'Irak maakt eind aan overeenkomst met Kofi Annan'

AMSTERDAM, 17 AUG. De Iraakse vice-premier Tariq Aziz heeft het memorandum of understanding met secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties opgezegd. Volgens deze op 22 februari gemaakte afspraak beloofde Iraks president Saddam Hussein dat de wapeninspecteurs van de VN ongehinderde toegang tot zijn paleizen zouden krijgen, en zegde Kofi Annan toe dat hij zijn best zou doen de VN-sancties op te heffen. Door die wederzijdse toezegging werd op het laatste nippertje een grootscheepse Amerikaans-Britse militaire strafactie tegen Irak afgewend.

De wapendeskundige dr. K. Ooms, die Nederland in UNSCOM vertegenwoordigt, was aanwezig bij de besprekingen die UNSCOM-voorzitter Richard Butler precies twee weken geleden met de Iraakse leiders voerde. UNSCOM is de Speciale Commissie van de VN voor de Ontwapening van Irak. Tariq Aziz eiste toen van Butler een officiële verklaring dat Irak geen wapens voor massavernietiging meer heeft en evenmin de mogelijkheid om die nog te fabriceren.

Toen Butler antwoordde dat hij dat onmogelijk kon doen, omdat hij daarvoor de nodige bewijzen niet had, zei Tariq Aziz dat verder praten met UNSCOM alsmede de samenwerking met de wapeninspecteurs “zinloos” waren. Tevens stelde Tariq Aziz - aldus Ooms - dat het memorandum of understanding met secretaris-generaal Kofi Annan niet langer gold, omdat deze niet voor beëindiging van de VN-sancties had gezorgd. Twee dagen later liet de Iraakse regering weten dat zij de samenwerking zowel met UNSCOM als met het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) verbrak. Irak zou niet langer meewerken aan wapeninspecties; het zou alleen nog maar meewerken aan de door UNSCOM gefilmde controle van reeds onderzochte installaties.

De Iraakse regering heeft echter haar opzegging van het memorandum of understanding sindsdien niet herhaald. Ook Butler heeft hiervan in zijn verslag van 5 augustus aan de Veiligheidsraad van de VN geen gewag gemaakt.

Butler maakte wél, zonder in bijzonderheden te treden, melding van de zeer persoonlijke aanvallen door de Iraakse leiders op de deskundigen en de wapeninspecteurs van UNSCOM. Hij berichtte tevens dat de internationale experts op het gebied van biologische wapens die op verzoek van Bagdad een onderzoek hadden ingesteld, volgens Tariq Aziz door UNSCOM “in een boosaardige atmosfeer waren gehersenspoeld”.

Maar Butler weigerde de zeer ernstige problemen met Irak als een crisis te bestempelen.

Pagina 4: 'We wilden de Irakezen geen gezichtverlies laten lijden'

Volgens Ooms “omdat we het niet moeten opblazen. We moeten niet praten over een crisis. En we moeten niet praten over confrontatie. Misschien komen zij er op terug. Laat ze die gelegenheid. We wilden ze geen gezichtsverlies laten lijden”. Op de vraag waarom een crisis geen crisis genoemd mocht worden, antwoordde Ooms: “Het was niet nodig om dat nog eens een keer extra te zeggen.”

The Washington Post en The New York Times komen met een aanvullende versie. Zij berichten zowel uit Amerikaanse als Britse bronnen te hebben vernomen dat de VS en Groot-Brittannië er bij Butler op aandrongen vooral geen confrontatie met Irak aan te gaan. Aanvankelijk zouden zij akkoord zijn gegaan met zijn voornemen verrassingsinspecties te houden op twee plaatsen, waar UNSCOM meer informatie hoopte te vinden over Iraks masssa-vernietigingswapens. Butler zou, toen hij op 2 augustus naar Bagdad kwam, de daarvoor noodzakelijke wapeninspecteurs hebben meegenomen.

Maar toen Tariq Aziz op 3 augustus de in februari gemaakte afspraak met de Veiligheidsraad van de VN en met Kofi Annan verbrak over Iraks volledige samenwerking met de wapeninspecteurs, zouden de VS en Groot-Brittannië tot de conclusie zijn gekomen dat een “overhaaste confrontatie” met Bagdad onwenselijk was. Dat zou alle aandacht op Butler vestigen en de aandacht afleiden van de door Saddam Hussein gegeven en gebroken beloftes.

Daarentegen zou een rustige aanpak door UNSCOM de pro-Iraakse leden van de Veiligheidsraad, die Butler het afgelopen jaar van “provocaties” hadden beschuldigd, het gras voor de voeten wegmaaien. Bovendien zouden de VS en Groot-Brittannië geen militaire actie willen op een door Saddam bepaald tijdstip, maar voldoende tijd willen winnen om zo'n actie politiek en diplomatiek voor te bereiden.

Daarom - aldus nog steeds The Washington Post en The New York Times - had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright op 3 augustus Butler in Bagdad de boodschap gestuurd dat zij hem dringend wilde spreken. Butler ging op 4 augustus van Bagdad naar Bahrein, waar hij op een veilige telefoonlijn vanuit de Amerikaanse ambassade met haar sprak. Zij vroeg hem de geplande verrassingsinspecties af te gelasten. Drie dagen later zou Butler opnieuw zo'n dringend verzoek hebben gekregen, waaraan hij ten slotte gehoor gaf.

