Spiritueel heerser in zijn eigen koninkrijkje

Ronald Jan Heijn (38) is niet alleen een voormalig tophockeyer, maar ook de grote man van Oibibio, 'spiritueel centrum' in Amsterdam. Wie hem probeert te begrijpen kan moeilijk om zijn vader heen die werd ontvoerd en vermoord.

Tijdens de Champions Trophey hockey van 1981 in Karachi wilde Ronald Jan Heijn, toen linksbuiten in het Nederlands hockeyelftal, per se lopen van het hotel naar het veld. Zijn teamgenoten in de spelersbus begrepen er niets van. “Het was daar bloedheet”, herinnert zich ex-international Roderik Bouwman. Maar Ronald Jan moest en zou. “Om alvast warm te worden.”

Als Ronald Jan Heijn iets in zijn hoofd heeft, houdt niemand hem tegen. De zoon van de in 1987 ontvoerde en vermoorde Gerrit-Jan Heijn, komt daardoor soms in de problemen.

Zoals bij Oibibio, het 'spirituele centrum' dat hij in 1992 oprichtte. Het moet een wereldwijd “netwerk van bewustwording” worden, maar tot dusver heeft het kapitale pand aan de Prins Hendrikkade met ruim honderd werknemers alleen nog geld gekost. Onlangs openden acht exmedewerkers publiekelijk het vuur op het leiderschap van Heijn in het dagblad Trouw. Heijn zou een warrig zakelijk beleid voeren en critici de mond snoeren. Prompt kregen zijn ex-werknemers een brief waarin Heijn dreigt met juridische stappen.

Het succes van de vader van Ronald Jan, Gerrit-Jan Heijn en diens broer Albert, was dat zij exquise levensmiddelen toegankelijk maakten voor een groot publiek. Ronald Jan zegt met Oibibio hetzelfde na te streven, maar dan op het geestelijke vlak.

Maar het grote publiek heeft Oibibio nog niet ontdekt. Het eetcafé en de sauna lopen goed. Maar voor de cursussen en lezingen - waar het Heijn om gaat - is weinig animo. Ook de bussiness-afdeling, waar bedrijven cursussen kunnen boeken, loopt niet. De samenwerking tussen natuurgenezers en gewone artsen die Heijn nastreefde, is niet van de grond gekomen. Uit de jaarverslagen blijkt dat Oibibio sinds 1992 jaarlijks zo'n vijf miljoen gulden verlies lijdt. Ook dit jaar is er geen winst. Heijn dicht de gaten met geld uit zijn erfenis en met tot nu toe tien verhogingen van de hypotheek op het pand.

Zijn jeugd in Bloemendaal was niet echt gelukkig, zegt Heijn. In zijn familie met een oudere zus en een jongere zus en broer, was hij altijd een beetje een uitzondering. “Ze zagen mij als de filosoof die je niet in het bedrijfsleven moest stoppen.” Zijn praktisch ingestelde moeder, die de opvoeding op zich nam, had volgens hem niet altijd begrip voor zijn gevoelsleven. Zijn vader, die vaak afwezig was, gaf hem niet de erkenning waar hij naar hunkerde. “Voor mijn gevoel schoot ik vaak tekort.”

Het was voor Ronald Jan een grote opluchting toen hij op 21-jarige leeftijd Bert van Riel ontmoette, ex-radioradar-deskundige en een alternatieve geneesheer. Van Riel wees hem erop dat de rugblessure die hij met het hockeyen had opgelopen, geen fysieke maar een geestelijke oorzaak had. Van Riel was de eerste die respect toonde voor de zielenroerselen van Ronald Jan. Tot op de dag van vandaag beschouwt hij Van Riel als één van de weinigen die hem begrijpen. Het feit dat Van Riel tijdens de ontvoering van Gerrit Jan Heijn onjuiste aanwijzingen over diens verblijfplaats gaf, heeft het vertrouwen in hem niet geschaad. Ronald Jan: “Als heel paragnostisch Nederland zich stort op zo'n ontvoering, is er te veel ruis op de lijn.”

