Hoop op herstel herleeft in Nigeria

Nigeria's natuurlijke hulpbronnen zijn gigantisch, maar door wanbeheer, kortzichtigheid en corruptie is er sinds het begin van de jaren tachtig sprake van gestage verarming. Sinds de komst van de nieuwe machthebber Abubakar in mei is er weer hoop.

ABUJA, LAGOS, 17 AUG. Een goede barometer voor het welzijn van de Nigeriaanse economie is de bierconsumptie. “De grafiek van de economie ziet eruit als de grafiek van de bierverkoop”, legt een manager bij de Nigeriaanse bierbrouwerijen uit. “Tot 1983 ging de lijn met sprongen opwaarts, daarna scherp naar beneden. Sinds vorig jaar buigt de curve nog verder neerwaarts. De meeste Nigerianen kunnen zich geen biertje meer permitteren.”

In 1993 was de bierconsumptie op jaarbasis 7,5 liter per hoofd van de bevolking, dat is nu 4,4 liter. De economische recessie blijkt niet de enige oorzaak van het afnemende gebruik. “Nigerianen worden religieuzer”, vervolgt de manager. “Geconfronteerd met de weerzinwekkende corruptie in de samenleving gaan ze zoeken naar nieuwe morele waarden in fundamentalistische religies. En daar past geen drankje bij.”

Een hoge Westerse diplomaat in de hoofdstad Abuja spreekt van “een van de grootste economische depressies sinds de onafhankelijkheid”. Het wanbeleid onder de overleden president Sani Abacha en de lage olieprijzen op de wereldmarkt leidden tot de diepe crisis. Buitenlandse bedrijven, behalve in de olie-industrie, schrikken terug van nieuwe investeringen in Nigeria wegens de politieke instabiliteit. Door het in ongerede raken van vier grote raffinaderijen ontstond een tekort aan brandstof voor het eigen gebruik van zwart Afrika's grootste olieproducent.

De benzineschaarste raakt zowel particulieren als bedrijven. Iedere activiteit komt tot stilstand. Nigeria was al ver vóór de onafhankelijkheid een van de meest geürbaniseerde naties van Afrika. De opbrengsten uit de olie-boom van de jaren zeventig gingen naar de aanleg van verbindingen in het uitgestrekte land: een indrukwekkend wegennet, vele vliegvelden met talrijke luchtvaartmaatschappijen en een overvloed aan auto's. Als slierten spaghetti liggen kilometers lange viaducten met zesbaanswegen door het overvolle Lagos en over de baaien van de delta. Tussen de steden werden eveneens brede wegen aangelegd. Iedereen die profiteerde van de olie-boom kocht direct een auto, sommige rijken wel acht of negen. Aan onderhoud van al die dure dingen ontbrak het al een tijd. En nu is er geen brandstof meer.

De economie draait, behalve in de oliesector, op een beperkt deel van haar vermogen. Grote bedrijven opereren op dertig procent van hun capaciteit. Het overheidsapparaat functioneert zeer slecht. Van hun lage salarissen kunnen ambtenaren niet rondkomen, mede daarom is in de ambtenarij een dash (smeergeld) meer regel dan uitzondering. Hoe hoger in de rangen, des te groter de belangen. Onlangs werd een hoge militair en naaste medewerker van Abacha opgepakt op verdenking van verduistering van 250 miljoen dollar. “Nigeria had eens een uitstekend overheidsapparaat”, zegt een buitenlandse econoom. “De ministeries, de politie, de ambtenarij, het leger, de rechtspraak, ze moeten alle worden herbouwd.”

Nigeria is geen Afrikaanse bananenrepubliek. Het had met een juist beleid tot de ster van het continent kunnen uitgroeien. Het land beschikt over een goed opgeleid kader en verdient miljarden uit de oliewinning. De opbrengsten werden niet gebruikt voor productie, maar gingen op aan consumptie, de aanleg van wegen of geldverslindende 'witte-olifantprojecten'. Na de daling van de olieprijzen begin jaren tachtig kwam aan de bonanza een einde. Destijds bracht een vat olie tussen de dertig en veertig dollar op, begin dit jaar nog maar dertien.

