Een zwart miljard gewit

AMSTERDAM, 19 AUG. Net als een week geleden stroomde ook deze week een aanzienlijk bedrag aan bankbiljetten via de banken terug naar De Nederlandsche Bank. De weekstaat laat dit zien op de post 'bankbiljetten in omloop', die een afname van 371 miljoen gulden vertoont.

Deze terugstroom van bankbiljetten is geen ongebruikelijk fenomeen voor deze tijd van het jaar. De in het begin van de zomervakantie door (buitenlandse) vakantiegangers opgenomen chartale guldens stromen na besteding weer naar de centrale bank.

De afgelopen jaren was deze terugstroom in de weekstaat zichtbaar vanaf begin augustus. Dit eb- en vloedpatroon zien we ook dit jaar.

Opvallend is echter dat tot nu toe meer bankbiljetten zijn teruggestroomd dan opgenomen. Dat is eenvoudig te zien aan de stand op de post 'bankbiljetten in omloop'.

Deze post bedroeg eind juni, toen de chartale opname van het vakantiegeld op gang kwam, 38,499 miljard gulden. Half augustus, wanneer gewoontegetrouw het belangrijkste deel van de terugstroom al heeft plaatsgehad, bedraagt de stand 37,876 miljard gulden. Die laatste stand is circa 0,6 miljard gulden lager. Dit betekent dat tot nu toe zo'n 600 miljoen gulden meer aan bankbiljetten is teruggestroomd dan opgenomen.

Naar de precieze oorzaak van dit gat is het gissen. De bankbiljettencirculatie vertoont immers regelmatig schommelingen. Een mogelijke verklaring kan niettemin zijn dat het hier gaat om een 'zwart gat'; bezitters van zwart geld hebben de zomervakantie gebruikt om (een deel van) hun chartaal aangehouden zwarte guldens wit te wassen. De Nederlandse guldens die bijvoorbeeld bij een Franse bank zijn ingewisseld tegen Franse francs stromen via de Franse commerciële banken terug naar Nederland.

Voor het overige vertoont de weekstaat een evenwichtig beeld. De gezamenlijke banken moeten interen op hun kasreserverekening (224 miljoen gulden). Dat is, gezien de overreserves op de kasreserve, niet vreemd.

Omdat banken geen rentevergoeding krijgen op de meer dan gemiddeld noodzakelijk aan te houden kasreserve, zullen ze ernaar streven om aan het einde van de kasreserveperiode precies uit te komen op de reserveverplichting die De Nederlandsche Bank aan hen stelt. Bovendien werd de geldmarkt verruimd door de afname van de bankbiljettencirculatie (371 miljoen gulden).

Tegenover deze beide mutaties stond een krappere speciale belening door de centrale bank (min 615 miljoen gulden).

Bron: ING Economisch Bureau