Geschil met Martinair over ramp bijgelegd

HAARLEM, 19 AUG. De Purmerendse veehouder G. de Boer stopt met beschuldigingen aan het adres van Martin Schröder, de gepensioneerde president-directeur van Martinair. Dat zijn de partijen vanmorgen overeengekomen voor de rechtbank in Haarlem.

De Boer, die zijn zoon verloor bij de ramp met de Dakota van de Dutch Dakota Association (DDA) in de Waddenzee op 25 september vorig jaar, verweet Schröder in diverse publicaties dat hij voor de ramp verantwoordelijk was. Hierbij kwamen 32 mensen om het leven, passagiers en bemanning. De oorzaak bleek een defect in de linkermotor te zijn geweest.

Volgens de veehouder vloog de verongelukte Dakota met een ondeugdelijke motor, een gevolg van een wisseling kort voor de ramp. Bij die wisseling zou de goede motor van de vleugel zijn gehaald en vervolgens zijn gemonteerd op een andere Dakota, die de MartinairDakota wordt genoemd.

Tijdens de zitting vanmorgen werd duidelijk dat deze tweede Dakota geen eigendom is van Martinair noch van Schröder persoonlijk. Wel draagt het toestel de originele Martinair-kleuren en beeldmerken zoals die bij de start van het bedrijf veerig jaar geleden zijn aangebracht.

Raadsman W. van Baren van Martinair betoogde dat de linkermotor die tijdens de vlucht van Texel naar Den Helder uitviel, tijdens het winteronderhoud in januari 1996 was gemonteerd. De motor die hiermee werd vervangen, is volgens Van Baren niet op een ander vliegtuig gezet.

Veehouder De Boer liet nog tijdens de zitting weten overtuigd te zijn door de feiten.

Hij verweet Schröder en de DDA daar niet eerder mee te zijn gekomen. “Ik heb overal vragen gesteld, brieven geschreven maar nooit fatsoenlijk antwoord gekregen”, aldus De Boer.