Bedreigde vrede

DE ZWARE BOMAANSLAG in het Noord-Ierse Omagh heeft, voorzover dat nodig was, de geesten wakker geschud. De vrede is, ondanks alle vooruitgang, niet gewaarborgd. Premier Blair en zijn Ierse ambtgenoot verkondigen in alle toonaarden dat de ernstigste misdaad sinds het onderlinge geweld 29 jaar geleden uitbarstte, met de meest uitgebreide middelen zal worden aangepakt.

President Clinton, geestelijk vader van de doorbraak in de Noord-Ierse impasse en binnenkort in Ulster op bezoek, liet zich evenmin onbetuigd. Er staat wat op het spel. Als het cynisme van de daders wordt overgenomen door de bevolking is het vredesproces dood. De leiders bezweren dan ook dat de vrede te kostbaar is en zozeer binnen handbereik, dat een stel extremisten niet de gelegenheid mag worden geboden er met die vrede vandoor te gaan en Ulster terug te sturen naar de duisterste tijden van het onderlinge terrorisme.

De geschiedenis leert dat naarmate een langdurig gewelddadig conflict dichter bij een oplossing komt, bij de uitersten onder de voormalige doodsvijanden de weerstand tegen de oplossing toeneemt. De bevestiging van die ervaring is te vinden in het verloop van het vredesproces tussen Palestijnen en Israeliërs. Het zou uniek zijn als Ulster een dergelijke oprisping van fanatisme bespaard was gebleven. De verdenking gaat nu in de richting van een splinter van de IRA, maar protestantse ultra's waren er direct bij om aan de aanslag het falen van de Britse regering te demonsteren. Met katholieken is geen vrede te bouwen, was de haastige conclusie. Zo vinden de extremen elkaar in een luguber bondgenootschap dat slechts de zwartste toekomst realiteit toekent.

Spoedige opsporing en berechting van de daders is het beste medicijn dat de Britse en Ierse autoriteiten de mensen aan beide zijden van de grens kunnen toedienen. De referenda hebben uitgewezen dat de meerderheid der Ieren zich niet langer laat begoochelen door de valse heroïek van het IRA-nationalisme, maar tegelijkertijd is de aanhang van Sinn Fein in Ulster aanzienlijk gebleven. Het zou onder de gegeven omstandigheden van belang zijn indien de IRA en zijn politieke arm zich niet alleen distantieerden van de daders van de aanslag, maar ook zouden overgaan tot onmiddellijke ontwapening. Zolang de IRA weigert zijn wapens in te leveren heeft de beweging de schijn tegen zich. Dat levert protestantse ultra's een geloofwaardig argument om het hele vredesproces in een kwaad daglicht te plaatsen.

OP DE BRITSE en de Ierse regering, maar evenzeer op de leiders van de erkende politieke groeperingen in Ulster, ligt de verantwoordelijkheid de gewelddaad te beantwoorden met zelfvertrouwen en vasthoudendheid. Katholieken en protestanten kunnen de vrede slechts redden door juist nu een stap verder te doen. Zij zagen kans, na de traditionele schermutselingen, de omstreden Oranjemarsen in geweldloze banen te leiden. Zij zouden nu de laatste resten van hun eigen militantheid moeten afzweren. Als de hoofdstromen in het Noord-Ierse politieke landschap zichzelf weten te overwinnen, zou de moordpartij van dit weekeinde nog een keer ten goede kunnen betekenen. Gruwelijk als die daad is.