Adem Demaçi; Consequent en onbuigzaam

ROTTERDAM, 17 AUG. Adem Demaçi, sinds vrijdag de politieke vertegenwoordiger van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, staat bekend als de 'Mandela van Kosovo'. Zijn bijnaam dankt hij aan de 28 jaar die hij in de cellen van Tito en diens opvolgers heeft doorgebracht: in 1962 werd hij veroordeeld wegens separatisme, en die gevangenisstraf werd wegens zijn onbuigzaamheid steeds verlengd. In 1990 kwam hij vrij.

Daarmee houdt de vergelijking met Mandela wel op, want waar de Zuid-Afrikaanse president verzoening en geweldloosheid predikt, is Demaçi een voorstander van de harde lijn: Kosovo, zo houdt hij al een jaar of veertig vol, moet onafhankelijk worden. Van Ibrahim Rugova, de pacifist die al jarenlang de Albanezen van Kosovo leidt, moet hij niets hebben. Zaterdag nog zei hij dat de nieuwe onderhandelingsdelegatie die Rugova voor het overleg met Belgrado heeft samengesteld “nog miserabeler dan de vorige” is die eind juni werd ontbonden. Hij bedankte dan voor ook Rugova's uitnodiging er zitting in te nemen.

De nu 62-jarige Demaçi werd na zijn vrijlating in 1990 voorzitter van het Comité voor de Rechten van de Mens in Kosovo en sloot zich in 1996 bij de oppositionele Parlementaire Partij van Kosovo (PPK) aan, die hij al spoedig leidde. De PPK nam niet deel aan de parlementsverkiezingen van deze lente: de voorwaarden voor eerlijke en vrije verkiezingen zouden in Kosovo ontbreken. De populariteit van Demaçi en zijn partij is dus nooit getoetst.

Maar algemeen kan worden aangenomen dat Demaçi populair is, zeker sinds februari, toen het UÇK onder invloed van het militaire offensief van de Serviërs spectaculair begon te groeien en Demaçi met zijn veertig jaar consequent volgehouden radicalisme het gelijk van de feiten aan zijn kant kreeg. Jarenlang heeft hij volgehouden dat Rugova's beleid van geweldloos verzet de Serviërs alleen maar in de kaart speelt, net zoals hij volhield dat Kosovo binnen de federatie nooit gevrijwaard zou kunnen zijn van de Servische repressie. Kosovo moet onafhankelijk worden; als tijdelijke tussenoplossing bepleit Demaçi de vorming van een 'confederatie' van Kosovo, Servië en Montenegro onder de naam 'Balkanië', waarin Kosovo dezelfde status moet krijgen als de andere twee republieken. Maar onafhankelijkheid blijft het einddoel. “Kosovo kan het koloniale statuut binnen Servië niet langer accepteren”, schreef hij eens in een brief aan president Clinton. Sinds februari deelt waarschijnlijk de meerderheid van de Kosovo-Albanezen die mening.

Demaçi is de logische keus als politiek vertegenwoordiger van het UÇK. Hij en het guerrillaleger streven naar hetzelfde doel. Demaçi accepteert daarbij het gebruik van geweld. Hij was eerder dit jaar ook de eerste politicus in Kosovo die het UÇK erkende als legitiem vertegenwoordiger van de Kosovo-Albanezen.