De nationale schuldenlast bedraagt rond de 35 miljard dollar. Veel rijke Nigerianen brachten hun kapitaal over naar het buitenland. De beter opgeleiden trokken weg, de meeste dokters in Saoedi-Arabië bijvoorbeeld zijn Nigerianen. De sociale indicatoren vertellen het verhaal van het groeiend aantal arme Nigerianen: in de gezondheids- en onderwijssector doet het land het slechter dan Tanzania, Burundi en zelfs Rwanda. Vormden in de jaren zestig en zeventig de talrijke universiteiten van het land een rijk reservoir van de beste Afrikaanse intellectuelen, tegenwoordig ontbreekt het de professoren aan primair lesmateriaal.

Vlak na zijn machtsovername eind 1993 wist Abacha de neergang enigszins te stoppen. Hij bracht de inflatie terug van 72 procent in 1995 tot 29 procent in 1996 en 8 procent vorig jaar. Bovendien slaagde hij er in de wisselkoers te stabiliseren. Hij liet een nationale conferentie van experts een economische blauwdruk schrijven, een lijvig boekwerk met de titel Vision 2010. In Vision 2010, dat Nigeria in twaalf jaar moet omvormen tot een ontwikkelde natie, staan volgens economen alle ingrijpende beleidshervormingen om de economie weer op het juiste spoor te zetten: privatisering, hervorming van het overheidsapparaat, bestrijding van corruptie en een heropbouw van de landbouwsector.

Het probleem bleek echter dat Abacha geen enkele aanbeveling van Vision 2010 uitvoerde. De militairen misbruikten de staatsbedrijven als melkkoeien en waren dus niet gebaat bij privatisering. Abacha spendeerde de meeste tijd aan politieke zaken want, ondanks een brede afkeer van de man, wilde hij zich als burgerpresident laten kiezen. Afslanking van het opgeblazen en logge overheidsapparaat zouden zijn kansen op verkiezing niet groter maken, dus bleven ook op dit terrein maatregelen uit.

Abacha's regering publiceerde begin dit jaar een begroting, maar opnieuw bleef uitvoering achterwege. Met de aangekondigde privatisering van bijvoorbeeld de PTT en het nationale elektriciteitsbedrijf werd getalmd. Telefoneren in Nigeria is een nachtmerrie en de elektriciteitsvoorziening valt tientallen malen per dag uit. Nigeria blijkt de grootste markt ter wereld voor generatoren. Abacha's opvolger, president Abdulsalam Abubakar, maakte onlangs in een van zijn eerste redes bekend eindelijk meerderheidsaandelen in de twee staatsbedrijven te gaan verkopen.

De zakenwereld haalde opgelucht adem na Abacha's dood, afgelopen mei. Economen noemen de eerste besluiten van Abubakar veelbelovend. Iedere zakenman wenst als volgende stap de afschaffing van de dubbele wisselkoers. De wisselkoers bedraagt 87 naira voor één dollar. Hoge militairen en hun aanhangers kunnen bij de overheid echter wisselen voor 22 naira tegen één dollar. “Dit was het mechanisme waarmee hoge militairen en hun handlangers hun machtspositie opbouwden”, zegt een bankier in Lagos. “Ze kochten voor de lage koers en verkochten tegen de hoge koers. De dubbele wisselkoers staat symbool voor de plunderingen van de staatskas door de militairen. Het zou van moed getuigen als Abubakar dááraan een einde maakt.”

Buitenlandse bedrijven en Westerse regeringen keerden zich nooit geheel van Nigeria af. Nigeria trekt samen met Angola het merendeel aan van alle investeringen in Afrika. Dit betreft alleen de oliesector. Louter om de omvang van de consumptiemarkt - het land telt tussen de 100 en 120 miljoen zielen - blijven investeerders geïnteresseerd. “Ja, we ondervinden door het verziekte overheidsapparaat en door corruptie talrijke beperkingen”, zegt het hoofd van een buitenlands bedrijf. “We investeren nauwelijks meer, maar maken nog goede winsten. We schrijven Nigeria niet af.”