Oostenrijkse politiek is 'blind aan rechter oog'

Onderschat de Oostenrijkse politiek het gevaar van extreem-rechts? De regering is uiterst behoedzaam bij het aanpakken van uitwassen.

WENEN, 15 AUG. Twee jaar hebben Oostenrijkse rechters zich beziggehouden met de vraag of de joden in 1933 de Duitsers de oorlog hadden verklaard en Hitler min of meer uit noodweer besloot hen te vernietigen. Niet de auteur, Werner Pfeifenberger, die dat in het jaarboek van de extreem-rechtse FPÖ had beweerd, was aangeklaagd maar zijn joodse criticus die in het artikel nazi-klanken meende te horen. Nu de klacht tegen de criticus ongegrond is verklaard en de rechters de kritiek op zijn artikel terecht hebben genoemd, rijst de vraag waarom de Weense aanklager Sepp Dieter Fasching niet uit zichzelf heeft ingegrepen toen het gesubsidieerde jaarboek verscheen, en ook niet op verzoek van de sociaal-democratische fractievoorzitter Peter Kostelka.

Een andere internationaal opzienbarende zaak is de slepende gang van zaken bij de vervolging van de nazi-euthanasiearts Heinrich Gross. Hij besliste over het leven van gehandicapte, zieke of “asociale” kinderen in Wenen. De hersens van zijn slachtoffers gebruikte Gross na de oorlog voor wetenschappelijk onderzoek, waarmee hij vooral in de jaren zeventig naam maakte. In 1979 ondernam de arts Werner Vogt als eerste een poging om Gross wegens moord veroordeeld te krijgen. Sindsdien hebben ook anderen het, eveneens zonder succes, geprobeerd.

Vorig jaar werd in de Stasi-archieven nieuw bewijsmateriaal tegen Gross gevonden en het Dokumentationsarchiv des Österreichischen Widerstandes (DÖW) heeft opnieuw een klacht ingediend maar veel haast lijkt justitie niet te hebben. Sterker nog, de 82-jarige Gross werkt nog steeds als deskundige voor justitie. De minister van Justitie, Nikolaus Michalek, heeft rechters en aanklagers herhaaldelijk verzocht Gross geen opdrachten meer te verstrekken maar deze druk heeft averechts gewerkt.

De Oostenrijkse justitie heeft een lange traditie van 'blindheid op het rechter oog'. Veel rechters en aanklagers bleven na 1945 gewoon in functie en zorgden ervoor dat 'de oude kameraden' hun straf konden ontlopen. Minister Michalek heeft een uitstekende reputatie en niemand verdenkt hem van 'bruine' sympathieën. Hoe beoordeelt hij het besluit van de aanklager om niets tegen het FPÖ-jaarboek te ondernemen? De minister zegt van dit geval niets af te weten. Maar hij heeft de kamer toch zelf ingelicht over het besluit van de aanklager? “De zaak moet twee jaar geleden hebben gespeeld en ik kan mij de precieze gang van zaken niet meer herinneren”, antwoordt hij geïrriteerd.

Onderschat de bewindsman de problemen veroorzaken of voelt hij zich machteloos? Michalek is de enige partijloze minister in het kabinet. Daardoor heeft hij geen achterban. “De minister is zo machteloos als de regeringspartijen hem willen hebben”, aldus de politicoloog Anton Pelinka. “Al had hij een partijboekje, hij zou in deze gevallen nog niets kunnen doen. Bij sociaal-democraten en conservatieven ontbreekt de wil zich eenduidig van de bruine rand af te grenzen. De harde kern wordt aangepakt, de 'zachte' rand - die sterke banden met de FPÖ onderhoudt - wordt genegeerd. Men wil extreem-rechts niet aanpakken, uit angst of uit onverschilligheid.”

In dat opzicht onderscheidt Oostenrijk zich volgens Pelinka van Frankrijk en Duitsland. “Daar gaan de partijen de confrontatie met extreem-rechts aan en dat helpt. Maar hier wordt Haider zelfs gefêteerd, vooral door de president. Klestil heeft zijn ambtgenoot Chirac te hulp geroepen toen hij verkiezingscampagne voerde en als dank mocht Chirac tijdens het diner tegenover FPÖ-leider Haider zitten!”

Historicus Siegfried Mattl ziet het anders. “De regeringspartijen gebruiken Haider. Met de voortdurende dreiging: als jullie niet ons kiezen komt Haider aan de macht! Daarmee hebben ze tot nu toe vooral zichzelf in het zadel gehouden en hervormingen tegengehouden. Ze hebben geen enkel belang bij het openbreken van de oude structuren want dan zouden zij en hun clientèle afstand moeten doen van veel privileges.” Haider profiteert van het uitblijven van veranderingen, menen Pelinka en Mattl. Dat de aanhang van Haider nazi-sympathieën heeft, wijzen ze af. “Er zijn maar weinig overtuigde nazi's in Oostenrijk”, aldus Pelinka. “De meesten zijn volstrekt onverschillig. Dat is natuurlijk ook een probleem. Maar de aanhang van Haider bestaat uit bange arbeiders, die het niets kan schelen wat hij over het nationaal-socialisme allemaal zegt, zolang zij het gevoel hebben dat hij voor hun rechten opkomt.”

    • Karin Jusek