NAAR DE TOP MET THERMOSFLES KOFFIE

Hij kan als 19-jarige al aardig meekomen met de topatleten in de wereld. Gert-Jan Liefers, volgende week deelnemer bij de EK in Boedapest, is voor Nederlandse begrippen een zeldzaam looptalent. “Maar ik wil geen talent meer zijn. Talent betekent belofte en ik wil er straks gewoon zijn.”

Gert-Jan Liefers was veertien toen hij in Apeldoorn onder de hoede kwam van atletiektrainer Johan Voogd. “Als je hem zag wandelen, had je zoiets van: 'hier heb je een kwartje, ga maar een ijsje kopen'. Gert heeft een afwijking aan zijn been. Hij kan zijn knie niet helemaal strekken. Dat was destijds goed te zien, hij had zo'n waggelende loop.”

Maar als de tiener versnelde, zag het er meteen soepel en snel uit. Toch heeft Liefers zeker niet de meest gestroomlijnde loopstijl. “Ik ben er nu aan gewend, maar toen ik mezelf voor het eerst op beelden zag, vond ik het niet echt mooi. Ik loop een beetje breed, zwaai wat met mijn armen, maar ik ga er wel hard mee”, zegt de atleet. Voogd: “Qua loopscholing is hij de slechtste van de klas. Pas de laatste tijd is dat duidelijk aan het verbeteren. Maar nog nooit heeft iemand een wedstrijd gewonnen door zijn loopscholing.”

Liefers, een middenafstandsloper (800 en 1.500 meter), won als junior altijd met gemak van zijn leeftijdsgenoten. “Ik was over het algemeen een klasse beter.” Hij zegt het op een toon alsof hij zich er een beetje voor schaamt. Het succes heeft hem niet arrogant gemaakt, wel zelfverzekerd. Voogd: “Hij blijft normaal. Als je Gert buiten de baan in mijn groep bij AV'34 meemaakt, zal het een tijd duren voordat je merkt dat hij zo bijzonder is.”

Voogd, sergeant-majoor bij de luchtmacht, hoopt vanaf volgend jaar zijn pupil fulltime te kunnen trainen. “Eigenlijk had dat al rond moeten zijn. Zo'n groot talent verdient veel meer. Ik had ook wel wat meer steun van de atletiekunie verwacht”, stelt de trainer. Voogd heeft voor zijn ambitieuze plan de hulp nodig van geldschieters. “Geld is er genoeg, dat weet ik zeker. Kijk maar wat de zwemmers van PSV voor elkaar krijgen. En Rabobank stopt bij het wielrennen miljoenen in de jeugdontwikkeling. Zoiets moet bij ons toch ook kunnen? Alleen moet je je plannen aan de juiste mensen duidelijk maken.”

Ook de hoofdrolspeler vindt het een mooi idee. Liefers: “Maar Johan moet het ook voor zichzelf willen en niet alleen voor mij. Want als ik over vijf jaar zou wegwillen, moet ik zonder problemen kunnen zeggen: 'Johan, ik ga.' Het zou natuurlijk perfect zijn als hij er altijd voor me zou zijn. Echt perfect! Ik zou er veel aan hebben. Het is fijn om iemand op de baan te hebben staan die constant naar je kijkt en advies kan geven.” Voogd heeft al voor het derde achtereenvolgende jaar zeven weken betaald verlof gekregen van de minister van defensie voor de begeleiding van Liefers. “We zijn als beesten tekeer gegaan”, blikt de trainer terug. “Het is heerlijk om elk geschikt moment van de dag te kunnen benutten. We hoeven dan niet allerlei fratsen uit te halen.”

