Water bedreigt olievelden in Noord-China

PEKING, 17 AUG. In de noordoostelijke Chinese provincie Heilongjiang is zaterdag een tweede dijk gebroken die de 2,3 miljoen inwoners tellende stad Daqing en de nabij gelegen olievelden moest beschermen tegen het water van de Nen-rivier. Het water wordt nu door nog slechts één dijk tegengehouden.

Tienduizenden soldaten zijn ingezet om de dijk met zandzakken te verstevigen. Over een lengte van vijf kilometer is de dijk twee meter verhoogd. Volgens het persbureau Nieuw China moet de dijk met ten minste nog eens twee meter worden verhoogd. De officier die de verdediging van de dijk leidt sprak van een strijd “op leven en dood”.

De olievelden van Daqing verzorgen de helft van China's olieproductie. Ruim duizend van de in totaal 25.000 olieputten zijn overstroomd door het water. 527 zijn buiten bedrijf gesteld. De olieproductie is hierdoor met 53.000 vaten per week gedaald. 11.600 arbeiders van de olie-industrie zijn met hun gezinnen vast komen te zitten zonder stroom, voedsel en water.

Nabij Harbin, ten oosten van Daqing, zijn 52 Siberische tijgers geëvacueerd voor het het stijgende water van de Songua-rivier. Verder naar het oosten in Binnen-Mongolië is de Ulyji Muren-rivier buiten haar oevers getreden, waardoor meer dan 70.000 mensen moeten worden geëvacueerd.

In het zuiden en midden van China bereikte het water in de rivier de Yangtze vandaag bij de stad Shashi 45,22 meter, de hoogste stand tot nu toe. Meteorologen hebben voor vannacht zware regenval voorspeld. Gevreesd wordt dat opnieuw dijken moeten worden doorgestoken om te voorkomen dat grote steden langs de rivier onder water komen te staan. (Reuters, AP)