Prins Charles naar Omagh; Eerste doden na aanslag begraven

OMAGH, 18 AUG. De eerste van de 28 slachtoffers die omkwamen bij de bomaanslag zaterdag in het Noord-Ierse Omagh, een anderhalf jaar oude baby en haar zwangere moeder, worden vandaag begraven.

De lichamen van de Spaanse jongen en zijn lerares, die ook omkwamen, zijn gisteren overgebracht naar Spanje.

Noord-Ierland rouwt. Ter nagedachtenis van de 28 dodelijke slachtoffers van de bomaanslag zijn in veel steden condoléanceboeken geopend waarin mensen hun steun kunnen betuigen aan de families. De kerkelijke leiders hebben vanochtend gezamenlijk opgeroepen om komende zaterdag een minuut stilte in acht te nemen om 15.10 uur, precies een week na de dodelijke explosie.

Vanmiddag brengt prins Charles een bezoek aan Omagh. Hij zal de plek van de aanslag bekijken en in het ziekenhuis spreken met enkele van de 217 gewonden. Tussen de vele uitingen van schok en verdriet van Britse, Ierse en internationale politici, is een opmerkelijke reactie van de Ierse Republikeinse Socialistische Partij (IRSP), die wordt beschouwd als de politieke vleugel van de INLA, de Irish Nationalist Liberation Army. In een officiële verklaring heeft de partij zowel de INLA als de overige terreurbewegingen opgeroepen om het gebruik van geweld af te zweren. “Geweld dient geen doel meer, wij moeten het vredesproces steunen”, aldus de verklaring. De INLA heeft evenals twee andere afsplitsingen van het Ierse Republikeinse Leger het geweld nog niet afgezworen. De INLA zou volgens Britse veiligheidsdiensten regelmatig samenwerken met de 'Real IRA', die verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslag.

In Noord-Ierse ochtendkranten schrijft de Britse premier Blair dat de voormalige IRA en zijn politieke vleugel Sinn Féin niets te maken hebben met de bomaanslag van zaterdag. Voor het eerst ooit haalde Sinn Féin-leider Gerry Adams zondag dan ook onmiddellijk in felle bewoordingen uit naar de daders. Hij noemde de aanslag barbaars.

Ondertussen wordt de grenscontrole tussen Ierland en Noord-Ierland deze week al verscherpt om nieuwe terroristische aanslagen te voorkomen. Tijdens een bezoek aan Omagh gisteravond zei de Britse minister voor Noord-Ierland, Mo Mowlam, dat ze niet zou rusten tot “deze beesten zijn gepakt”. Mowlam overweegt om, in overleg met de Ierse regering, het lidmaatschap van een verboden organisatie strafbaar te maken.

De jacht op de vermoedelijke daders, IRA-dissidenten die zich de Real IRA noemen, wordt in Noord-Ierland opgevoerd. Mowlam schatte het aantal leden de Real IRA gisteren op 30 mensen.

In de omgeving van Omagh arresteerde de politie gisterochtend vijf jonge mannen in verband met de aanslag. Zij worden nog steeds verhoord. Eén van de jongens is de zoon van Francis Mackey, een gemeenteraadslid in Omagh. Makey is gekozen namens Sinn Féin, maar verzet zich tegen het vredesakkoord dat ook door Gerry Adams is ondertekend. Mackey is woedend over de arrestatie, volgens hem was zijn zoon op zijn werk tijdens de aanslag. Hij noemde de aanslag een “tragedie”, maar weigerde de daders van de aanslag openlijk te veroordelen.