TWINKELENDE PULSARS VERRADEN EIVORM VAN ENORME 'LOKALE BEL'

Indiase astronomen hebben voor het eerst de radiostraling van pulsars aangewend voor het bestuderen van de ruwe vorm en eigenschappen van de Lokale Bel, zo meldt de Astrophysical Journal (500, p. 262). De Lokale Bel is de holte in de interstellaire materie rond ons zonnestelsel waarin de temperatuur van het ijle geioniseerde gas hoger en de druk lager is dan elders. De bel, die een diameter heeft van enkele honderden lichtjaren, is ontstaan door de krachtige straling en/of het explosieve einde van massarijke, kortlevende sterren in dit gebied. De meest directe aanwijzing voor het bestaan van zo'n bel is de gloed van röntgenstraling die de aarde uit alle richtingen van het heelal bereikt.

Om de vorm en eigenschappen van deze bel te achterhalen, bestuderen astronomen onder andere de kenmerken van één type ster op verschillende afstanden van de zon. Uit de manier waarop de straling van dit type op verschillende afstanden door het vóórliggende gas wordt geabsorbeerd, kan men informatie afleiden over de dichtheid van het gas op die afstanden. Een nieuwe, recente variant van deze techniek is het bestuderen van de straling van pulsars: kleine, compacte en snel om hun as draaiende sterren die als een vuurtoren periodiek een puls radiostraling in onze richting zenden.

De radiostraling van een pulsar wordt door het plasma in de interstellaire ruimte steeds wat van richting veranderd, waardoor een pulsar 'twinkelt'. Dat twinkelen geeft informatie over de turbulenties die in dat plasma plaatsvinden - net zoals het twinkelen van gewone sterren iets zegt over de turbulenties in onze dampkring. Indiase radio-astronomen hebben nu met de 530 meter lange Ooty Radio Telescoop in Poona, nabij Bombay, het twinkelgedrag bestudeerd van 20 pulsars in alle richtingen aan de hemel. De pulsars werden in de loop van ruim drie maanden vele malen waargenomen, opdat hun gemiddelde gedrag niet te sterk zou worden versluierd door willekeurige effecten die op veel kortere tijdschalen plaatsvinden.

De Indiase astronomen leiden uit het gemiddelde twinkelgedrag van de pulsars af dat de zon zich inderdaad bevindt in een 'bel' waarin de plasmadichtheid geringer is dan die van de gemiddelde interstellaire ruimte. Die bel zou echter ook een 'schil' moeten hebben waarin de plasmadichtheid juist groter is dan die van de interstellaire ruimte. De bel is bovendien niet rond maar langwerpig, met afmetingen van ongeveer 1000 bij 225 lichtjaar. Deze vorm staat ruwweg loodrecht op het hoofdvlak van het melkwegstelsel, terwijl de zon zich niet in het centrum bevindt maar halverwege het centrum en de rand. Verder zijn er aanwijzingen dat de schil van dit 'ei' op grotere afstand van het melkwegvlak dunner wordt.

    • George Beekman