Belgrado wil overleg Kosovo snel hervatten

BELGRADO, 18 AUG. De Joegoslavische regering heeft de leiding van de Albanese gemeenschap in Kosovo opgeroepen het overleg over een oplossing van de crisis en over de toekomst van Kosovo vandaag nog te hervatten.

Het voorstel was vervat in een brief van de leider van de Joegoslavische onderhandelingsdelegatie, Ratko Markovic, aan de leider van de vorige week nieuwgevormde Albanese onderhandelingsdelegatie, Fehmi Agani. Die delegatie had zich vorige week bij de vorming bereid verklaard “zo spoedig mogelijk” het in juni afgebroken overleg te hervatten, op voorwaarde althans dat er, in overeenstemming met de eis van de internationale gemeenschap, een eind zou worden gemaakt aan het militaire offensief van de Serviërs in Kosovo.

In zijn brief aan Agani reageerde Markovic positief op Agani's voorstel en stelde hij voor de onderhandelingen vandaag in de hoofdstad van Kosovo, Priština, te hervatten. De Albanezen lieten vanochtend weten pas te willen reageren na overleg, vandaag, met de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill, de ambassadeur van de VS in Macedonië.

Hill zelf besprak gisteren in Belgrado de Kosovo-crisis met de Servische president Milan Milutinovic en met de Joegoslavische vice-premier Nikola Šainovic, een vertrouwensman van de Joegoslavische president Miloševic. Na afloop zei Hill in een verklaring dat het probleem-Kosovo alleen met politieke middelen kan worden opgelost en uitte hij de hoop dat de onderhandelingen zo spoedig mogelijk kunnen worden hervat.

De onderhandelingsdelegatie van de Albanezen bevat geen vertegenwoordigers van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, dat het Servische regime in Kosovo bestrijdt. Het Bevrijdingsleger heeft een uitnodiging om zitting te nemen in de delegatie zelfs niet beantwoord. De politicus die eind vorige week is gevraagd voortaan als politiek vertegenwoordiger van het UÇK op te treden, Adem Demaçi, heeft een soortgelijke uitnodiging afgewezen met het argument dat de delegatie “nog miserabeler” is dan de vorige Albanese delegatie, die na het afbreken van de dialoog met de Serviërs werd ontbonden.

Internationale mensenrechtenorganisaties hebben gisteren opnieuw gewaarschuwd voor de noodsituatie waarin tienduizenden Albanese vluchtelingen in Kosovo - slachtoffers van het Servische offensief tegen het UÇK en de 'etnische zuiverigen' - zich bevinden. Gisteren trof een team van de VN-hulporganisatie UNHCR in een vallei ten westen van Decani twintigduizend vluchtelingen aan die daar al geruime tijd verblijven en die geen enkele vorm van hulp ontvangen. Het in Priština verschijnende Albaneestalige blad Koha Dritore schatte het aantal vluchtelingen in de vallei zelfs op veertigduizend. In totaal zijn meer dan 200.000 mensen in Kosovo - meer dan tien procent van de bevolking - op de vlucht geslagen voor het geweld. (Reuters, AP)