Met de tram naar de toekomst

Lijn 28 hijst zich nog steeds piepend en krakend omhoog in de steile straatjes van oud-Lissabon. Alle raampjes staan open. De wind van zee waait naar binnen, evenals de geur van gebakken sardientjes en niet-geleegde afvalbakken. Als je je hand uitsteekt, kun je het wasgoed van de lijnen plukken.

Het koperwerk, de houten zittingen en de hanglussen doen denken aan lijn vijf, na de oorlog in Amsterdam. De bestuurder draait even fanatiek aan zijn stuurslinger. Net als toen snap ik niet hoe hij de snelheid doseert. Carreira 28 lijkt het tweelingzusje van de cable car in San Francisco, maar dan authentieker en zonder trossen toeristen. Waar kun je de kerken en de schepen in de haven beter zien dan vanaf het kleine achterbalkon, op weg naar Alfama en verder nog, naar het plein van Graca met zijn cervejaria's en kleine restaurantjes?

De Expo 98 is smetteloos in orde. Chapeau voor de Portugezen! Ze hebben in korte tijd het onmogelijke gepresteerd. Alles functioneert. De paviljoens ogen futuristisch in het scherpe licht langs de Taag. Binnen domineren hightech en mediaspektakel. Alleen de Scandinaviërs en Zwitsers laten wat ruimte voor verbeelding en humor. De Nederlandse inzending oogt zakelijk en degelijk. In elk geval beter dan het debacle van Sevilla.

Ook de metro is fonkelnieuw. Rijdt stipter op tijd dan lijn 28, waarvan er meestal twee kort na elkaar verschijnen en dan een hele tijd niet. Schijnt een kwestie te zijn van lang koffie drinken op het eindpunt. Net als het GVB in Amsterdam. Vroeger. Want onder directeur Testa gebeurt dat vast niet meer.

Even heb ik het visioen van lijn 28, die afdaalt naar het Expo-terrein en schurend en stotend al die witte paviljoens aandoet. Uitstappen waar je wilt. En na afloop weer terug naar Graca voor sardinhas assados met een fles vinho verde in plaats van een Big Mac met milkshake.