Het is Liefers' eerste jaar bij de senioren. Als junior werd hij onder meer Europees kampioen 1.500 meter en veldlopen. Maar het echte grote werk is nu pas begonnen. Hij lijkt de overstap met opmerkelijk gemak te hebben gemaakt. Liefers verbeterde deze week in Zürich zijn persoonlijke record op de 1.500 meter met ruim twee seconden en hij won al een paar sterk bezette races, zoals onlangs in de Nacht van Hechtel. Een jaar eerder eindigde hij, als junior, bij dezelfde wedstrijd nog als tiende. Toen was hij onder indruk van de bekende namen onder de deelnemers. “Je voelt je dan nog echt een kleine jongen. Als ze je een duw geven, ga je maar opzij. Maar dat is snel weg, hoor.”

Liefers leert ook efficiënter te lopen. “Omdat ik bij de junioren toch altijd won, hoefde ik niet zuinig met mijn energie te zijn. Nu is elke meter belangrijk.”

Het talent heeft Gert-Jan Liefers waarschijnlijk van zijn ouders. Vader was al 28 toen hij serieus ging hardlopen, maar kwam nog wel tot een verdienstelijke 2.26 op de marathon. Moeder begon zelfs pas op haar 34ste en werd toch veldloopkampioene bij de veteranen. “Ik heb alles gedaan in de atletiek”, vertelt hun zoon. “Maar lopen vond ik al meteen het leukste. Als je wint, heb je dat al snel. Veel mensen denken dat lopen saai is, maar ik vind het juist afwisselend. Mijn trainingen zijn heel verschillend.”

Alleen de periode voor de start van een wedstrijd staat Liefers tegen. De spanning die hij dan voelt, vindt hij maar niets. “Dan vraag ik me weleens af waar ik het allemaal voor doe.” Hij heeft de gewoonte om voor elke race een paar koppen koffie te drinken. “Ik las ergens dat sommige atleten dat deden. En nu doe ik het zelf al jaren. Het geeft me een soort wakker gevoel. Maar het is eigenlijk meer een soort bijgeloof geworden.” Naar elke wedstrijd sleept hij zijn thermosfles mee. “En ik vind koffie eigenlijk helemaal niet lekker meer!” Bang om door de koffie van dopinggebruik te worden beschuldigd, is Liefers niet. “Op de dopinglijst staat dat je pas bij het drinken van acht koppen moet oppassen. Nou, als je die zou opdrinken loop je volgens mij ook niet zo lekker meer.”

Geduld lijkt een van de belangrijkste vereisten voor de atleet uit Apeldoorn. Volgens de planning moet Liefers pas bij de Olympische Spelen van 2004 echt gaan scoren met het winnen van een medaille. Dat is nog zes jaar weg. “Maar dat vind ik eigenlijk wel fijn”, reageert Liefers. “Zo hoef ik niet alles op korte termijn te presteren. Als het straks een jaar niet lukt, is er ook niets aan de hand.”

Hij weet dat hij als hét Nederlandse atletiektalent nauwlettend zal worden gevolgd. Liefers: “Daar ben ik inmiddels al aardig aan gewend. Vanaf mijn vijftiende word ik al een groot talent genoemd. Maar ik wil helemaal geen talent meer zijn. Talent betekent belofte en ik wil er straks gewoon zijn!” Voogd: “Gert heeft een heel goed gevoel over zijn eigen lichaam. Ik leg altijd veel verantwoording bij de atleet neer. Hij moet zelf aangeven of een training wel of niet haalbaar is. Bij Gert gaat dat perfect. Andere atleten moet ik vaak terugfluiten.”

Liefers, student economie aan de Universiteit van Amsterdam, gedijt goed bij het succesvolle AV'34 en bij Voogd. Atleet en trainer denken meestal hetzelfde. Voogd: “Voor de 1.500 meter in Hechtel zei Gert dat hij, in tegenstelling tot anders, vanaf het begin vooraan wilde gaan lopen. En laat dat nou precies zo zijn als ik het me had voorgesteld. Dat gaat negen van de tien keer zo.” Liefers noemt zijn trainer leergierig. “Johan is niet te beroerd een boek erbij te pakken als hij iets niet weet. Hij heeft er alles voor over. Soms vraag ik me weleens af of hij zelfs niet te ver wil doordraven.”

