Problemen in grote steden uitdaging voor Paars II

Geen geld en geen ambtenaren, maar wel een volwaardige zetel bij de wekelijkse ministerraad. Dat heeft Roger van Boxtel (D66), minister zonder portefeuille voor het Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI).

DEN HAAG, 15 AUG. “De minister voor spek en bonen”, daar kan de 'vijftiende minister' Roger van Boxtel (D66) het volgens oppositieleider Jaap de Hoop Scheffer (CDA) mee doen. Het nieuwe ministerie van Paars II, Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI), lijkt geen servet en ook geen tafellaken, maar verenigt wel het ideaal van het nieuwe kabinet in zich.

“Paars par excellence”, zo noemde staatssecretaris Jacob Kohnstamm, ook D66, in 1995 het toen pas gelanceerde grote-stedenbeleid (GSB) al.

Verbetering van achterstandswijken, meer kansen voor bedrijven om zich daar te vestigen, integratie van minderheden, het verlagen van de werkloosheid - zo ongeveer alles wat het eerste paarse kabinet wilde bereiken kwam in de overtreffende trap samen in het grote-stedenbeleid. En 'paars' was het grote-stedenbeleid zeker: solidariteit met de kansarmen was van de PvdA, meer economische mogelijkheden voor bedrijven hoorde bij de liberalen en de bestuurlijke vernieuwing was winst voor D66.

De 25 steden die onder de noemer grote steden vallen (vanaf ongeveer 100.000 inwoners), hebben de afgelopen jaren al een begin gemaakt met vele honderden projecten. De G4, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in het Haagse jargon heten, richtten zicht op verbetering van de economie in de achterstandswijken door het renoveren van marktpleinen (Amsterdam), het versterken van de bedrijvigheid (Rotterdam) of de renovatie van Fort Blauwkapel (Utrecht). Ze kregen in 1997 110 miljoen gulden aan 'medefinanciering van het rijk' te verdelen.

Maar ook de G21, de middelgrote steden zoals Maastricht, Deventer, Leiden en Leeuwarden, lieten zich niet onbetuigd. Met plannen als 'upgrading buurtwinkelcentra' (Nijmegen), 'revitalisering bedrijventerrein' Kanaalzone (Tilburg) en 'functieverandering winkels Dovenetellaan' (Arnhem) sleepten zij gezamenlijk het restant van de gereserveerde 200 miljoen binnen.

De situatie in de grote steden heeft een niet geringe invloed gehad op de daden van het eerste paarse kabinet. Enkele veelgebruikte termen van de afgelopen jaren zijn typisch 'stads', zoals de 40.000 'Melkertbanen' om in de grote steden de sociale infrastructuur en de veiligheid te waarborgen en de werkloosheid aan te pakken. Of de 'witte werksters', een idee van toenmalig wethouder van Amsterdam Frank de Grave (VVD), nu minister van Defensie. En de 'één-loketgedachte' voor uitkeringsgerechtigden en werkzoekenden van Melkert (PvdA).

Al een jaar na het aantreden van staatssecretaris Kohnstamm werd diens beleid geëvalueerd door een commissie onder voorzitterschap van oud CDA-leider, Elco Brinkman. De basis van het grote-stedenbeleid was goed, vond de commissie, maar de verschillende bestuurslagen zouden meer moeten gaan samenwerken. Ook moest Kohnstamm eens helder omschrijven wat de toekomst van het GSB zou zijn. Een op aanvraag van de staatssecretaris geschreven advies van de SER bracht in 1997 de gevraagde toekomstvisie.

Het eerste kabinet-Kok meende met het grote-stedenbeleid op de goede weg te zijn. De werkloosheid in de steden daalde, problemen met jongeren werden aangepakt (onder andere door meer alternatieve straffen uit te delen) en achterstandswijken kregen extra aandacht. De successen werden weliswaar geflankeerd door enkele tegenvallers zoals de recente rellen tussen Marokkaanse jongeren en de politie in de Amsterdamse wijk Overtoomse Veld die mede veroorzaakt bleken te zijn door een slechte samenwerking tussen de instanties die het GSB vorm moesten geven, maar het algehele oordeel was positief.

Vandaar ook dat er nu in plaats van een staatssecretaris een extra minister aanschuift bij de wekelijkse vergadering in de Trêveszaal. Daarmee kon meteen de eis van D66 om een extra ministerspost worden ingewilligd. Roger van Boxtel mag zich minister van Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI) noemen: nog steeds zonder ambtenaren en nog steeds zonder portefeuille, maar mét een stem in de ministerraad.

Tot 2010 moet er in totaal vijf miljard gulden voor de steden worden uitgetrokken. De nadruk komt volgens het regeerakkoord opnieuw te liggen op het “versterken van de drie pijlers van het grotestedenbeleid; de economische, de fysieke en de sociale infrastructuur”. Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gaat Van Boxtel op korte termijn “meerjarige afspraken maken over de inzet van middelen van rijk en gemeenten.”

Het is een van de lessen die het kabinet de afgelopen vier jaar uit het GSB heeft getrokken. Wie problemen echt wil aanpakken, moet tegelijk ruimtelijke, economische én sociale maatregelen nemen.

De VNG is blij met de aandacht voor de problemen in de steden. “Er wordt in het regeerakkoord tegemoet gekomen aan de wens om ook andere steden met vergelijkbare problemen gebruik te laten maken van het beleid”, schrijft de organisatie aan haar gemeenten. De VNG constateerde echter ook dat er in het regeerakkoord dan wel gepráát wordt over een versterking van de drie pijlers, maar dat daar “helaas niet de logische consequentie aan wordt verbonden om voor die pijlers drie financieringsfondsen in te stellen”.

En mede daarom zal het voor Van Boxtel de komende jaren moeilijk worden. De problemen in de steden zijn immers nog lang niet opgelost en nieuwe, kleinere steden dienen zich al aan. Grootsteedse problematiek in een provinciestadje moet ook op overheidssteun kunnen rekenen, zo luidt de redenering.

Om te voorkomen dat hij er letterlijk “voor spek en bonen” bij zit zal Van Boxtel moeten lobbyen om aandacht en zal hij om geld moeten bedelen bij zijn collega's. Eén lichtpuntje is er wellicht voor de de minister van GSI: zijn ministerie valt onder dat van Binnenlandse Zaken. En laat daar nou net de voormalige burgemeester van Rotterdam, mister Big City himself, de PvdA'er Bram Peper zitten. “We komen er samen prima uit”, zei Van Boxtel op de televisie tijdens de presentatie van de nieuwe bewindslieden. En Peper knikte.