Ooms vertelde, nog vóór The Washington Post en The New York Times met hun onthullingen kwamen: “We hadden geen inspectie-teams meer in Irak. Voor de 14e augustus was er een nieuwe inspectie gepland. En die hebben we natuurlijk afgelast, omdat - zodra je daar komt en ze geen mensen beschikbaar stellen - je niets kunt doen. Maar de monitoring-teams (die uitsluitend controleren) zijn gewoon uitgereden. En daar kwamen de minders (de Iraakse begeleiders) gewoon op tijd aan. Dat loopt tot nu toe nog steeds.”

Maar Ooms vertelde ook dat bij de onderhandelingen van twee weken geleden met de Iraakse regering drie door de Irakezen zeer gehate UNSCOM-figuren aan tafel zaten: de Amerikaan Scott Ritter, de Rus Nikita Smidovitsj en de Duitse Gabrielle Kraatz. Zij hebben alle drie in het verleden bewijzen opgespoord van door Irak verborgen wapens voor massavernietiging. En ze werden dan ook door de Iraakse onderhandelaars tijdens het overleg beledigd en uitgescholden. Opmerkelijk was dat Ooms in zijn beschrijving van de relatie tussen UNSCOM en Irak véél behoedzamer was dan een jaar geleden. Hij onderstreepte voortdurend de positieve instelling van UNSCOM tegenover Irak en de vooruitgang die UNSCOM sinds juni had geboekt. Hij zei zelfs: “In oktober was het mogelijk geweest dat een aantal Veiligheidsraadleden had voorgesteld om het chemische- en het rakettendossier te sluiten. Daar wilden wij ook echt naartoe. We zijn niet helemaal gek. Ons wordt verweten dat wij sancties tot in het oneindige willen. Maar dat willen we niet. Als we het écht weten, dan zijn we ook bereid om te zeggen: 'Zo is het.' Maar dat kunnen we dus nu niet meer.”

Hoewel zowel van Amerikaanse als van UNSCOM-zijde heftig wordt ontkend dat Butler van de Amerikanen opdrachten krijgt of aanvaardt, is het voor iedereen bij de VN duidelijk dat hij onmogelijk Amerikaanse adviezen om het rustig aan te doen, in de wind kan slaan. Want dan zou de ontwapeningscommissie, die sinds een jaar toch al zo onder vuur ligt, haar belangrijkste beschermheer en informant tegen de haren instrijken.

Vandaar dat Albright vrijdag op een persconferentie naar eer en geweten kon zeggen dat haar regering “volledig steun geeft aan het recht van UNSCOM om te bepalen waar, wanneer en hoe UNSCOM haar inspecties houdt”. Zij voegde eraan toe: “Ik vertel voorzitter Butler niet wat hij moet doen. En er is absoluut geen twijfel dat de VS willen dat UNSCOM succes boekt.” Maar daarmee ontkende zij niet dat Butler wel eens “raad krijgt” van de Amerikanen.

Duidelijk is in elk geval dat de regering-Clinton een totaal andere koers vaart dan een half jaar geleden. Op aandrang van Washington eiste de Veiligheidsraad van de VN op 2 maart in resolutie 1154 van Irak “onmiddellijke, onvoorwaardelijke en onbeperkte samenwerking” met UNSCOM, en beloofde “de meest ernstige gevolgen” voor Irak (lees: een militaire actie), als Bagdad opnieuw in de fout zou gaan.

Geen van die dreigementen wordt nu herhaald, hoewel Irak voor het eerst zowel formeel als feitelijk bijna alle samenwerking met UNSCOM heeft gestaakt. Een woordvoerder van het Witte Huis liet weten dat “wij het door Irak voorgestelde kat-en-muis-spel niet meespelen”. Voor zover bekend, hebben de VS tot dusver ook hun militaire aanwezigheid in de Golf-regio niet versterkt.

Ditmaal is de politieke strategie van Washington om het aan Kofi Annan en de Veiligheidsraad over te laten Saddam Hussein op andere gedachten te brengen. De regering-Clinton, die in februari zowel in binnen- als buitenland heftig werd aangevallen om haar krijgszuchtige optreden tegenover Irak, heeft thans besloten even aan de kant te blijven staan en niets te doen. In de hoop dat anderen - misschien zelfs de tot dusver zo onmachtige Iraakse oppositie - het karwei zullen klaren: dat wil zeggen Saddam hetzij op zijn schreden te laten terugkeren, hetzij hem ten val te brengen. Als er niets gebeurt, is - zoals Ooms het zegt - “het wachten op het oktober-rapport van UNSCOM. En dan zal de Veiligheidsraad toch moeten reageren.” Intussen probeert Kofi Annans speciale afgezant, de Indiër Prakash Shah, de crisis, die geen crisis mag worden genoemd, te bezweren. “De dialoog gaat door”, berichtte hij gisteren. Tot dusver zonder enig tastbaar resultaat.