Geen parlementair initiatief; Kamer wacht onderzoeken Dutchbat af

DEN HAAG, 19 AUG. De Tweede Kamer ziet voorshands af van een parlementair onderzoek naar de rol van Dutchbat bij de val van de moslim-enclave Srebrenica op 11 juli 1995 en naar de rol van Defensie in de nasleep daarvan.

De grootste regeringsfracties willen eerst de resultaten van andere onderzoeken afwachten. Een meerderheid van de vaste Tweede-Kamercommissie van Defensie, waaronder PvdA en VVD, heeft de wens van CDA, D66, GroenLinks en SP inzake een parlementair onderzoek gisteren afgewezen.

Evenmin komt er op korte termijn een spoeddebat, zoals GroenLinks had bepleit. Als onuitgesproken overweging kan voor PvdA en VVD voorts gelden dat premier Kok en oud-minister Voorhoeve (Defensie) schade zouden kunnen oplopen in een parlementair onderzoek.

Bij wijze van compromis is besloten een speciale werkgroep te vormen, die moet inventariseren welke vragen straks resteren als het onderzoek naar de rol van Defensie sinds juli 1995, door oud-minister Van Kemenade, en het onderzoek van het openbaar ministerie in Arnhem naar eventuele strafbare handelingen van Dutchbatters, zijn afgerond. De werkgroep zal onder meer de informatie van het departement van Defensie aan de Kamer onderzoeken en over twee maanden aan de Kamercommissie rapporteren. Deze speciale commissie wordt volgende week geïnstalleerd en zal maximaal uit leden van vijf tot zeven fracties bestaan. Theoretisch kan op een later tijdstip alsnog worden besloten tot een parlementair onderzoek, of zelfs tot een parlementaire enquête. Vooral het Kamerlid Hillen (CDA) onderstreepte gisteren dat die mogelijkheid blijft bestaan.

De bezwaren die de directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), prof. J. H. C. Blom, gisteren liet horen tegen nóg een Srebrenica-onderzoek, naast dat van Defensie en het OM, bleken hun uitwerking op de Kamercommissie niet te hebben gemist. Blom, wiens instituut eind 1996 van de regering, en met instemming van de Kamer, een brede onderzoeksopdracht kreeg, had gewaarschuwd voor “schadelijke effecten” in binnen- en buitenland voor het werk en het aanzien van het RIOD. Hij had zelfs gezinspeeld op het teruggeven van de onderzoeksopdracht.

De fracties van PvdA en VVD, die toch al niet voor een parlementair onderzoek waren, toonden gisteren begrip voor Bloms bezwaren en onderschreven dat het RIOD voor zijn onderzoek destijds uitdrukkelijk niet aan een tijdslimiet gebonden is. Maar met de andere grote fracties vonden zij óók dat het instituut toch wel wat meer informatie over zijn werk en over een mogelijke einddatum van zijn rapport mag geven.

De VVD'er Blaauw daarover: “Het zou mooi zijn als het RIOD zou aangeven wanneer eerste resultaten te verwachten zijn.”

Hoekema (D66), de voorzitter van de vaste Kamercommissie, ging nog een stap verder. Pagina 3: RIOD: 'Politieke tijdsdruk'

Hoekema (D66) merkte op dat het RIOD “niet te veel in een wetenschappelijke ivoren toren moet werken en ten minste een indicatie mag geven over de termijn van het onderzoek”. Ook Valk (PvdA) noemt dit “een probleem” en wil daarover praten met het RIOD.

In een interview in het NOS-programma NOVA zei Blom gisteravond dat het RIOD zich van “de politieke tijdsdruk” bewust is maar toch niet precies kan zeggen wanneer het onderzoek gereed zal zijn. Blom liet doorschemeren dat hij nog twee à drie jaar nodig heeft, “langer zou ook voor ons onaanvaardbaar zijn”.

Het openbaar ministerie in Arnhem toonde zich gisteren in het geheel niet onder de indruk van de bezwaren van het RIOD. Volgens persofficier van justitie mr. P. Frielink is alleen het openbaar ministerie bevoegd een strafrechtelijk onderzoek uit te voeren.

Het OM geeft geen waardeoordeel over het onderzoek waarmee het RIOD bezig is, maar neemt de eigen verantwoordelijkheid nu het erop lijkt dat er toch mogelijk strafbare zaken zijn gepasseerd in voormalig Joegoslavië, aldus persofficier Frielink.