Van geslagen hond tot nederig staatsman

Voor de Amerikaanse televisie ontkende president Clinton twee keer dat hij een relatie had met Monica Lewinsky. Het ging hem niet gemakkelijk af.

WASHINGTON, 18 AUG. Het was gisteravond de derde keer dat president Clinton het Amerikaanse volk per televisie toesprak over zijn verhouding met Monica Lewinsky. Sinds het schandaal zeven maanden geleden in de openbaarheid kwam, is niet alleen de inhoud van zijn woorden veranderd, maar ook zijn lichaamstaal.

Op 21 januari, de dag waarop de wereld voor het eerst over Monica Lewinsky hoorde, leek het staatshoofd een geslagen hond, een schuldige schooljongen. In een televisie-interview met Jim Lehrer, van de publieke omroep PBS, leek de president onzeker, vermoeid en sloeg hij af en toe zijn blik neer. “Er is geen onbehoorlijke relatie”, zei hij, gevraagd naar berichten dat hij een verhouding met de voormalige stagiaire Monica Lewinsky zou hebben gehad.

“Geen onbehoorlijke relatie - wat bedoelt u daarmee?”, vroeg Lehrer. “Wel, ik denk dat u wel weet wat dat betekent”, zei de president aarzelend. “Het betekent dat er geen seksuele relatie is, een onbehoorlijke relatie, of enige andere onbehoorlijke relatie.” Zijn ondervrager hield nog aan:“U had geen seksuele relatie met deze jonge vrouw?” Zonder een spoortje verontwaardiging of verbazing over deze intieme vragen van de doorgaans keurige Jim Lehrer, antwoordde de president gelaten:“Er is geen seksuele relatie, dat is correct.” Tot slot voegde hij er nog een freudiaanse verspreking aan toe, al leek hij dat zelf niet te beseffen:“Wat ik probeer te doen is mijn natuurlijke impulsen beheersen, en weer aan het werk gaan.”

Vijf dagen later had het onzekere optreden van de president een krachtiger ontkenning nodig gemaakt. Zijn gebruik van de tegenwoordige tijd (“er is geen relatie”) was volgens veel commentatoren een doorzichtige uitvlucht en dus onvoldoende als ontkenning. Met behulp van zijn oude vriend Harry Thomason, een televisieregisseur uit Hollywood, studeerde Clinton een overtuigender ontkenning in. Op 26 januari, bij een persconferentie in het Witte Huis over onderwijsbeleid, was hij een verontwaardigde, vals beschuldigde vaderfiguur. Met een vooruitgestoken onderkaak, strenge ogen en een priemende wijsvinger zei hij in de camera's:“Ik wil dat jullie naar me luisteren. Ik had geen seksuele verhouding met die vrouw, Miss Lewinsky.” Dictie en mimiek waren overtuigend, maar de woorden “die vrouw” kwamen erg denigrerend over. Thomason zou later vertellen dat de president op het cruciale moment Lewinsky's naam even kwijt was, en daarom afweek van de voorbereide tekst.

Gisteren gaf Clinton zijn beste uitvoering. Hij sprak zelfverzekerd en keek voortdurend in de camera, ook toen hij erkende dat hij “mensen (had) misleid, zelfs mijn vrouw”, en dat hij een “cruciale beoordelingsfout” had gemaakt. Het was een biecht, maar de president ging niet door het stof. Hier stond niet een verdachte, of een handige advocaat, maar de president van het land, een serieuze staatsman die een fout erkende. De nederige schuldbekentenis was overigens aangelengd met een forse dosis vastberadenheid en woede.

De toon van de rede was vanaf de eerste zinnen niet klein of verslagen, maar uitdagend. “Ons land is al te lang afgeleid door deze kwestie”, zei het staatshoofd alsof hij boven de partij stond. En hij sloot af met een geruststellend: “Bedankt voor het kijken. En goede nacht.” Hier sprak niet meer de in het nauw gedreven president, maar de ervaren politicus, die inspeelde op het hartgrondige verlangen van een meerderheid van de Amerikanen om deze zaak zo snel mogelijk af te sluiten.