Fonds-reclame werkt averechts; Gesubsidieerde kunstenaars tonen recent werk

Tentoonstelling: 'Werk' met schilderijen en tekeningen van o.a. Florette Dijkstra, Stijn Peeters, Han Hoogerbrugge en Eric de Nie. T/m 4 september in de presentatieruimte van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, Brouwersgracht 276, Amsterdam. Ma t/m vr 10-17 uur.

Volgens sommigen is er geen land ter wereld dat zo goed voor zijn kunstenaars zorgt als Nederland. Met alle subsidieregelingen, stipendia en kunstprijzen die ons land telt, kun je het als kunstenaar een flinke tijd uitzingen, zonder je druk te hoeven maken over de verkoop van je werk. Het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst is sinds tien jaar verantwoordelijk voor het verstrekken van het merendeel van de individuele subsidies en heeft in die periode zo'n vijfduizend kunstenaars gesteund met startstipendia en werkbeurzen.

In de presentatieruimte van het Fonds is momenteel een tentoonstelling te zien met werk van een tiental kunstenaars die, afgezien van het feit dat zij in 1997 een werkbeurs ontvingen voor hun schilder- of tekenkunst, niets met elkaar gemeen hebben. Abstracte en figuratieve werken, gemaakt door jonge en oudere kunstenaars hangen zij aan zij aan de expositiewanden. De meeste werken zijn ontstaan in het afgelopen jaar, de periode dus waarin de kunstenaars zich geen zorgen hoefden te maken over 'het brood op de plank' en zich volledig konden richten op de ontwikkeling in hun werk. Het lijkt echter wel of het gebrek aan druk op de ketel juist heeft geleid tot gemakzuchtigheid en weinig overtuigende werken.

De tentoonstelling bestaat voor het grootste deel uit figuratieve schilderijen, die overwegend rommelig van compositie en slordig geschilderd zijn. Grauwe impressies van landschappen en onaffe, gestileerde voorstellingen van moderne interieurs worden afgewisseld met geabstraheerde menselijke figuren. Alleen twee imposante schilderijen van Stijn Peeters, die in de entreehal van het gebouw zijn opgehangen, springen er uit. De doeken lijken door Peeters te zijn benut als een kunsthistorisch laboratorium waar met verschillende stijlen wordt geëxperimenteerd. Prachtig geschilderde wolkenluchten en rotspartijen domineren, terwijl andere delen van de schilderijen vrijwel onuitgewerkt zijn gelaten. Binnen één compositie neemt de schilder je mee op een wandeling door de kunstgeschiedenis en kun je zowel de romantische landschappen van Caspar David Friedrich als de knokige figuren van Courbet of Daumier aantreffen.

Het zijn vooral de grafische werken die opvallen in de brei van middelmatige schilderkunst. De in zwart-wit getekende stripverhalen van Han Hoogerbrugge bijvoorbeeld, die, ook al heb je ze al meerdere malen gelezen in tijdschriften als Metropolis M of HTV de IJsberg, nog steeds humoristisch zijn. De droge strips, waarin Hoogerbrugge zelf alle rollen vertolkt, verhalen over de ergernissen en problemen van een kunstenaar - zoals het netwerken op openingen, het aanvragen van subsidies of het geroddel van collega's - en getuigen van een scherpe en kritische observatie van de kunstwereld.

Intrigerend zijn ook de pointillistisch aandoende potloodtekeningen van Florette Dijkstra, die geïnspireerd zijn op het tragische leven van Madame de la Salle. Deze adellijke dame van Griekse afkomst leidde aan het begin van deze eeuw een turbulent leven in Parijs, omringd door kunstenaars, maar raakte aan lager wal en trok zich vlak voor de oorlog terug in de Alpen. Onlangs werd in een vergeten hutkoffer haar nalatenschap teruggevonden. Dijkstra, die volgend jaar een biografie over De la Salle zal publiceren, maakte tekeningen van de belangrijkste plaatsen en personen uit haar roemrijke en mysterieuze leven. De tekeningen, waarop bergpieken, de Eiffeltoren en de Acropolis dienen als achtergrond voor stambomen vol bekende en minder bekende namen, ontrafelen kleine stukjes van het mysterie, maar maken vooral nieuwsgierig naar het boek over de achterliggende historie.

Door de volstrekte willekeur van kunstenaars is de tentoonstelling als geheel weinig interessant. Zij biedt de kunstcommissie van het Fonds de mogelijkheid om verantwoording af te leggen en te laten zien dat er binnen het beleid geen voorkeuren voor stijlen of stromingen bestaan. Tegelijk vormt de tentoonstelling echter koren op de molen van tegenstanders van een gesubsidieerde kunstwereld, die al jaren beweren dat door dit systeem veel middelmatige kunst onterecht in stand wordt gehouden.