Boeken en patat

Toen ik op 7 augustus in deze krant een pleidooi hield tegen de vaste boekenprijs, blonk dit uit door een 'gebrek aan kennis', 'een meer dan modale incoherentie' en 'volstrekte onzin'. Verder 'sla ik de plank mis, even resoluut als volledig', 'sla ik flaters', en heb ik 'niet goed opgelet'. Maar gelukkig is daar Bastiaan Bommeljé, strijder tegen onrecht in het algemeen, en de patateconomie en de afschaffing van de vaste boekenprijs in het bijzonder (NRC Handelsblad, 11 augustus).

Weliswaar kent Bommeljé mij niet, toch meent hij te weten dat ik geen verstand heb van boeken, en er wel nooit een zal lezen. Behalve met modder te gooien, voert hij slechts twee relevante argumenten aan, die geen van beide overtuigend zijn.

Ten eerste kan het afschaffen van de vaste boekenprijs inderdaad de nekslag zijn voor verlieslijdende boekwinkels en uitgeverijen 'buiten de grachtengordel'. Maar is het echt zo erg dat boekhandels verdwijnen van het platteland? Niet voor de klanten, lijkt me. Zij die alleen maar boeken willen kopen kunnen dat via Internet doen, en alleen zij die willen snuffelen in boekwinkels zullen voortaan naar de stad moeten. Onrechtvaardig? Misschien wel, net zo goed als het oneerlijk is dat je op het platteland voor hetzelfde geld een meer dan twee keer zo groot huis krijgt dan in de stad, en bovendien veel minder last hebt van bijvoorbeeld vervuiling en geluidsoverlast.

Ten tweede, de Britse ervaringen met de liberalisering in de boekenbranche zijn inderdaad niet onverdeeld gunstig. Maar zolang bijvoorbeeld niet duidelijk is waarom Britse uitgeverijen meer bleven produceren, hoewel de markt daaraan duidelijk geen behoefte had, kan het Britse voorbeeld niet klakkeloos op Nederland van toepassing worden verklaard.

De vaste boekenprijs is “[...]een beargumenteerde keuze tussen twee kwaden”. Het minste kwaad is kennelijk dat consumenten te veel voor hun boeken betalen, het grootste dat er een paar uitgeverijen en boekhandels failliet gaan en mensen als Bommeljé hun baantje verliezen. Het zou hem gesierd hebben als hij dat eerlijk toegaf, in plaats van 'het culturele klimaat in de samenleving' en 'de geestelijke volksgezondheid' er met de haren bij te slepen.