Volgens oude hockeymaten was Ronald Jan sociaal, maar ook een eenling. “Je zag wel dat hij meer over het leven nadacht dan wij”, zegt Roderik Bouwman. In het krat bier van het elftal na de wedstrijd stond altijd één flesje chocomel. Voor Ronald Jan. Ook in zijn spel liet hij zich niet meeslepen door de groep. Je moest bij de “fluwelen technicus” in een wedstrijd niet aankomen met de aanmoediging dat 'de beuk er in' moest, als het elftal achter stond, zegt Bouwman. “Dat begreep hij niet.”

Heijn behoort tot de kleine groep Nederlanders die eind jaren zeventig al de surfplank uitprobeerden. Met de plank op het dak van de auto van moeder Heijn met een stel vrienden naar Zwitserland, de Côte d'Azur en Spanje. Geen wilde nachten met drank en vrouwen, maar woordspelletjes, vertelt jeugdvriend en elftalgenoot Hendrik-Jan Kooijman. Ze lazen ook voor uit de bundel 'Broodje Aap' van Ethel Portnoy, gekke verhalen waarvan menigeen aanneemt dat ze echt gebeurd zijn. Typisch Ronald Jan, zegt Kooijman.“Hij had altijd gekke ideetjes.” Het was volgens hem een zorgeloze tijd. De familie Heijn was een hartelijk gezin waar iedereen altijd welkom was. Moeder Heijn filmde de hockeywedstrijden en kookte voor het hele elftal.

Altijd weer die vraag: vinden mensen mij aardig om wie ik ben of om mijn achternaam? Op zijn 21ste ging Heijn in psychotherapie. “Voor de buitenwereld leek ik succesvol, maar ik had een negatief zelfbeeld.” Hij kwam erachter dat hij in belangrijke mate wilde presteren voor zijn vader. “Toen ik dat eenmaal wist, was het met het hockey snel afgelopen.” Zijn vrienden van vroeger verbaasden zich erover dat hij stopte met hockeyen in zijn beste tijd. Hij was toen 26 jaar. Kooijman kijkt er nu ook van op dat Heijn zegt dat hij zich destijds ongelukkig voelde. “Wij hebben dat nooit gemerkt.”

Heijn is een gevoelsmens, zegt hij zelf. Misschien dat hij daarom zo heftig reageert op tegenslagen. Heijn was volgens Kooijman hevig teleurgesteld toen de coach van het Nederlands elftal, Van Heumen, aanvankelijk treuzelde om hem en Kooijman op te stellen, omdat zij volgens hem nog te jong waren. “Ik vond het zelf ook erg jammer”, zegt Kooijman “maar zoals het hem raakte, dat begreep ik niet.” Heijn verdraagt het niet als andere mensen zijn plannen in de war sturen. Niet dat hij zichtbaar kwaad wordt. Kwaad worden ziet Ronald Jan als zwakte. Als hij weerstand ondervindt, wordt hij stil en onbereikbaar. Zijn jeugdvriend Kooijman herinnert zich een klein piepgeluidje dat op die momenten uit zijn keel kwam. Maar in de loop der jaren heeft hij wel een methode ontwikkeld om mensen die zijn ideeën tegenspreken, uit te schakelen. Wie dwarsligt, is kennelijk niet spiritueel genoeg.

In de spiritualiteit, die voorschrijft dat iedereen zijn eigen waarden heeft, voelt Heijn zich als een vis in het water. In een systeem waarin de individuele beleving als waarheid geldt, kan niemand zijn persoonlijke opvattingen betwisten. Ook het rationaliseren van emoties is aantrekkelijk voor Heijn, die zelf zegt uit een gezin te komen dat “niet sterk” was in het uiten van gevoelens. Door inzicht te verwerven in je emoties en die een plaats te geven in het grotere geheel van de spiritualiteit, komen ze minder hard aan. Zo zegt hij zelfs te berusten in de moord op zijn vader.

