Reünie van sterren spaghetti-western; Kirgizische film wint het in Locarno van de Italiaanse cinema

LOCARNO, 15 AUG. Om het te verbruien bij de meer dan 8000 Zwitsers die avond aan avond op het Piazza Grande van Locarno naar films kijken, moet je het bont maken. Het is mooi weer en de sterrenhemel geeft het filmfestival iets sprookjesachtigs. Het oude plein is zeer geschikt voor moderne, de toeschouwer omringende geluidstechnieken en het doek meet vierhonderd vierkante meter. En het is vakantie: 8000 toeschouwers willen er een leuke avond van maken.

Maar de makers van de Italiaanse film Polvere di Napoli (regie: Antonio Capuano) zijn erin geslaagd duizenden toeschouwers van het plein te jagen en een fluitconcert op gang te brengen. Zelfs het memorabel optreden van seksbom Lola Pagnani kon deze sketches over het hedendaagse Napels niet meer redden: grove lol, schaamteloze Fellini-imitatie.

Deze afgang illustreert een structurele moeilijkheid bij het festival van Locarno, dat in het Italiaans-sprekende deel van Zwitserland ligt en derhalve warme belangstelling heeft voor de cinematografische opbloei bij de zuiderburen. Omdat Italiaanse regisseurs hun nieuwe film liever voor het festival in Venetië bewaren - Polvere di Napoli was trouwens al eerder in Cannes in première gegaan - rest een kleinere manifestatie de tweede keus.

Zonder uitzondering gaat het daarbij om films met een bescheiden budget, die zijn geproduceerd met of door de Italiaanse publieke televisie, de RAI, want zonder financiële betrokkenheid van de televisie valt er ook in Italië nauwelijks nog een film te maken.

De resultaten zijn bedroevend. Giamaica van Luigi Faccini is een sprookjesachtige, wezenloze kijk op de moderne jeugd - in zijn oude-mannen-moralisme wel enigszins vergelijkbaar met de hoofdschuddende benadering in Naar de klote! van onze Ian Kerkhof. Ook in het genre van de quasi-documentaire worden verwoestingen aangericht. De figuren in Case van Rodolfo Bisatti, over jongeren die aan de kost komen met verkoop aan de deur - een bezigheid die door de acteurs met een verborgen camera in de praktijk wordt gebracht - blijven maar zeggen dat ze zulke interessante ervaringen hebben, maar welke dat zijn komt niet in beeld.

Zelfs de documentaire blijft niet gespaard. L'America a Roma behelst een reünie van sterren uit de Italiaanse spaghetti-western van de jaren zestig. Prachtig materiaal, deze verzameling inmiddels verarmde acteurs en stuntlieden, die de wijdbeense, intimiderende cowboy-houding nog steeds beheersen, ondanks buikje. Maar regisseur Gianfranco Pannone weet met hen niet veel meer te doen dan een beetje op paarden rondrijden door nieuwe buitenwijken van Rome - in het kader van een vage redenering over de kapitalistische aanslag op heuvelen rond Rome waar eens proletarische films werden opgenomen.

Temidden van deze treurigheid is L'estate di Davide van Carlo Mazzacurati - jongeman ontdekt in de vakantie ten plattelande de wrede grote-mensenwereld en dat valt niet in alle opzichten mee - bijna een meesterwerk. Deze film vertilt zich tenminste niet aan zijn eigen pretenties.

Het probleem met de nieuwe Italiaanse films in Locarno is kenmerkend voor de problemen met de festival-programmering in het algemeen dit jaar. De eerste schokkende, het festivalpubliek in vervoering brengende en algemeen overtuigende ontdekking moet nog vertoond worden. Of het moest Beshkempir van Aktan Abdikalikov zijn, de eerste Kirgizische speelfilm sinds 1991. Het is een dorpsfilm vol rituelen en knoestige handen die garen spinnen, wel mooi gefilmd maar enigszins een platgetreden pad. Dat in Locarno Beshkempir duidelijk boven het maaiveld uitsteekt, is de Kirgizische cinema graag gegund.