Bankencrisis raakt cohesie samenleving

Banken in Azië en Rusland maken moeilijke tijden door. De kaalslag ondermijnt niet alleen lokale beschikbaarheid van bankkrediet voor de economie, maar zelfs de mondiale financiële arena.

ROTTERDAM, 19 AUG. De wereld, een markt. De financiële wereld, een reddingsboot? Het Japanse ministerie van Financiën verzekerde nerveuze buitenlandse bankiers jarenlang dat de twintig grootste banken gewoon te groot waren om bankroet te gaan. Tot eentje vorig jaar toch omviel. Nu zijn er nog negentien te groot.

In Moskou zijn twaalf banken op een vergelijkbaar lijstje gezet. Too big to fail, noemen Amerikaanse bankencontroleurs dit beleid. De feitelijke devaluatie van de roebel deze week heeft na Japan ook Rusland aan de rand van een bankencrisis gebracht. De twaalf banken zijn een verbond aangegaan met de centrale bank om te voorkomen dat een van hen kopje onder gaat.

Moskou en Tokio zijn blikvangers op een slagveld van failliete en bijna failliete banken in talrijke landen die tot voor kort als snelle economische groeiers (emerging markets) te boek stonden. De kaalslag ondermijnt niet alleen lokale beschikbaarheid van bankkrediet voor de economie, maar zelfs de mondiale financiële arena.

Banken over de hele wereld zijn met elkaar verbonden door een fijnmazig netwerk van geld dat zij bij elkaar deponeren en door het grensoverschrijdend betalingsverkeer voor bedrijven. De afgelopen jaren zijn daar nog de transacties in orde van grootte van duizenden miljarden dollars bijgekomen in complexe financiële producten.

Hoe na een calamiteit met een bank zo'n financiële kluwen ontrafeld moet worden is terra incognita. In de haute finance zit een ongelukje in een klein hoekje. De Britse elitebank Barings ging onderuit dankzij de speculaties van een handelaar in het verre Singapore.

Een stabiel en adequaat financieel systeem is een van de elementen van economische groei en maatschappelijke cohesie die door politici nog wel eens onderschat worden. Als het systeem stil valt, blijkt vaak pas hoe nuttig het was. Een financieel systeem is een gigantisch doorgeefluik van kapitaal en kennis. Het geld van talloze individuele spaarders gaat erin, kredieten aan bedrijven komen eruit. Daartussen zitten de bankiers die de informatie over de kredietwaardigheid van hun kredietklanten moeten bijhouden, opdat zij het spaargeld met rente kunnen terugbetalen aan hun klanten. Stilzwijgende afspraken daarover markeren de vertrouwensrelaties in de samenleving.

De praktijk is weerbarstiger. Wat is plezieriger voor politici dan een financieel stelsel dat economische groei bevordert en tegelijkertijd de belangen dient van de politici (herverkiezing) en het profijt van hun makkers in bankwezen en industrie?

In Azië is deze aanpak jarenlang uiterst succesvol geweest, met trouw sparende consumenten en massieve kredietverlening van banken voor de opbouw van de exporterende industrie. Zoals alle financiële stelsels neigt ook dit systeem naar overdrijving en stimulering van kuddegeest onder bankiers. Vorig jaar bleken de buffers die financiële schokken moeten opvangen te zwak te zijn. Of ze bestonden niet. Geen adequaat, onafhankelijk toezicht op de banken. Onvoldoende eigen kapitaal bij de banken om een neergang in de economie op te vangen. Geen heldere regels voor de manier waarop banken zelf moeten boekhouden en hun eigen huis op orde moeten houden.

Zulke debacles zijn niet het exclusieve domein van voormalige ontwikkelingslanden. In Amerika heeft het opruimen van een nationale spaarbankcrisis de belastingbetaler honderden miljarden dollar gekost. De crisis rond de Franse staatsbank Crédit Lyonnais die in 1994 met tientallen miljarden gulden gered moest worden, onderstreept dat ook Westerse banken niet immuun zijn voor falend beleid.

In Japan duurt de bankencrisis al zeven jaar sinds de luchtbeleconomie van opgeblazen grondprijzen en aandelenkoersen is doorgeprikt. In Azië duurt de bankencrisis een jaar. De financiële crisis in Moskou duurt nog korter, maar heeft alle elementen van een klassieker.

Banken gaan om drie redenen op de fles, zo leert de praktijk: fraude (BCCI), buitensporige kredietverlening (Crédit Lyonnais) of vertrouwensverlies bij het publiek. Dat laatste bijt snel en doet pijn: het meeste geld dat banken uitlenen kunnen zij niet direct terugvorderen als een rij klanten aan het loket staat die zijn geld terugwil.

In Moskou dreigt een acute liquiditeitscrisis. In Japan spelen varianten van fraude en kredietverliezen een hoofdrol, maar blijft het vertrouwensverlies nog beheersbaar, al wankelt nu de Japanse bank LTCB. Buitenlandse bankiers doen, net als elders in Azië, goede zaken, maar Japanse klanten zeggen niet massaal hun rekeningen op.

Als de afloop van de spaarbankcrisis in Amerika in de jaren tachtig een leidraad is, staat de financiële wereld aan de vooravond van een nieuwe golf overnames en een periode van lage rentestanden. Hoofdstuk Een uit het handboek crisisbestrijding luidt: overspoel het systeem met geld om banken drijvende te houden. Gevolg: lage of zelfs dalende rente.

Tweede effect: een nieuwe fase van uit nood geboren samenklontering, waarbij oude scheidslijnen rap verdwijnen. Zwakke broeders worden opgekocht door Westerse financiers. ING en ABN Amro hebben in Thailand al lokale bedrijven overgenomen. De Amerikaanse giganten GE Capital, Travelers en Merrill Lynch hebben zich met kapitale belangen ingekocht in de Japanse financiële sector, nog altijd de een na grootste ter wereld. De wereld, een reddingsboei.