'Oude Afrikaanse wijze' leidt 'pan-Congolese' tegenregering

Na twee weken van politieke improvisaties, die bekommerde waarnemers van het Congolese drama begonnen te verontrusten, heeft de militaire rebellie tegen president Kabila zich afgelopen weekeinde een staatsmanspak aangemeten.

ROTTERDAM, 18 AUG. In Goma, de oostelijke stad aan de grens met Rwanda, waar de opstandelingen begin augustus hun eerste militaire succes boekten, diende zich zondag een team Congolese academici en (ex-)politici aan dat bereid is het machtsvacuüm te vullen dat ontstaat als Kabila uit de hoofdstad Kinshasa wordt verdreven.

De groep noemt zich 'Congolese Coalitie voor Democratie', in het Frans - de voertaal in het qua etnische en regionale achtergrond veelkleurige gezelschap - afgekort tot 'RCD'. Voor het doopceel van de leden moeten we te rade gaan bij de in Congolese zaken steeds goed geïnformeerde zuiderburen. De Belgische dagbladen De Standaard en Le Soir publiceren vandaag interessante bijzonderheden over herkomst en antecedenten van de RCD-leden, die poseren als een heuse schaduwregering.

Eerste man en daarmee 'het gezicht' van de groep is professor Ernest Wamba dia Wamba (56), filosoof en historicus, die geschiedenis doceert aan de universiteit van Dar es-Salaam, Tanzania. Hij is geboren in de westelijke provincie Beneden-Congo. Toen kolonel Mobutu in 1965 de macht greep in Congo, verliet Wamba het land, samen met andere aanhangers van 's lands eerste premier, Patrice Lumumba, die op last van Mobutu was vermoord. Toen hij aan het begin van de jaren tachtig terugkeerde naar (toen) Zaïre, om onderzoek te doen naar de oppositiebewegingen van de jaren 1963-1969, werd hij gearresteerd. Hij bracht een maand in de cel door, daarna een jaar onder huisarrest en nam vervolgens opnieuw de wijk naar het buitenland. Sindsdien woont hij in Dar es-Salaam. De Belgische auteur Marc Colpaert noemt Wamba een “oude Afrikaanse wijze, die goed luistert, zich laat inspireren door de basis en voorstander is van decentralisering”.

Als gerespecteerd afrikanist onderhoudt Wamba zowel in als buiten Afrika contacten op hoog niveau. Hij is adviseur van ex-president Julius Nyerere van Tanzania en maakte afgelopen jaar deel uit van een informele groep deskundigen die werd samengesteld door de Amerikaanse hoogleraar Hubert Weiss om de ontwikkelingen in Congo te volgen voor de Verenigde Naties, en waarschijnlijk ook voor de beleidsmakers in Washington. Volgens De Standaard speelde hij een rol bij de uitverkiezing van de lumumbist Laurent-Désiré Kabila als het Congolese gezicht van de door Rwanda gesteunde opstand van Congolese Tutsi's, die in oktober 1996 uitbrak in Oost-Congo. Wamba zou Kabila voor het eerst hebben ontmoet in de jaren tachtig en verzocht hem in 1996 om zich aan te sluiten bij de opstandelingen in Goma. Daar werd in oktober de Alliantie van democratische krachten voor de bevrijding van Congo-Zaïre (ADFL) gesmeed, waar Kabila's revolutionaire partijtje deel van uitmaakte.

In maart 1997, aan de vooravond van Kabila's intocht in Kinshasa, zei Wamba in een vraaggesprek diens opmars te beschouwen als “een van de wegen die het democratiseringsproces in mijn land vooruit kunnen helpen”, maar hij sloot zich niet aan bij de nieuwe machthebbers. Een week voordat de jongste rebellie uitbrak, zei Wamba tegen De Standaard het niet uitgesloten te achten “dat Kabila zijn eigen vertrek organiseerde” toen hij alle Rwandese militairen gelastte Congo te verlaten. Tijdens een recente studiebijeenkomst in België noemde de historicus de bevrijdingsoorlog van Kabila “slechts voor de helft geslaagd”. “Mobutu is weg”, zei Wamba, “en excessen zoals het lastig vallen van burgers (door militairen) zijn verminderd. Maar de hervorming van het staatsapparaat heeft nog niet plaatsgehad. De president is een onvoorspelbare man, die verdeelt. De regering neemt geen verantwoordelijkheid, maar handelt naar de invallen van Kabila”. De ADFL noemde Wamba “mobutisme in het klein”.

De groep-Wamba afficheert zich nadrukkelijk als breed en 'pan-Congolees' om de vooralsnog sterke indruk weg te nemen dat de opstand tegen Kabila het werk is van een 'Tutsi-coalitie'. Le Soir wijst er vandaag op dat het team zich dezelfde naam heeft aangemeten - 'RCD' - als een groep Congolese ballingen in Duitsland, die contacten onderhoudt met mobutistische kringen in België en Frankrijk en ook met gewezen generaals van Mobutu als Nzimbi en Baramoto. Die laatste twee werden eerder dit jaar door de Zuid-Afrikaanse geheime dienst betrapt op complotteren tegen Kabila en hebben naar verluidt wapens gekocht in Moskou. Eerder dit jaar zou een delegatie van deze 'Europese' RCD zijn ontvangen in de Rwandese hoofdstad Kigali. Of de naam die Wamba en de zijnen hebben gekozen toevallig overeenkomt met die van deze mobutisten, is niet duidelijk.

Wamba presenteerde zijn team zondag in Goma. Vice-voorzitter is Moïse Nyarugabo, een Congolese Tutsi die tijdens Kabila's opmars naar Kinshasa diens privé-secretaris was. Woordvoerder is Jacques Depelchin, een 'lumumbist van het eerste uur', gewezen kabinetschef van de secretaris-generaal van de ADFL.

Het dagelijks bestuur van de RCD bestaat uit zeven leden en wordt geleid door professor Lunda Bululu, een Katangees van origine, die aan het begin van de jaren negentig korte tijd diende als premier onder Mobutu. Een ander prominent lid van dit 'directoraat' is de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Kabila, de Congolese Tutsi Bizima Karaha. Twee plaatsen zijn ingeruimd voor militairen, onder wie de commandant van de rebellen, Jean-Pierre Ondekane, ex-officier in het leger van Mobutu.

De RCD beoogt “een opening naar alle sociale en politieke krachten van Congo” en verwerpt in zijn eerste verklaring “een politiek van uitsluiting en tribalisme, zoals in praktijk gebracht door Kabila”. Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar de recente 'zuivering' in Kabila's regering en leger van vooraanstaande Tutsi's en diens gebleken voorkeur voor mede-Baluba uit Katanga.