Indisch geloven

De datum van 15 augustus staat in de herinnering en de beleving van de Indische Nederlanders en van veel Nederlanders die de oorlogstijd in de Oost hebben meegemaakt, nog altijd voor een keerpunt in hun leven. Enerzijds omdat op die dag in 1945 een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in de Pacific en anderzijds omdat toen de Indonesische onafhankelijkheid werd uitgeroepen en het Nederlandse koloniale juk werd afgeschud.

Zoveel jaren later zijn de herinneringen en gevoelens van velen nog zeer levendig. Dat geldt ook voor de christelijke Indische en andere Nederlanders die in de jaren 1945-1963 terugkeerden naar Nederland of daar voor het eerst voet aan land zetten. Terwijl zij in Nederlandsch Indië gewoonweg óf katholiek óf protestants waren geweest, kregen zij in Nederland te maken met een grote verscheidenheid aan strenge, minder strenge en vrijzinnige kerken. Het was vaak erg moelijk daaruit te kiezen, zodat velen toen de kerkelijke aansluiting hebben gemist of zijn blijven hangen in verlangens naar hoe het vroeger was.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog bedroeg het aantal Europeanen in Indië ruim driehonderdduizend, van wie zestig procent 'gemengdbloedig' (Indo-Europeaan).

In totaal kwamen sinds 1946 driehonderdduizend Indische Nederlanders in vier golven naar Nederland. En vijftig jaar later zijn er nog steeds Indonesische spijtoptanten die uiteindelijk voor Nederland kiezen.

Van de ruim vijfhonderdduizend Indische mensen die Nederland nu telt, zijn de meesten naar Nederland gekomen na een vaak lange voorgeschiedenis vanaf de 17de eeuw in het koloniale Indië. Uit zelfbehoud bleken de nieuwkomers zich in het algemeen snel aan te passen. Veel Indische gezinnen kregen in de regel alleen zelfstandige woonruimte als ze zich geassimileerd gedroegen en bereid waren alle betutteling hier gelaten over zich heen te laten gaan. En als ze vooral maar niet gingen zeuren en aan het vertellen sloegen over wat zij gedurende de oorlog in Indië hadden meegemaakt, want wat in Europa en in Nederland was gebeurd, was toch het allerergst geweest.

De gereformeerde pastoraaltheologe Mary Bregman (38) uit Muiderberg heeft zich toegelegd op de geestelijke verzorging van Indische mensen en daarvan een theologisch specialisme gemaakt. Ze constateert dat de eerste Indische generatie nu aan haar laatste levensfase toe is. De ouderen denken na over het geleefde leven en zij zoeken ruimte om onbekommerd en onbeschroomd over het koloniale verleden te kunnen spreken.

Wat een en ander extra moelijk maakt, is dat velen nog kampen met onverwerkte oorlogservaringen. Zij kijken terug op hun leven, zij willen afronden en heel maken wat gebroken is en dikwijls zoeken ze dan steun en kracht in het christelijk geloof. Volgens Bregman is er sprake van een typische Indische manier van geloven. Daarvoor is professionele geestelijke verzorging geboden almede een warme culturele belangstelling voor alles wat Indisch is. Mary Bregman werkte verscheidene jaren als pastoraal helper in huize Patria voor Indische Nederlanders in Baarn. Sinds het huis naar Bussum is verplaatst en de bewoners hun intrek hebben genomen in een voormalig joods bejaardenhuis, zijn er nog twee andere Indische verzorgingshuizen waar men het echter zonder specifieke pastorale verzorging moet stellen.

De Indische Nederlanders zijn geboren uit de ontmoeting van twee culturen. Hun maatschappelijke positie in het oude Indië werd bepaald door hun etnische afstamming. De mogelijkheden voor studie en werk liepen sterk uiteen. Veel Indische Nederlanders voelden zich achtergesteld en dat bleek bij hun komst in Nederland naar hun gevoel ook zo te blijven. In kerkelijk Nederland met zijn onderlinge onverdraagzaamheid en zijn dogmatische benadering van allerlei geloofsvragen kunnen zij zich vaak nog steeds nauwelijks thuisvoelen.

De Indische Nederlander voelde zich destijds snel in de war gebracht. Het sterk analytische en individualistische christelijke denken in Europa staat haaks op het Indische geloven. Sterker dan bij andere Nederlanders het geval is, nemen spiritualiteit, mystiek en gemeenschapsgevoel een centrale plaats in bij hun geloof. En niet te vergeten hun bijzondere maaltijden (selamatans) en oude rouwrituelen. Zij zoeken elkaar in het geloof vooral in huiskamergroepen en gebedsbijeenkomsten.

Oudere Indische mensen hebben altijd een grote liefde gehad voor de oudtestamentische psalmen en voor de verhalen over Jezus en ook voor de vooroorlogse geestelijke opwekkingsliederen van Johannes de Heer.