Albanezen in Kosovo weigeren te onderhandelen

PRIŠTINA, 19 AUG. De leiding van de Albanezen in Kosovo heeft gisteren, ondanks intensieve pogingen van de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill om haar op andere gedachten te brengen, opnieuw geweigerd met met de Serviërs te onderhandelen over de toekomst van Kosovo.

De leider van de vorige week samengestelde onderhandelingsdelegatie van de Kosovo-Albanezen, Fehmi Agani, wees gisteren een uitnodiging voor overleg van zijn Servische tegenhanger Ratko Markovic van de hand. In een brief aan Markovic schreef hij dat de Serviërs niet zijn ingegaan op twee eisen die de Albanezen hadden gesteld als voorwaarde voor hervatting van het overleg: de stopzetting van het Servische geweld tegen de Albanese burgerbevolking en de aftocht van de Servische politietroepen uit Kosovo. “Zolang u hierover niets te zeggen hebt, is het misschien zinvol op te houden met het spelletje van de uitnodigingen voor overleg, dat kennelijk alleen propagandadoelen dient”, aldus Agani in zijn antwoord aan Markovic. Markovic, vice-premier van Servië, had hem maandag gevraagd het overleg onmiddellijk te hervatten te hervatten en daarbij voorgesteld elkaar gistermiddag om twee uur te ontmoeten. In zijn brief herhaalde Agani dat de Albanezen bereid zijn “zo snel mogelijk” weer rond de tafel te gaan zitten. Maar ze blijven vasthouden aan de twee eisen.

De Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill heeft gisteren de hele dag geprobeerd de Kosovo-Albanese leiders op andere gedachten te brengen. Hij sprak eerst met de Albanese onderhandelingsdelegatie in gezelschap van Ibrahim Rugova, de 'president' van de eenzijdig uitgeroepen 'Republiek Kosovo', tot voor kort de onbetwiste leider van de Albanezen van Kosovo. Later sprak hij onder vier ogen met Rugova. Maar Hill kon de Albanezen niet overtuigen het overleg te hervatten. Hij sprak later gisteren tenslotte met Adem Demaçi, de Albanese politicus die sinds eind vorige week de politieke vertegenwoordiger is van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK en die bekend staat als een fel criticus van Rugova en diens beleid van geweldloos verzet. Na afloop herhaalde Demaçi dat er geen dialoog met de Serviërs mogelijk is zonder deelname van het UÇK - dat heeft geweigerd in de door Rugova samengestelde onderhandelingsdelegatie te gaan zitten.

Ook diverse oppositiepartijen van de Albanezen in Kosovo hebben geweigerd in de Albanese delagtie zitting te nemen. In een vraaggesprek heeft een van de leiders van de oppositie gezegd dat Rugova vorige week aanvankelijk van plan was een nieuwe coalitieregering te vormen, met vertegenwoordigers van alle oppositiepoartijen, het UÇK en de studentenbeweging. Al die partijen waren bereid tot die regering toe te treden. Maar om redenen die onbekend zijn heeft Rugova die regering niet gevoirmd; in plaats daarvan vormde hij een nieuwe onderhandelingsdelegatie waarin zijn eigen partij de boventoon voert.

In Kosovo wordt sinds maandag, toen de Servische troepen hun verovering van het UÇK-bolwerk Junik afrondden, niet meer gevochten. Wel zijn in het buurland Albanië de autoriteiten begonnen vrouwen en kinderen uit een aantal dorpen langs de grens te evacueren, dit nadat bij de strijd van het afgelopen weekeinde drie door de Serviërs afgevuurde granaten op Albanees grondgebied terechtkwamen, op een kilometer afstand van de grens. (Reuters, AFP, AP)