Vertaler Jürgen Hillner brengt reviana ter veiling

Reve en de 'sadistiese spanningen' Voordat Harry Mulisch en Cees Nooteboom Duitsland veroverden, waren Gerard Reve en Hugo Claus dezelfde weg gegaan. Vertaler Jürgen Hillner zorgde eind jaren zestig, begin jaren zeventig voor een doorbraak van de Nederlandse literatuur in Duitsland.

De veiling is op 2 en 3 november. Kijkdagen 30 en 31 oktober en 1 november. Half oktober is de catalogus beschikbaar. Veilinghuis Postma, Noorderhaven 25, Groningen. Inl. 050-3189725

TER APEL, 18 AUG. “Jürgen Hillner heeft Wolkers, Hermans, Vestdijk, mij, Claus, Raes en nog tientallen anderen groots vertaald. Door hem is in Duitsland de Nederlandse literatuur ontdekt.” Dit schreef Gerard Reve in 1969 aan Josine Meijer. Vertaler en gepensioneerd docent vertaalwetenschap Jürgen Hillner (1937) laat op 2 november zijn literaire collectie veilen door het Groningse veilinghuis G. Postma, dat vorig jaar oktober al vierhonderd brieven van Reve veilde. Dit najaar verschijnt een nieuwe roman van Reve, en uitgeverij Veen zal ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag (14 december) beginnen aan de uitgave van het verzameld werk.

Het grootste deel van Hillners collectie betreft 'reviana', door Reve aan Hillner geschonken als blijk van waardering en vriendschap. Enkele belangrijke stukken zijn de manuscriptversies en de proefdruk van Veertien Etsen Van Frans Lodewijk Pannekoek Voor Arbeiders Verklaard (1967), de kladversies van 24 gedichten en 33 brieven gericht aan Hillner. Daarnaast zijn er brieven en opdrachtexemplaren van o.a. Louis Paul Boon, Jeroen Brouwers, Jacques Hamelink, W. F. Hermans, Hugo Raes, Ward Ruyslinck en Jan Wolkers, allemaal auteurs die Hillner in de periode 1966-1974 heeft vertaald.

“In Indonesië heb ik drie talen geleerd: Duits, Nederlands en Maleis”, vertelt Jürgen Hillner. Hij werd geboren op Sumatra, uit Duitse ouders. In 1952 werd hij met zijn moeder naar Duitsland gerepatrieerd, zijn vader overleed in Engelse krijgsgevangenschap. “Na mijn studie Germanistiek ontdekte ik dat er een levendige, krachtige literatuur in Nederland bestond”, aldus Hillner, die tegenwoordig in Ter Apel woont. “In 1966 heb ik mijn eerste vertaling gemaakt. Eerst ben ik naar een Amsterdamse boekhandel gegaan, en heb om een goed, recent boek gevraagd. Dat werd Het mes op de keel van Jeroen Brouwers. Brouwers was enthousiast, maar de vertaling is nooit gepubliceerd. Het was een vingeroefening.”

Horror vacui van Jacques Hamelink, een jaar later uitgegeven bij Suhrkamp, werd een succes. “Het was een gunstig moment, er was net een Poolse golf geweest, en de Duitse uitgevers vroegen zich af waar ze nu mee aan moesten komen. Er ontstond opeens een grote vraag naar Nederlands werk, terwijl ik eigenlijk nog vertaler moest worden.” In 1969 verscheen bij Fischer Verlag een baanbrekende bloemlezing van Nederlandse auteurs (Reve, Hermans, Van Ostaijen, Claus), in vertaling van Hillner. “Ik werd in de Duitse uitgeverswereld 'die man van de Hollanders'. Ik ging als een soort vertegenwoordiger met Nederlandse titels langs de uitgeverijen.”

Een foto toont Hillner en Reve voor het huis in het Friese Westem, waar Hillner en zijn eerste vrouw in 1969 gingen wonen. “Reve woonde toen in Greonterp. Hij wist dat ik een huisje zocht in Nederland, want in Duitsland was nauwelijks informatie, er was zelfs geen Nederlandse krant te krijgen. Toen ik bij Hugo Raes in Antwerpen was, ontving ik een telegram van hem. Hij had een huis voor me gekocht, voor vijfduizend gulden. Dat heb ik natuurlijk terugbetaald. De gevelsteen heeft Reve er zelf ingemetseld. Het huis werd gedoopt met een fles bier.”

Hillner werkte in die tijd aan de vertaling van Nader tot U, dat in 1970 verscheen als Näher zu Dir bij Merlin Verlag. Een werkexemplaar van Nader tot U, met daarin de proefvertalingen in potlood, komt ook ter veiling. In een brief aan Hillner vraagt Reve zich af of het boek goed zal verkopen: “Een onder zulke felle sadistiese & masochistiese spanningen levend volk als het Duitse moet hier toch gevoel voor hebben, dunkt mij.” Reve wilde ter promotie van zijn boek op de Buchmesse in een fluweelgevoerde doodskist gaan liggen, onder paars licht. Het plan werd nooit verwezenlijkt: de doodskistenmaker bleek bij aankomst net overleden. Dit voorval, voor Reve een voorbeeld van de onbruikbare, want ongeloofwaardige werkelijkheid, staat beschreven in Een circusjongen. Elders werd nog wel een kist van donker eiken gekocht, die in Reve's tot kapel omgebouwde varkensstal werd neergezet. Naspeuringen van het veilinghuis leerden dat de buren in het Friese Greonterp van de kist een schouw hebben getimmerd.

Hillner voerde in die tijd lange gesprekken met Reve. “Hij verkeerde na Nader tot U in een artistieke impasse. In Greonterp verkeerde hij in een isolement, de mensen daar begrepen niets van hem. In 1971 kwam het tot een breuk met Teigetje en Woelrat, met wie hij samenwoonde.” Reve vertrok naar Weert, en later naar Frankrijk. Het contact tussen Reve en Hillner werd allengs minder.

Aan het begin van de jaren zeventig liep in Duitsland de verkoop van poëzie en romans terug. “De maatschappij moest veranderd worden, romans waren uit de tijd. Uitgevers waren niet langer bereid geld te investeren in vertalingen. In 1974 ben ik docent geworden aan het instituut voor vertaalwetenschap aan de UvA. Twee jaar geleden ben ik vervroegd uitgetreden omdat het instituut werd opgeheven.” Heeft hij nu weer vertaalplannen? “Een boek dat ik graag zou willen vertalen is Het land van herkomst van Du Perron. Het probleem is dat ik bijna niemand meer ken bij de uitgeverijen.”

Hillner neemt niet zonder weemoed afscheid van zijn collectie. “Het is toch een gedeelte van m'n leven. De collectie moet in ieder geval in Nederland blijven, want het is van grote documentaire waarde. Het geeft een beeld van de eerste golf Nederlandse literatuur die in Duitsland doorbrak, bijna twintig jaar voor de tweede golf, die begon met de Frankfurter Buchmesse van 1992.” Hillners vrouw vond bij het opruimen nog een doosje met een door Reve gesigneerde injectiespuit. Deze zal, naast een vijf liter jerrycan met 'heilig water' uit de Fontaine Miraculeuse en de prachtige brieven, manuscripten en opdrachtexemplaren, de verzamelaars ongetwijfeld in vervoering brengen.

    • Martijn Meijer