Belastingen per decreet

Zou staatssecretaris Vermeend van Financiën graag per decreet willen regeren? Je mag het niet aannemen. Willem Vermeend is namelijk een democraat in hart en nieren. Tegelijk behoort hij tot de doorgewinterde politici, en die hebben een sterke neiging om manoeuvreerruimte die ze aantreffen naar eigen inzicht in te vullen.

In ons staatkundig systeem heeft de staatssecretaris van Financiën daar maar beperkte mogelijkheden voor. Belastingregels kunnen vlot worden gemaakt of aangepast, maar dat vergt steeds een hechte samenwerking van regering en volksvertegenwoordiging. Op uitvoeringsniveau bestaat meer vrijheid, maar daar heeft de volksvertegenwoordiging een controlerende taak.

Die heldere structuur is er niet bij de Europese Unie. Belastingregels komen moeizaam tot stand doordat ze een unaniem besluit vergen. Het wijzigen van de regels is zo mogelijk nog lastiger. Ondertussen staat de controle op eigenmachtige nationale initiatieven door de Europese Commissie ver van de landelijke politici. Ze verloopt trager, minder direct en minder openbaar dan de controle door de Tweede Kamer. Ook al kan Europa soms beangstigend hard terugslaan, de politieke afschrikking werkt op afstand.

De eigenaardigheden van het Europese systeem wreken zich vooral bij de BTW-heffing. Die is eigenlijk een Europese aangelegenheid, waarbij voor alle landen dezelfde regels gelden. Een Europese basiswet (een Richtlijn) zorgt daar voor. Die opzet leidt tot problemen die op de meest verrassende plaatsen aan de oppervlakte komen. Bijvoorbeeld bij de huiswerkgroepen waarin scholieren met een leerachterstand begeleiding krijgen. De organisatoren van dergelijke activiteiten moeten de gebruikelijke 17,5 procent BTW berekenen. Tot de Europese wetgeving behoort weliswaar een BTW-vrijstelling voor onderwijsactiviteiten, maar die moet volgens de regels beperkt worden opgevat. Huiswerkgroepen hebben daarom doorgaans geen recht op de onderwijsvrijstelling. De belastingrechter in Den Bosch heeft dat al eens officieel vastgesteld en zowel huiswerkgroepen als de fiscus hebben daar bijna tien jaar lang vrede mee gehad.

De afgelopen jaren veranderde die situatie. De vraag naar studiebegeleiding neemt hand over hand toe. Huiswerkgroepen, bijklussende leraren en studiebegeleidingscentra schieten als paddestoelen uit de grond en zijn allemaal ondernemer in de ogen van de BTW-inspecteur. Het regende opeens fikse belastingaanslagen.

In het kielzog daarvan komt er dan een collega-bewindspersoon eens buurten bij Willem Vermeend. Die staat als welwillend bekend en waarom zou die geen oogje dicht kunnen knijpen bij de BTW-inning van huiswerkgroepen. Dat lijkt op soepelheid bij de uitvoering van de wet, maar het gaat feitelijk om het eigenmachtig bijstellen van de regel.

Dat mag de staatssecretaris niet, maar op een actie van de logge Europese organen willen de daadkrachtige Vermeend noch de kennelijk in fiscale nood verkerende huiswerkcentra wachten. Vermeend heeft afgelopen week gewoon verordonneerd dat huiswerkcentra met ingang van het nieuwe schooljaar geen BTW meer hoeven te berekenen. Nu hij toch al buitenwettelijk opereert, doet Vermeend geen moeite de uitbreiding van de vrijstelling een strakke juridische omschrijving te geven. Een rechter kan het toekennen van belastingfaciliteiten toch niet terugdraaien. Vermeend geeft de voorkeur aan een wat onbestemde algemene sfeertekening die de Belastingdienst moet inspireren bij het hanteren van een ruimere vrijstelling. Het is wetgeving met een intuïtieve benadering en een hoog politiek aaibaarheidsgehalte. De Tweede Kamer zal er dan ook niet moeilijk over doen.

Voor de eveneens toezichthoudende Europese Commissie is Vermeend in dit geval niet zo benauwd. Hooguit komt hij terecht in een slepende vertrouwelijke correspondentie die zijn tijd wel zal duren. In die laconieke benadering verschilt hij trouwens in niets van zijn buitenlandse collega's, die op dit punt heus niet meer scrupules aan de dag leggen.

Het eigenhandig bijbuigen van de Europese regels ten gunste van de belastingbetaler is een peulenschil vergeleken met het op eigen houtje aanscherpen ervan. Zo zou Vermeend dolgraag de regels voor de BTW-heffing over Internet-transacties in zijn richting bijbuigen om een belastinglek via het wereldwijde netwerk te dichten. Hij heeft niet voor niets in stoere taal de Tweede Kamer een daadkrachtig optreden op dit punt in het vooruitzicht gesteld.

Maar nog voordat hij aan Europese hindernissen toekomt, stuit de staatssecretaris op een Nederlandse blokkade: de Haagse Hoge Raad. Diens invloed klinkt nog het fraaist door in de woorden die Vermeend zelf hanteert in een interne brief die hij afgelopen vrijdag schreef aan een groep topambtenaren.

Daarin raadt hij hun af om het fiscale Internet-lek te dichten door de Europese wet naar eigen goeddunken toe te passen: 'Gelet op de vaak strikt juridische wijze waarop met name de Hoge Raad fiscale zaken benadert, kan niet worden verwacht dat extensieve, doelgerichte interpretaties van Wet en Richtlijn door de rechter zullen worden gevolgd'.

De frustratie van de pragmatische Vermeend over bekrompen juridisch denken dat zijn daadkracht inperkt, druipt er vanaf. Die ene zin weerspiegelt de botsing tussen het intuïtieve, doelgerichte rechtsdenken van de sociaal-democratische staatssecretaris en daartegenover het hooghouden van rechtsregels als fundament van de rechtsstaat door de Hoge Raad. Wat Vermeend als een vernietigende kwalificatie bedoelt, mag de Hoge Raad best als een compliment opvatten.