijd na de ondergang van het communisme is één lange worsteling geweest tussen hervormers die probeerden een markteconomie op te bouwen en meedogenloze ondernemers, zoals de directie van het voormalige staatsgasbedrijf Gazprom. Die laatsten moesten het hebben van slechts ten dele geprivatiseerde markten, van gesubsidieerde kredieten, importsubsidies, uitvoerpremies en het niet betalen van belasting. Zij kochten in het binnenland goederen waarvan de prijzen door de staat laag werden gehouden, en verkochten deze in het buitenland, waar ze werden beschermd door exportbepalingen. Privatisering meden zij, want bij de staat viel meer te halen.

In de landen van de voormalige Sovjet-Unie waren deze ontsporingen tijdens de overgangsperiode veel ernstiger dan in Midden-Europa. Zij vormen dan ook de voornaamste oorzaak van het feit dat de transformatie in de voormalige Sovjet-Unie zoveel duurder is uitgevallen dan in Midden-Europa. Dat blijkt alleen al uit de grotere daling van de productie, grotere inkomensongelijkheid en grotere armoede in die ex-Sovjet-staten.

Desalniettemin staken Westerse beleggers een jaar geleden miljarden dollars in Russische aandelen die solide leken, en stegen de Russische beurskoersen in 1996 en 1997 pijlsnel. Helaas werden de minderheidsaandeelhouders op alle mogelijke manieren door de ondernemingen beroofd. Door de prijzen van de producten te manipuleren, verplaatsten deze hun winst naar bedrijven zonder minderheidsaandeelhouders. Zij wezen zichzelf aandelen toe ver onder de marktprijs. Ook brachten zij - zonder te betalen - activa over van het ene bedrijf naar het andere en bestalen zo de eigenaren van het eerste bedrijf. In plaats van te worden bestraft, kregen deze schurken het imago van 'modelkapitalisten'. Als gevolg hiervan zijn de Russische koersen tussen oktober 1997 en juli 1998 met maar liefst 75 procent gedaald.

Buitenlanders die rechtstreeks investeerden, verging het nauwelijks beter. Moskou en Kiev gonzen van de verhalen over aanvankelijk geslaagde investeerders die op onwettige wijze werden gedwongen te vertrekken, zonder van hun ondankbare partners compensatie te krijgen. Spoedig daarop verhoogden die malafide zakenlui alle prijzen en verkleinden zij het aangeboden assortiment en de service. Bovendien betalen zulke ondernemers hun employés als het even kan geen salaris uit, waar ze maar zelden last mee krijgen.

De lievelingsbuit van de grote zakenlui van na de Sovjet-tijd blijft toch de overheidshulp. De minst verhulde vorm van diefstal is de door de staat toegelaten belastingontduiking. Gazprom eiste in zijn langdurige vete met het Kremlin dat de Russische overheid genoegen zou nemen met niet meer dan de helft van de verschuldigde belasting, om van de uitstaande schulden nog maar te zwijgen. Wil de staat werkelijk het hele volk vertegenwoordigen, dan moet hij een einde maken aan de schandalige belastinggunsten aan grote ondernemingen.

Dat zal niet eenvoudig zijn. De grote zakenlui van na de Sovjet-periode richten hun zaakjes liefst ingewikkeld in, zodat bijna niemand erachter komt wat er nu precies gebeurt. Geliefd is het sjoemelen met het niet contant betalen van rekeningen. Verleden jaar heeft het 'Rapport over de tweehonderd grootste Russische ondernemingen' van de commissie-Karpov aan het licht gebracht dat die firma's nog geen kwart van hun salarissen en hun betalingen aan andere bedrijven echt in geld plegen te voldoen. In plaats daarvan betaalden zij in natura of door compensatie, twee geldsurrogaten waarvoor in Rusland markten bestaan. Eén compensatieroebel is 20 kopeken waard, en één roebel in ruilwaar staat voor een halve roebel in contanten.

De grote Russische ondernemingen betalen hun belasting merendeels door compensatie, wat dus betekent dat zij bij die transacties een subsidie binnenhalen ter waarde van 80 procent van de betaalde belasting. Ook bieden zij, in plaats van belasting te betalen, de lokale en federale overheden ruilgoederen aan. Zo is het heel gewoon dat een bouwonderneming voorstelt de lokale overheid te betalen door openbare bouwwerken uit te voeren. Door hierop in te gaan, ontneemt de overheid zichzelf de mogelijkheid om uit verschillende aannemers te kiezen en verliest zij iedere greep op de prijs, de kwaliteit en zelfs de realisatie van die bouwwerken. Het grootste politieke twistpunt van dit moment is in Rusland de vraag of de overheid grote ondernemingen als Gazprom moet dwingen de belasting in geld te betalen.

Ook trekt de staat sommige bedrijven voor en zet hij andere de voet dwars, doordat hij de toegang tot de markt beheerst. In heel de voormalige Sovjet-maatschappij is het nagenoeg onmogelijk een bedrijf te laten draaien zonder contact met de centrale overheid. De plaatselijke overheden oefenen macht uit over ondernemers door het verlenen van vergunningen en certificaten, door inspecties en willekeurige belastingheffing. Deze bureaucratische wurggreep legt de concurrentie aan banden, drijft de prijzen veel te hoog op, beperkt de keuzevrijheid en brengt de kwaliteit van goederen en diensten in het slop.

Een uitstekende graadmeter voor de economische vitaliteit is het aantal wettig geregistreerde ondernemingen per inwoner. In het Westen is er ongeveer één onderneming op de tien inwoners. Ook Polen en Hongarije halen die proportie, maar Rusland telt slechts één onderneming per 55 inwoners, en de Oekraïne één op de 80 - veel te weinig om een behoorlijke marktconcurrentie te doen ontstaan.

Aan deze afschuwelijke zakenpraktijken kan alleen paal en perk worden gesteld als het lukt de staat te beteugelen, die de tegenwoordige zakenmensen corrumpeert en die op zijn beurt door de bekwaamsten onder hen zelf wordt gecorrumpeerd. Een aantal praktische maatregelen is vereist. Zo moet het aantal ambtenaren worden teruggebracht tot het absolute minimum. Estland, Kirgizië en Georgië zijn hierin al geslaagd. Ook moet het belastingstelsel zodanig worden vereenvoudigd en verkleind dat andere Gazproms niet de kans krijgen om in een doolhof van regels de belastingen te ontduiken. In Estland, Georgië en Kazachstan is dit gelukt. Verder moeten de wettelijke regels die noden tot groteske inmenging van de staat in de markt worden afgeschaft. En als laatste moet de macht van de ambtenarij met alle wettelijke en bestuurlijke middelen worden ingeperkt.

In heel de voormalige Sovjet-Unie is de bemoeizucht van de staat veel te groot, waardoor de economie niet kan opbloeien. Het streven om Gazprom te dwingen de volle portie belasting te betalen is, hoe vreemd het ook moge klinken, een noodzakelijke stap naar de inperking van de staatsmacht.