Julie kan niet huilen, ze gelooft het nog niet

Achtentwintig levens eiste zaterdag de bloedigste aanslag ooit in Noord-Ierland. De bom ontplofte in het winkelcentrum van het vredige stadje Omagh.

OMAGH, 17 AUG. Julie Hamilton (17) hoort weinig. Haar oren zijn beschadigd door de klap van de bom. Ze is vanmiddag ontslagen uit het ziekenhuis in Enniskillen en loopt naar huis in Omagh. Ze toont de wond onder haar sleutelbeen, waar een stuk glas uit is gehaald. Het is niets, zegt ze, vergeleken met de wonden in het been en de buik van haar vriend, Shane. Ze is in shock, ze kan niet huilen, ze gelooft het niet. Waren ze vijftien meter verder geweest, dan waren ze nu dood.

Een dag na de zwaarste bomaanslag ooit in Noord-Ierland verkeren de bewoners van Omagh in verdoofde toestand. Achtentwintig mensen, de meesten uit Omagh en omgeving, zijn gisteren gedood. Negen kinderen, en negentien volwassenen, onder wie een student en een lerares uit Spanje. Acht mensen zijn nog in levensgevaar, honderd liggen er in ziekenhuizen. De politie graaft onder het puin kinderwagens en schoenen op.

Het sportcentrum doet dienst als crisiscentrum. Families, buren, vrienden, politie en ambulancepersoneel worden opgevangen door paters, predikanten en maatschappelijk werkers. Er zijn thee, witte sandwiches en steun. Aan de muur hangen handgeschreven lijsten die aangeven naar welk ziekenhuis gewonden zijn gebracht. Eerder op de dag heerste hier totale chaos toen honderden mensen kwamen zoeken naar hun familieleden. Wie vermiste dierbaren niet op de ziekenhuislijst aantrof, werd apart genomen.

Politici van het hele politieke spectrum in Engeland, Ierland en Noord-Ierland hebben gisteren uitgehaald naar de vermoedelijke daders: de nationalistische IRA-dissidenten, de 'Real IRA'. Voor het eerst hekelde Gerry Adams, leider van Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, de daders in krachtige termen. De Britse premier Tony Blair en zijn Ierse collega Bertie Ahern kwamen in Noord-Ierland bijeen en beloofden er alles aan te doen om de daders te vinden. “Zij zullen er niet in slagen het vredesproces te vernietigen”, zei Blair. De politiechefs van Noord-Ierland en Ierland bespreken vandaag hoe ze “deze kleine harde terroristische kern” kunnen uitroeien.

Zaterdag was een van de schaarse dagen deze zomer waarop de zon scheen in Noord-Ierland. Julie en Shane gingen winkelen en zouden daarna naar de kermis gaan, onderdeel van een lokale feestdag. Om half drie kreeg een lokaal tv-station een anonieme melding dat er een autobom was geplaatst bij het gerechtsgebouw. De politie stuurde iedereen weg, naar het winkelcentrum. Daar ontplofte de bom, veertig minuten later. Hamilton: “Er was een enorme klap en zodra ik kon, ben ik gaan rennen. Iedereen die nog kon, rende. Ik raakte Shane kwijt. Overal vlogen stenen rond. De rookwolk was oranje en stonk. Ik dacht alleen maar: wegkomen. Er waren kinderen en oma's, maar ik kon niets doen. Er stroomde bloed uit mijn borst.”

De politie riep artsen uit de wijde omgeving op om naar het winkelcentrum te komen. Raamkozijnen werden losgerukt om te gebruiken als brancard. In de chaos kwam een man om het leven toen hij onder een ziekenauto kwam.

Niemand had zoiets ooit verwacht in Omagh, zeggen de bewoners. “Dit is een klein rustig stadje met betrekkelijk goede relaties tussen de protestantse en de nationalistische gemeenschap”, vertelt Paddy McGowan, oud-burgemeester en raadslid voor een lokale, onafhankelijke partij. Hij heeft nog nooit zoiets vreselijks gezien. Elf jaar geleden was er een bom in Omagh, met zes doden. Sindsdien was het rustig. De ironie wil dat de katholieke Real IRA hier met name katholieken heeft gedood en gewond. Want in de landelijke omgeving van Omagh, waar veel slachtoffers vandaan komen, is bijna niemand protestant. Vanochtend, maandag, komt de gemeenteraad in crisisberaad bijeen om de opvang van slachtoffers en nabestaanden te organiseren.

Dat er weer slachtoffers zouden vallen, stond vast, zegt de woordvoerder van de Royal Ulster Constabulary, de Noord-Ierse politie. De afgelopen maand werden verscheidene bomaanslagen gepleegd, waaronder die in Banbridge op 1 augustus. Daarbij werd vooraf gewaarschuwd, maar er vielen geen doden of gewonden omdat de anoniem opgegeven lokatie wel klopte.

De eerdere autobommen gingen af op makkelijke plekken, zegt de RUC-woordvoerder, omdat ze dichtbij de grens met Ierland zijn, van waaruit de Real IRA zou opereren. Engelse kranten hebben zelfs de foto's afgedrukt van de vermoedelijke leider van de Real IRA, een zakenman uit Dundalk. Volgens iedereen hebben de daders slechts één motief: het vredesakkoord ongedaan maken. En de onjuiste bommelding was volgens politiechef Ronnie Flanagan “bewust” bedoeld “om mensen in de richting van de ontploffing te drijven.” Het is echter niet uit te sluiten dat er iets mis ging in de communicatie tussen de dader en de man die de melding deed.

Hoe het nu verder moet met het vredesproces, waar zeventig procent van de Noord-Ieren in mei voor stemde, weet niemand. Het verzet tegen de voorgenomen vrijlating van terroristische gevangenen, over twee weken, wordt als gevolg van Omagh steeds groter. In een poging zowel de unionistische als de nationalistische gemeenschap tevreden te stellen, zouden deze 'politieke gevangenen' volgens het akkoord vrij moeten komen. Het verzet hiertegen wordt, zoals altijd, geleid door de leider van de Democratic Unionist Party, dominee Ian Paisley. Ook de roep om ontwapening van alle IRA-leden wordt sterker, omdat de Real IRA duidelijk beschikt over groot materieel.

Ondertussen is de omgeving van de aanslag een soort bedevaartsoord geworden Bewoners bidden en leggen bloemen. Honderden mensen in Omagh en onstreken bereiden zich voor op de begrafenissen.