N-Korea werkt wellicht weer aan kernwapenprogramma

NEW YORK, 18 AUG. Amerikaanse inlichtingendiensten hebben in Noord-Korea een groot ondergronds complex ontdekt waarvan ze geloven dat het kan dienen als het hart van een geheim kernwapenprogramma. Dat heeft The New York Times gisteren gemeld.

De Amerikaanse regering vreest dat het complex deel uitmaakt van een poging van Noord-Korea om het in 1994 bevroren kernwapenprogramma van het regime in Pyongyang te hervatten. In 1994 zette Pyongyang een punt achter het programma in ruil voor Westerse hulp ter waarde van zes miljard dollars.

De Noord-Koreaanse regering heeft later de Verenigde Staten verweten in gebreke te zijn gebleven bij de naleving van de bepalingen van het akkoord van 1994, omdat het Congres geen toestemming heeft gegeven voor de leveranties van een half miljoen ton brandstof per jaar aan Noord-Korea. Die brandstof moest Noord-Korea in staat stellen een groot project voor de opwekking van elektriciteit te voltooien. Pyongyang heeft recentelijk gedreigd het akkoord van 1994 te negeren als het de beloofde brandstof niet krijgt.

Volgens de niet met name genoemde informanten van The New York Times hebben spionagesatellieten een complex gefotografeerd waar duizenden arbeiders aan het graven zijn. Het complex ligt veertig kilometer ten noordoosten van Yongbyon, waar Noord-Korea voor 1994 genoeg plutonium bijeen bracht om zeker zes kernbommen te maken. Er zijn volgens de informanten van het blad geen bewijzen dat de Noord-Koreanen zijn begonnen met de bouw van een reactor of een fabriek waar van kernafval voor kernwapens geschikt plutonium kan worden gemaakt.

De woordvoerder van het Witte Huis, Mike McCurry, wilde gisteren de melding van The New York Times niet bevestigen of tegenspreken. Technisch gesproken bestaat er volgens McCurry geen bewijs dat Noord-Korea het akkoord van 1994 naast zich neer legt.

Hij zei wel dat de Amerikaanse regering zich serieus zorgen zou maken als zou blijken dat Pyongyang het akkoord van 1994 inderdaad niet meer nakomt. (Reuters, AFP, AP)