'Zolang je meeliep was het fijn'; Zuid-Afrikanen over hun nieuwe vaderland

Sinds de afschaffing van de apartheid in 1994 is het aantal Zuid-Afrikanen dat naar Nederland emigreert toegenomen. De afgelopen twee jaar verstrekte de Nederlandse ambassade in Pretoria 1.000 machtigingen tot voorlopig verblijf.

ROTTERDAM, 15 AUG. Over het algemeen zijn ze tevreden, de Zuid-Afrikanen die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen. Tussen 1994 en 1996 bedroeg dat aantal zo'n 1.000 per jaar, waarvan ongeveer de helft over een Nederlands paspoort beschikte.

“Mensen zijn in Zuid-Afrika materialistischer, Amerikaanser dan in Nederland. Wat ik heel leuk vind in Nederland is als mensen zeggen: Je moet niet de hele dag werken”. Aldus Annelie Pols, docente Afrikaans aan de Open Universiteit in Amsterdam.

De reden om uit Zuid-Afrika te vertrekken is vrijwel altijd angst voor geweld. Neem de hoogleraar Reuter, kind van Duitse ouders. Hij is sinds twee jaar werkzaam aan de TU Delft. Reuter werd drie keer beroofd, voordat hij besloot te emigreren. Pols, wier man Nederlander van geboorte is, vond het verschrikkelijk dat haar kinderen onder politiebegeleiding naar school moesten.Reuter had eigenlijk in Zuid-Afrika willen blijven, maar de zorg om zijn kinderen gaf de doorslag. De zwarte bevolkingsgroep heeft op onderwijsgebied een enorme achterstand. Na de afschaffing van de apartheid is onderwijs voor blank en zwart gelijkgeschakeld. Dit bedreigt het niveau van het onderwijs. Voor veel geld kan je natuurlijk goed onderwijs krijgen, maar Reuter wil niet dat zijn kinderen “achter muren groot worden”. “Hoe kunnen mijn kinderen daar ooit democratisch leren denken”, vraagt Reuter zich af.

Reuter weet waartoe het gebrek aan democratisch denken kan leiden. Hij kwam regelmatig in de townships, waar hij deelnam aan een nascholingsproject voor zwarte leraren. Daardoor kon hij zien wat voor de doorsnee Zuid-Afrikanen verborgen bleef. In het verlengde van die ervaring maakte hij ook mee wat 'normale' Zuid-Afrikanen niet meemaakten. Zijn telefoon werd getapt en zijn post opengemaakt. Het was nota bene een lid van zijn schoonfamilie dat bij de veiligheidspolitie werkte en een dossier over hem bijhield.

Reuter proefde de vrijheid ver van Zuid-Afrika. In Duitsland zag hij pas kritische films over zijn land, zoals 'Cry freedom' en 'Dry white season'. Hij heeft zelf ook kritiek op de onwetendheid van zijn land- en rasgenoten. “De normale Zuid-Afrikaan heeft het niet geloofd. Hij was goed geïndoctrineerd.” Reuter noemt zijn landgenoten meelopers. Maar hij heeft er ook wel begrip voor. “Zolang je meeliep was het fijn. Deed je je mond open...” Hij maakt een kapbeweging met zijn hand.

Reuter roemt de Nederlandse openheid en vindt Nederland “één van de tolerantste naties ter wereld”. Hij waardeert het ook dat Nederland “genivelleerd” is. “In Zuid-Afrika heb je meer recht als je meer geld hebt.” Wat hij echter misprijzend constateert is dat Nederlanders niet zien hoe bevoorrecht ze zijn.

“Jullie Nederlanders weten veel meer over politiek dan wij”, zegt Annelie Pols: “Wij wisten niet eens wat er in ons eigen land gebeurde. Ik zag 'Cry my beloved country' hier in Nederland op TV. Ik schrok me dood”.

Volgens haar is de Afrikaner bevolkingsgroep zeer hiërarchisch georganiseerd en paternalistisch ingesteld. “In Zuid-Afrika is een politicus zo'n beetje een godje. Als je dat vergelijkt met de toon waarop journalisten hier in Nederland met politici spreken.” Leren wat je plaats is begint vroeg in Afrika. “Je moet een kind zien, maar je mag het niet horen”, zegt Pols.

“Afrikaners waren volgzaam”, beaamt Anne-Marie Van der Meulen. Haar overgrootouders trokken in 1896 naar Zuid-Afrika, toen “Paul Kruger onderwijzers nodig had”. Volgens haar kon je op school al merken dat Afrikaners veel gehoorzamer waren “dan Engelsen, joden en anderen”, zegt ze. “Het heeft iets met het calvinisme te doen”, meent haar echtgenoot, zelf een gereformeerd predikant.

Speelt bij de keuze voor Nederland het gevoel van 'roots' een rol? Indien de vraag rechtstreeks wordt gesteld, is het antwoord bijna altijd ontkennend, maar in de loop van het gesprek blijkt vaak het tegendeel. “Je kwam hier als een spons. Je behoort tot de Europese cultuur en bent tekort gekomen”, zegt Anne-Marie.

Als kind van Duitse ouders toont Reuter begrip voor de boycot en de houding van veel Nederlanders: “Door de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog is racist een vloekwoord in Nederland.” Bij de meeste Zuid-Afrikanen overheerst echter het gevoel in de steek te zijn gelaten. Nederland heeft zijn historische en culturele banden met Zuid-Afrika verloochend. “Het is niet goed geweest”. Pols vertolkt een breed gedeeld gevoel: een mengeling van schaamte over wat er gebeurd is en opluchting dat het voorbij is.

Die ambivalente houding tot Nederland is weer een reactie op de periode dat het Zuid-Afrika van de apartheid hier een allergische reactie veroorzaakte. Geen politiek, dat is de voorwaarde waaronder men de pers wel te woord wil staan. Maar eenmaal aan de praat onder het genot van een kopje 'heuningbostee' en “koekjes zoveel je wil”, wint de behoefte het eigen verhaal te vertellen het uiteindelijk van het wantrouwen.

De echtgenoot van Annelie Pols is Nederlander van geboorte. Hij kwam met zijn ouders vanuit Nederland naar Zuid-Afrika toen hij zestien jaar oud was. Dacht hij, bijvoorbeeld tijdens zijn studie filosofie, of later, toen hij “de zwarte gebieden inging” wel eens na over het politieke systeem in het nieuwe land? “Natuurlijk wel. Het was apart, maar zo gaat het daar. Je moet het accepteren, anders lig je eruit.”

“Ik zei apartheid is verleden tijd. Dat werd ons niet in dank afgenomen”, herinnert zijn vrouw zich. Hijzelf verbaast zich, drie jaar na het einde van de apartheid, ook over het feit dat de staat wapens uitdeelde en tegelijkertijd keihard optrad tegen wapenbezit zonder vergunning.

“Wij zijn een barbecue-volk: veel buite leef en braaivleis”, zegt Moen. Hoe tevreden ze ook is in Nederland, het Hollandse zondagnamiddagweer blijft een verschrikking. Voor Zuid-Afrikanen die korter dan zij in Nederland wonen is het nog moeilijker. “Nederland is een mooi land, maar het zou overdekt moeten zijn”, citeert Annelie Pols de cabaretier Wim Kan. Met de culturele integratie zijn de problemen duidelijk minder groot. Hoewel... Dat je hier een afspraak moet maken voordat je op bezoek komt en de koekjestrommel waar je maar een koekje uit mag halen, het blijft wennen. Wat vooral overblijft is een gevoel van gemis van de ruimte en de schoonheid van het achtergelaten land.