Met Oibibio heeft Heijn zijn eigen koninkrijkje gesticht. Als het om visie gaat, spreekt niemand hem tegen, vertelt Annemiek Hagens, directeur van Oibibio Amsterdam, “want Ronald Jan is daarin gewoon het beste”. Hagens, een goedlachse blonde vrouw van middelbare leeftijd, moeder van drie kinderen, is één van zijn weinige vertrouwelingen. Van huis uit ambtenaar, is ze gewend om ideeën van anderen uit te voeren, zegt ze. Ronald Jan is haar minister.

Op een spreadsheet legt Hagens Heijns theorie uit over het zogeheten 'DNA', bij haar weten de kern van zijn denken. Het zijn drie cirkels: 'visie', 'vertaalslag' en 'onderbouwing'. “Als die drie elementen er zijn, ben je lekker in balans.” Wat de visie dan is? “Dat kan van alles zijn”, zegt ze met een ontwapenende glimlach. Tegen de wand van het kantoor staan foto's van de jaarlijkse 'visie-dag' voor het personeel, vorig jaar in Nijmegen. Te zien is hoe Heijn bovenop een grote plastic bal klautert. De uitnodigingen voor de visiedag van dit jaar zijn al de deur uit. “Handdoeken mee” heeft Hagens erop geschreven.

In de wereld van Heijn draait alles om de individuele perceptie. Als iemand boos op je wordt, dan is dat zíjn probleem. Verwijten bestaan niet, ieder heeft zijn eigen waarheid en richt op grond daarvan zijn leven in. Heijn neemt zijn ouders niets kwalijk, zegt hij. Integendeel. “Ik ben ze dankbaar, de frustratie is een stimulans geweest om over de dingen na te gaan denken.”

Raadselachtig in zijn karakter is hoe Heijn zachtaardigheid combineert met hardheid. Jeugdvrienden herinneren zich hoe attent hij was, verjaardagen niet vergat en nooit kwaad sprak over anderen. Pim Fortuyn, die Heijn een jaar meemaakte als zijn persoonlijk secretaris bij de OV-Studentenkaart, was gecharmeerd van zijn vriendelijkheid. Maar hij “kan mensen als een baksteen laten vallen”, merkte Fortuyn. “Hij is hedonistisch-egocentrisch. Bij echt altruïsme schaad je je eigen belang, maar dat deed hij nooit.”

Heijn meent dat het mogelijk is om “liefdevol afscheid te nemen van mensen”, ook als hij iemand ontslaat. Zijn lichtblauwe ogen, lang grijzend haar en zachte stem doen niet vermoeden dat Ronald Jan hard kan zijn. Maar één van de therapeuten van wie Ronald Jan drie jaar geleden “liefdevol afscheid nam”, is nog steeds kwaad. Ze moest zomaar weg, zonder uitleg. Sinds de dreigbrief wil ze niet met haar naam in de krant. “Hij predikt de wetten van de liefde, maar kan ze niet in praktijk brengen”, zegt ze.

Naast spiritualiteit zijn spullen belangrijk voor Heijn. Als hockeyer was hij altijd bezig met accessoires. Zo had hij een doos met verschillende soorten noppen voor zijn schoenen.

Die kant van Heijn is voor veel mensen aantrekkelijk. Directeur Hagens houdt ook van “mooie dingen”, zegt ze. Ze was meteen onder de indruk van het prachtige gebouw van Oibibio. Ze werkt graag in een prettige omgeving - het trappenhuis, de kantoren en de zalen van Oibibio zijn ronduit luxe.

