Oude telefoongidsen

Voor ƒ 450 per jaar kun je je bij de PTT, sinds enige tijd KPN-Telecom, abonneren op alle Nederlandse telefoonboeken. Vanaf vorig jaar zijn dat er maar liefst 50, waar je wegens de nieuwe indeling per district pas mee uit de voeten kunt als je de bijgevoegde alfabetische woonplaatsindex paraat hebt. Indien je zo'n enorme rij te veel kastplankruimte in beslag vindt nemen, kun je voor ƒ 79 het hele Nederlandse telefoonbestand op een schijfje, de zgn. cd-foongids, in huis halen. Met die cd-rom kan ook eenvoudig de overdreven prudentie van 8008 in het verstrekken van extra gegevens omzeild worden. (“Nee, het spijt me, dat adres kan ik u er niet bij geven, vanwege de privacy, begrijpt u wel.”) Overigens heeft maar liefst 20 procent van de 8,4 miljoen aansluitingen een 'geheim nummer', ofwel geen vermelding in de gids.

Maar hoe moet het nu als je oude telefoongidsen wilt raadplegen, bijvoorbeeld als je het atelieradres van een rond 1990 overleden kunstschilder te weten wilt komen, of als je het vooroorlogse Haagse adres van een wereldberoemde massage-arts wilt uitvlooien?

Vanaf 1 juni 1881 is er publieke telefoon in Nederland, met als eerste district Amsterdam, dat met 49 abonnees begon. Telefoongidsen waren er eind vorige eeuw ook al, of telefoongidsjes om precies te zijn. Het oudst bewaarde is van mei 1884, een minuscuul blauw boekje, van nauwelijk 10 bij 5 centimeter.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog kon heel Nederland in één gids, aangevuld met plaatselijke gidsjes van de diverse telefoonmaatschappijtjes. De bezetter bracht hier orde in en na 1945 zijn er de bekende gestandaardiseerde dikke gidsen. En dan wil je, anno 1998, bijvoorbeeld weten hoe Couperus in de gids stond, waar de eenvoudige arbeiderswoningen van Den Uyl en Willem Drees stonden, op welke adressen Ter Braak en Du Perron bij het uitbreken van de oorlog verbleven, waar Abe Lenstra woonde, wat de Haagse adressen van Willem Kloos waren en de Groningse W.F. Hermans, de ateliers van Mondriaan in Uden en Oerle en waar precies in het Benoordenhout de balletstudio van Darja Collin was, van waaruit Slauerhoff in september 1930 trouwde.

De grootste drukwerkverzamelaar van Nederland, de Koninklijke Bibliotheek, heeft geen telefoonboeken om te raadplegen, de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam alleen 1998, de Gemeentebibliotheek van Rotterdam heeft, met lacunes, in grote lijnen de periode vanaf 1952.

Voor die massage-arts uit 1939 dan maar de gemeentearchieven geprobeerd. Maar bij deze diensten behoort er schriftelijk aangevraagd te worden. Het duurt al snel vier werkdagen en men kan geen resultaten garanderen. Weet het Amsterdamse Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie misschien meer? Jawel, alle telefoonboeken van vlak voor, tijdens en vlak na de oorlog zijn hier aanwezig en raadpleegbaar! Een medewerker vraagt een uur speurtijd en meldt dan telefonisch het gezochte adres. Service!

Maar dan wil ik toch eigenlijk ook weten of die arts daar al in 1928 woonde en zo nee, wanneer hij voor het eerst op dat adres vermeld wordt. Kortom, waar heb ik alles, zeg maar vanaf 1884 voor het grijpen? Dat blijkt uiteindelijk aan de Haagse Zeestraat, in de studiezaal van het PTT-museum, alle werkdagen open van 9 tot 5. Niks geautomatiseerd, gewoon de dunne bladzijden zelf omslaan. Het is een bijzondere sensatie, stappen terug in de tijd: waar en wanneer kregen mijn grootouders telefoon, waar woonden toch die lieve meisjes van de lagere en middelbare school en, ach kijk, daar staat die jonggestorven jeugdvriend.