Boedapest in de ban van Formule I-race

De Formule I heeft veel fanatieke aanhangers. Ze reizen de hele wereld over om de Grand Prix bij te wonen. In Boedapest vieren tienduizenden Duitsers uitbundig feest. “Als ik blind was, zou ik ook nog gaan.”

BOEDAPEST, 17 AUG. Markklerburg grüsst Schumi. Ze komen overal vandaan. Massaal zijn de Duitse Formule I-fanaten, volgens de schattingen zo'n 50.000, naar Boedapest getrokken. Het wordt een groot feest in de Hongaarse hoofdstad. Michael Schumacher loopt in het WK-klassement flink in op Mika Hakkinen en de fans kussen uit pure blijdschap het warme asfalt van de Hungaroring. “Dit is mijn mooiste overwinning”, zegt een emotionele Schumacher. “De mensen zijn helemaal gek, het is schitterend.”

Ook uit andere landen stromen de supporters toe. De vliegtuigen en bussen naar Boedapest zitten propvol, een slaapplaats is er in of rondom de stad niet meer te vinden. Vooral de Finnen, die hun Hakkinen naar de wereldtitel willen schreeuwen, en de Britten en Oostenrijkers zijn goed vertegenwoordigd. Maar ook Nederlanders lopen er rond, honderden, misschien wel meer dan duizend. Dat is ook Jos Verstappen opgevallen. Tijdens zijn uitrijronden heeft de Limburger tijd om om zich heen te kijken en ziet hij het rood-wit-blauw wapperen. “Overal waar we rijden zijn er Nederlanders, zelfs laatst in Canada.”

De fans van deze tak van sport moeten van een bijzonder slag zijn. Wie supporter is van een voetbalclub, heeft een elftal helden. Een Formule I-fanaat is op veel minder aangewezen. Je zal maar aanhanger van Verstappen zijn. De Nederlander rijdt meer races niet uit dan wel. Het zal een supporter uit Schagen, die per bus naar Boedapest is gereisd, een zorg zijn. “Het is leuk dat er iemand uit je eigen land meedoet, maar het gaat mij om de sport zelf. Iets mooiers dan zo'n wagen zien rijden, is er niet. Daar gaat je bloed sneller van stromen. Alleen dat fantastische geluid maakt me al gek. Als ik blind was, zou ik ook nog gaan.”

Liefhebbers heb je in alle soorten en maten. Wel zijn de mannen fiks in de meerderheid. Er zijn er met grote tatoeages op de armen en die na elke slok bier een boer laten en er zijn die in colbert en das op de tribune zitten. Ook trekt het bekenden aan, topsporters, pop- en filmsterren. Ze zoeken graag het gevaar op. Zo is Sylvester Stallone de afgelopen maanden een trouwe gast op de circuits. De Amerikaanse acteur gaat een film over de Formule I maken. Hij is, omgeven door zijn imposante bodyguards, ook in Boedapest nadrukkelijk aanwezig. De coureurs moeten langzamerhand gek van hem worden. Toch blijken niet alle deuren voor Stallone open te gaan. Hij wilde laatst graag meerijden in de nieuwe Formule I-tweezitter van McLaren-Mercedes, maar dat ging niet door omdat iedereen boven de 50 jaar een bewijs van een goede gezondheid moet tonen en dat had 'Rocky' niet bij zich.

De echte helden van het asfalt zijn over het algemeen maar kleine mannetjes. Wie niet beter weet, kan zich erover verbazen. Maar eigenlijk is het logisch want lange mensen passen niet goed in zo'n smalle race-auto. Zonder hun bolides en racepakken vallen ze niet op. In de lobby van een chique hotel aan de Donau loopt een kleine, magere meneer wat verloren rond. Zou het Damon Hill kunnen zijn? Of is het een gewone gast? Een jongen vraagt hem een handtekening. Het blijkt Hill te zijn, de wereldkampioen van 1996. De keurige Brit zet een krabbel en beent met onhandig grote passen naar de uitgang.

Buiten klinkt gejuich. Urenlang staan de fans rijendik voor de hotels waar de coureurs verblijven. Ze hopen een glimp van de rijders op te vangen, of met veel geluk een handtekening te bemachtigen. Alsof het een Oscar-uitreiking of filmpremière betreft. Verstappen voelt zich in Boedapest altijd thuis. Hij vindt het een prettige stad en de bochtige Hungaroring ligt hem wel. Hij boekte er in 1994 zijn beste resultaat, derde achter zijn toenmalige teamgenoot Schumacher, en Hill. Hier rijdt Verstappen na drie wedstrijden weer eens een race uit. Hij komt er bijna door in de problemen omdat hij anderhalf uur na afloop van de Grand Prix al in het vliegtuig naar huis moet zitten.

Het is geen toeval dat Nederlandse fans juist op een van de muren rondom de Hungaroring de naam van hun held hebben gekalkt. Jos the Boss. Geen andere coureur wordt in zulke koeienletters geëerd. Op dezelfde muur staat bescheidener Rest in peace King Ayrton, ter nagedachtenis aan Senna. De in 1994 verongelukte Braziliaan werd in de eerste twee Grand Prix van Hongarije tweede en won er daarna drie. Zijn naam zal ook altijd verbonden zijn aan het circuit dat in 1985-'86 in een recordtempo van acht maanden werd aangelegd.

De Hungaroring, negentien kilometer buiten Boedapest, geldt in de strijd om de wereldtitel als neutraal terrein. Niemand rijdt een thuiswedstrijd. Hongarije heeft geen coureur meerijden, maar het land heeft veel liefhebbers. Om die de gelegenheid te geven de race te volgen, zijn de prijzen lager gehouden dan bij andere Grand Prix. In totaal komen deze keer liefst 200.000 mensen kijken. In de dagen voor de wedstrijd trekken de fans van de verschillende coureurs met vlaggen omhoog gestoken luidruchtig door Boedapest. Er wordt over en weer geroepen en geschreeuwd, maar het blijft altijd gezellig.

Supporters van Mika (Hakkinen) en Schumi (Schumacher) zitten in restaurants aan tafels naast elkaar en hebben hotelkamers op dezelfde etage. De meeste supporters slapen in caravans en tenten bij het circuit. Voor een halve week is een compleet dorp herrezen, met muziektenten, eet- en drinkgelegenheden, wasruimten en zelfs een afwerkplaats. In drie caravans kunnen de fans met een dame naar binnen. Buiten ligt de grond bezaaid met gebruikte condooms. De overwinning van Schumacher blijkt uitstekend voor de klandizie.