Een beetje berouw

Opblijven leek me overdreven, te meer daar gisteravond nog niet eens precies bekend was hoe laat Bill Clinton zich, in de slaperige woorden van Joop van Zijl, “tot het Nederlandse volk zou richten, maar natuurlijk toch in de eerste plaats tot het Amerikaanse volk”. Dus de video geprogrammeerd en vanochtend vroeg alsnog gezien hoe de president in zijn netste begrafenispak de natie toesprak.

Het kost me altijd moeite de man te geloven, ook als hij het niet over stagiaires heeft - door zijn wegkijkende ogen en zijn ietwat slepende stem weet hij er zelden retorisch vuurwerk van te maken. Maar voor zijn doen was het deze keer niet slecht: een beetje berouw, een beetje vrouw, kind en God, een beetje zorgelijkheid, een snufje op-naar-de-toekomst en dat alles in een minuut of vijf.

Het was de nogal fletse apotheose van de avond van het Vergeefse Wachten. Eerst de aanloop naar het moment waarop de ondervraging van de president zou beginnen (Here is a live shot of the White House! galmde CNN, alsof zoiets nog nooit in de geschiedenis van de televisie was vertoond) en in de loop van de avond telkens weer de mededeling dat het verhoor nog gaande was. Misschien kwam het door die ronkende opwarmerij, dat de anticlimax onvermijdelijk was: bij zo veel ophef ontstaat immers al gauw de indruk dat de ondervraging ook rechtstreeks en onverkort zal worden uitgezonden. En dat was natuurlijk niet het geval.

Intussen had de Nederlandse televisie vier correspondenten in de buurt van het Witte Huis gestationeerd: Max Westerman (RTL Nieuws) en Gerard van der Wulp (NOS Journaal) in het gras en Jan Driessen (Netwerk) op een balkon. Alleen van Charles Groenhuijsen (Nova) was niet helemaal duidelijk waar hij zich precies bevond: zijn lokatie zag eruit als de receptie van een groot kantoorgebouw.

Van hen had Driessen nog het meest zijn best gedaan om met een eigen reportage te komen. Een beetje bozig noemde hij deze vertoning “een feestdag voor rechts-conservatief Amerika” en aan een juriste, die net een boek over Clinton had geschreven, legde hij de verontwaardigde vraag voor of Clinton niet het volste recht had te liegen over zijn privé-leven. Haar antwoord was intrigerend: een president heeft het recht te liegen over troepenbewegingen in een oorlogssituatie en over onderhandelingen bij een gijzeling, maar niet over een kwestie als deze. Helaas kwam het er verder niet van daarover dóór te praten, want zo'n Netwerk-reportage moet nu eenmaal wel flitsend blijven.

Groenhuijsen stond er, zoals wel vaker, bij alsof hij de grootste moeite had zijn lachen te houden. Hij wordt altijd een beetje giechelig van deze affaire en trekt voortdurend zijn schouders op met zo'n gezicht van: ik kan er ook niks aan doen dat ik me met deze malligheid bezig moet houden. En dat de president zo langdurig met advocaten had geconfereerd alvorens het verhoor in te gaan, vond hij óók maar gek. Clinton had toch beloofd dat hij de waarheid zou spreken? Nou, dan kon Groenhuijsen er met zijn verstand niet bij. “Als iemand mij de waarheid vraagt,” zei hij misprijzend, “hoef ik daar niet zo lang over na te denken.”

Van der Wulp kwam, na een commentaartje in het NOS-Journaal van 8 uur en een samenvatting-van-het-voorafgaande die om 10 uur ongewijzigd werd herhaald, pas echt in actie in het nachtelijke halfuurtje dat de NOS had ingericht rondom de toespraak. Joop van Zijl had echter ook de welbespraakte Maarten van Rossem aan tafel, waardoor de man in Washington - alleen met pasfoto en stem - danig naar de marge werd gedreven, als een te verwaarlozen figuur die niets te zeggen had wat niet minstens even goed door Van Rossem kon worden opgemerkt. Ik heb van Van der Wulp alleen onthouden hoe hij het woord 'vergiffenis' verhaspelde tot het freudiaanse 'vergissenis'.

En nu is er geen ruimte meer om Nova te prijzen voor de vasthoudendheid in onze eigen Srebenica-kwestie, en kapitein Rutten voor het indrukwekkende understatement in zijn uitlatingen.

Maar die zaak wordt vervolgd, dat kan niet anders.