De spiritualiteit die Heijn uitdraagt, lijkt soms een excuus voor zelfzuchtigheid. Hij is ruimhartig totdat iemand dwarsligt. Zo voerde hij bij Oibibio een tijd lang een 'vergaderingsverbod' in. Werknemers hebben dit ervaren als een samenscholingsverbod. “Er waren geheime vergaderingen van mensen die dachten dat zij beter wisten welke kant het op moest”, zegt directeur Hagens. “Toen heeft Ronald Jan gezegd: het is potverdorie wel míjn bedrijf.”

Naarmate Heijn verder opging in zijn nieuwe ideeën, raakte hij meer verwijderd van zijn oude vrienden uit Bloemendaal. “Bij de opening van Oibibio heeft hij ons rondgeleid”, vertelt Kooijman. “In één van de kamers vertelde hij dat dit het punt was waar twee positieve meridianen bij elkaar komen. Toen stonden wij toch een beetje raar naar dat plafond te staren.”

Soms geeft de vasthoudendheid van Heijn in zakelijk opzicht problemen, zegt Hagens. Cursussen geven aan bedrijven zou een goudmijn kunnen zijn. Maar hij wil geen doorsnee Emile-Ratelband-sessies. “En de diepgang die hij wil, begrijpen de bedrijven weer niet”, zegt ze.

Heijn zegt dat hij op zijn vader lijkt, die samen met broer Albert een klein kruideniersbedrijf uitbreidde tot het wereldwijde Ahold-concern. Maar in zaken heeft Ronald Jan dat nog niet bewezen. Het milieu waar hij uit voortkomt, is eerder een handicap, zegt Pim Fortuyn. “Hij is er nooit op gespitst om fouten te voorkomen, omdat hij weet dat er altijd een vangnet is.” Ronald Jan is naïef, zegt Fortuyn. Hij vergelijkt hem met Marie Antoinette. Toen zij hoorde dat er in Parijs geen brood meer te koop was, zei ze: “Waarom eten ze dan geen cake?”

Heijn, vader van zes kinderen, zegt dat hij “geestelijk onafhankelijk” is van zijn “biologische” familie. Zijn “geestelijke familie” - bijvoorbeeld zijn (tweede) vrouw, Monique, en Bert Van Riel - is belangrijker voor hem. Maar hij heeft zijn 'biologische' familie wel meegesleept in de financiële perikelen van Oibibio. Zijn broer en een zus hebben “heel enthousiast” een paar miljoen gulden in Oibibio gestoken waar zij nog weinig van hebben teruggezien. Een “gevoelig punt”, zegt Heijn. Maar de tijd dat Oibibio uit het privé-vermogen van de familie put is voorbij volgens hem. Hij toont een brochure die particuliere beleggers voor Oibibio moet interesseren. Sommigen hebben al getekend. Ook is hij van plan om met zijn bedrijf naar de beurs te gaan.

Had zijn vader nog geleefd, dan was hij trots geweest op zijn zoon, weet Ronald Jan. De strijd voor erkenning is gestreden, meent hij. Het begon al toen Gerrit-Jan bereid bleek de studie Culturele Antropologie te bekostigen die Ronald Jan wilde volgen na Nijenrode en een paar jaar werken. “Dat was voor mij een teken dat hij mij respecteerde.” De laatste keer dat hij hem sprak, enkele weken voor zijn overlijden, had Heijn de indruk dat zijn vader zijn ideeën over spiritualiteit deelde. “Hij vond ook dat we op een keerpunt stonden, dat organisaties meer aandacht moeten hebben voor het individu.”

Na de dood van Gerrit-Jan Heijn, elf jaar geleden, werd de kloof tussen Ronald Jan en zijn jeugdvrienden manifest, vertelt Kooijman. “Wij zaten allemaal met hevige haatgevoelens jegens de moordenaar. Maar Ronald Jan zei dat je sympathie voor hem moest kunnen opbrengen. Toen begrepen we het echt niet meer.”

    • Daniela Hooghiemstra
    • Frederiek Weeda