Katterig vertrek directeur Müller van filmfestival Locarno; Onafhankelijke filmmakers China indirect met prijs geëerd

LOCARNO, 17 AUG. Met een Gouden Luipaard voor de Chinese film Zhao Xiansheng van Lü Yue is zaterdag in het Zwitserse Locarno het 51ste filmfestival beëindigd. Het was, naar alle waarschijnlijkheid, ook het laatste onder het directeurschap van Marco Müller, die na zeven jaar afscheid nam van zijn publiek door een toespraak waarin hij zijn cinefiele beleid verdedigde. De jury van het festival, bij monde van voorzitter Robert Kramer, viel hem bij met een voor de scheidende directeur zeer vleiende verklaring.

Zhao Xiansheng is een, onder half-clandestiene omstandigheden in de Volksrepubliek China gedraaide, film over de crisis in de gezins- en erotische verhoudingen. Ofschoon de jury in Locarno haar oordeel niet nader toelicht, lijkt bij de bekroning bewondering voor de onversaagde onafhankelijke filmmakers in China in Locarno een rol te hebben gespeeld. Naar verluidt is binnen de jury een veldslag geleverd over de Franse film Sombre van Philippe Grandrieux, over een pathologische vrouwenmoordenaar die de liefde vindt.

Het Zilveren Luipaard in Locarno ging naar Raghs-e-khak (Dans van het stof), een Iraanse film van Abolfazi Jalili, een tekstloos drama over een nederzetting van baksteenbakkers op het Iraanse platteland. Een tweede Zilveren Luipaard ging naar de Kirgizische film Beshkempir van Aktan Abdikalikov. Bronzen Luipaarden voor acteerprestaties gingen naar de Spaanse actrice Rossy de Palma in de Franse film Hors jeu van Karim Dridi en de hoofdrolspelers van de Duitse film Kurz und schmerzlos van Fatih Akin. Een speciale juryprijs was er voor Vremja tantsora van de Rus Vadim Abrasjitov.

Op de valreep lanceerde het festival zaterdag nog een van zijn grote troeven: Fette Welt van de Duitser Jan Schütte. Het is een zonder enig pathos gemaakte speelfilm over zwervers in een Duitse stad. Schütte laat zien hoe dun de lijn is tussen het burgerbestaan en het zwerverschap. Juist dat verleent geloofwaardigheid aan het verhaal van een jongen (Jurgen Vogel) die - dankzij de liefde - weer opkrabbelt. Wanneer zijn hoop aan het einde van de film teniet wordt gedaan, treft dat de toeschouwer als een mokerslag.

Het festival eindigde in een katterige stemming, nu duidelijk is geworden dat het contract van directeur Müller niet zal worden verlengd, en deze op de valreep zijn tegenstanders in het stichtingsbestuur heeft beschuldigd van uitverkoop van het thans internationaal prominente festival aan commerciële en politieke belangen. Op de receptie na de prijsuitreiking stond Müller min of meer verloren in een hoekje - de neiging om met de verliezer te gaan praten was onder de verzamelde Zwitserse prominenten duidelijk beperkt.

En nu maar afwachten of onder een nieuwe directeur het filmfestival erin slaagt een van de belangrijkste filmgebeurtenissen van Europa te blijven en niet verandert in een filmweek. De bittere verwijten die aan de scheidende Marco Müller gericht worden, geven sterk te denken: vooral zijn eigenzinnigheid en de vermeende minachting voor de belangen van de Zwitserse filmbranche geven aanleiding tot breed in de pers geëtaleerde gevoelens van antipathie.

Zo laat Müller zich bij de programmering van de openluchtvoorstellingen op het Piazza grande door cinefiele overwegingen leiden, wat bizarre maar altijd interessante combinaties van films oplevert. Raghs-e-kak lijkt wereldwijd tot kleine zaaltjes gedoemd, maar draait in Locarno voor een 8000-koppig publiek dat hem ook waardeert. Datzelfde publiek krijgt ook H 20: Halloween van de Amerikaan Steve Miner, een uitstekende Hollywood-griezelfilm, met Jamie Lee Curtis in een fraaie hoofdrol.

Deze avontuurlijke programmering is geenszins naar de zin van de Zwitserse filmdistributeurs, die van het Piazza grande in Locarno eerder een vitrine voor het komende bioscoopseizoen willen maken. Omdat Müller niet naar hen wil luisteren - hij heeft in de afgelopen jaren trouwens de meeste adviesraden en andere instrumenten van de Zwitserse consensusmaatschappij op het festival terzijde geschoven - weigeren sommige distributeurs films aan Locarno te leveren.

Veel kritiek oogst ook de politiek van Müller, om voor de competitie in Locarno alleen films toe te laten die nog niet elders - in Cannes bijvoorbeeld - hun internationale première hebben beleefd. Deze politiek geeft aan Locarno weliswaar zijn glans als vierde filmfestival van Europa (na Cannes, Venetië en Berlijn, en ex-aequo met Rotterdam), maar de aantrekkelijkheid van het filmaanbod komt deze politiek niet ten goede. De Stichting achter het filmfestival is op zoek naar een directeur, die zich wat meer gelegen laat liggen aan Zwitserse belangen, zoals die van de Zwitserse commerciële televisie in wording, en aan de zegeningen van de helvetische overlegmaatschappij.