Afkomst

Een dezer dagen overleed Schnittke, groot Russisch componist. Paul Luttikhuis schreef een korte necrologie, waarin een paar woorden gewijd waren aan zijn afkomst, en noodzakelijkerwijs de afkomst van zijn ouders, want Rus zijn en Schnittke heten roept vragen op. Alfred Schnittke dan 'werd geboren in 1934 in Engels, een stadje aan de Wolga. Zijn Duitse vader was van joodse afkomst en emigreerde in 1926 naar Rusland, waar hij trouwde met een Wolga-Duitse.'

Het gaat mij om het woordje 'joodse' en in het bijzonder de eerste letter ervan, de kleine j. Chopin was van Frans-Poolse afkomst, Schnittke sr was, behalve van joodse, van Duitse afkomst en hij trouwde met een Wolga-Duitse. Ze had ook een Sudeten-Duitse kunnen zijn. Hijzelf had ook van katholieke of lutherse afkomst kunnen zijn; allemaal kleine letters.

Hoofdletters duiden in dit verband op geografische vastigheid. Je hebt joden en Arabieren. Terwijl joden in Israel Israeliërs heten. De kleine letter geeft aan: spreiding over diverse landen, zoals bedoeïenen verspreid leven over andermans grond. Net als de zigeuners. Daarentegen heb je Eskimo's, die weliswaar niet een eigen land bewonen, maar wel eigen grond (water, ijs), het zijn geen nomaden.

Joden zijn nomaden, met een merkwaardig talent op de pleisterplaatsen geschiedenis te schrijven. Het is boeiend, voor een latere jood, na te gaan waar zijn voorouders 'gezeten' hebben. Het epitheton 'van joodse afkomst' staat garant voor een kleurrijke historie.

Zulke vertelde geschiedenissen zijn doorgaans mooier dan de werkelijkheid. Niet iedereen is een jood en met het krijgen van kinderen uit gemengde huwelijken wordt men van 'een jood' iemand 'van joodse afkomst'. Alfred Schnittke was minder een jood dan zijn vader en volgens de orthodoxe wetten, zoals bekend, was hij helemaal geen jood.

Om jood te zijn moet je moeder jodin zijn. Daar is iets voor te zeggen. Het zijn de moeders die de kinderen krijgen. Wie de vader is, is een eeuwenoude vraag. Dat een nazaatregeling zich baseert op het vrouwelijke ritme is volkomen begrijpelijk.

Een man heeft geen ritme. Een man heeft een naam. Dat is zijn manier om garant te staan voor de zuiverheid van het ras. Als hij een vrouw trouwt, krijgt zij Zijn naam toegevoegd en krijgen hun kinderen Zijn naam. De eeuwen verlenen die naam glorie en glans. Stel dat je Johan Sebastiaan Bach heet, of Michiel de Ruyter, of Jan Steen. Volg het spoor terug en je ontdekt: ik ben een nazaat.

Friedrich Nietzsche had geen nazaten. En hij was geen jood, zelfs niet van joodse afkomst. Hij was afkomstig, generatiesdiep, uit een luthers predikantengeslacht, kleine l, kleine p, verspreid door de tijden heen over Saksen, Thüringen en Schwaben. Hij onderscheidde zich als Sakser niet van de andere Saksers en hij onderscheidde zich niet door zijn geloof. Hij onderscheidde zich, zo stelde hij zich als jongetje voor, door zijn avontuurlijke afkomst. Die afkomst was kenbaar door een specifieke spelling van zijn naam: die van de Poolse edelman Nietzky. Dat gaf kleur aan zijn kinderbestaan.

De mooiste namen zijn de meisjesnamen - van vroeger. Ik lees de overlijdensadvertenties in het Nieuwsblad van het Noorden en zie aan de namen alleen al dat ze op leeftijd waren: Zwaluwina, Meiskelina, Herderina. We noemden haar Wien, Lien en Ien. Jammer dat hun ware namen - nooit gebruikt, nooit eens geroepen - verloren zijn gegaan.

(Acht dagen geleden kon u op deze plaats lezen over meneer Kuypers die vindt dat je 'jood' met een Hoofdletter moet schrijven. Ik had mijn column hierboven al klaar en was niet van plan een nieuwe te schrijven of me er mee te bemoeien. Geheel toevallig is dit voorlopig ook mijn laatste bijdrage aan de Achterpagina. Verplichtingen elders nopen mij m'n werkzaamheden voor deze krant te beëindigen. Zij die mij trouw gelezen hebben - dank u zeer. Ik heb het gevoeld, elke keer.)