Voor de komende Europese kampioenschappen in Boedapest is Voogd zeker niet voorzichtig in zijn voorspelling. “Ik zou zwaar teleurgesteld zijn als Gert de finale niet haalt. Ik denk zelfs dat hij een kans maakt op een medaille, niet goud of zilver, maar de bronzen.” Liefers zelf: “Ik ben nog te jong om medailles te winnen. Dat wil niet zeggen dat ik maar wat ga aanklooien. Ik ga er natuurlijk voor, maar ik voel geen druk. Met mijn tijd van Zürich is het heel reëel om voor een finaleplaats te gaan.”

Bij het EK zal hij in elk geval geen Kenianen treffen. Talentvolle Europese middenafstandslopers krijgen in hun carrière te maken met de vele talenten uit dat land. Vaak pikken ze alle prijzen in. Liefers: “Ik weet niet beter dan dat ze er zijn. In de cross beschouw ik de Afrikanen een beetje als aparte categorie. Op de baan ligt dat anders. Daar heb ik het idee dat ze wel zijn te verslaan. Dat is ook al gebeurd. Ze lopen natuurlijk hard, het zijn natuurtalenten. Maar wij zijn op onze manier goed bezig. We bouwen het rustig op. Als de Kenianen dat ook zo zouden doen, zouden ze nog meer winnen. Laat ze dus maar lekker snel komen en snel weer gaan.”

Het is voor Liefers een prettige bijkomstigheid dat hij veel goede en ook minder goede dingen kan opsteken van een andere Nederlandse topper op de middenafstand, Marko Koers. Zijn landgenoot is vijf jaar ouder en heeft al het nodige meegemaakt. Samen trokken ze in april met twee Keniaanse toplopers naar een collega in Zuid-Afrika voor een trainingskamp. De privésponsor van Koers, Yakumo, steunt inmiddels ook Liefers. “Ik leer veel van Marko, soms heb ik dat niet eens in de gaten. Hij is heel professioneel met zijn sport bezig. Ik heb hem niet elke week aan de telefoon, maar we bellen regelmatig. Marko is iemand die graag op zichzelf is. En we zijn toch ook concurrenten.”

Liefers liep als junior snellere tijden dan Koers. Hij wist bijvoorbeeld wel het juniorenrecord van Rob Druppers op de 800 meter te verbeteren. Van deze Druppers kreeg Liefers als kind ooit in Hengelo een handtekening. “Die moet ik nog ergens hebben, in mijn plakboek, denk ik. Ik had vroeger geen echte idolen, maar voor Druppers had ik wel bewondering.” Druppers heeft nog steeds met 1.43,56 het nationale record op de 800 meter in handen, gelopen in 1985. Liefers lijkt voorlopig naar de 1.500 meter als zijn favoriete afstand te neigen, Koers naar de 800 meter. “Maar als ik het goed inschat, gaat Marko toch weer bij de 1.500 uitkomen. En ik blijf ook wel 800-meters lopen”, stelt Liefers.

Er zijn kenners die beweren dat Liefers nog beter tot zijn recht zou komen op de langere afstanden. “Voor mijn gevoel zou hij ook naar de 5.000 meter kunnen”, zegt Voogd. Liefers moet er vooralsnog niet aan denken. “Eerlijk gezegd trekt de 5.000 meter me niet. Misschien komt dat nog wel eens. Ik vind het te ver. De 800 en 1.500 meter zijn gewoon afstanden waarop ik goed uit de voeten kan. Er zit echt alles in, snelheid, uithoudingsvermogen en tactiek. Heerlijk om te lopen.”

Later op de dag van het vraaggesprek vertrekt Liefers naar Zürich en treft op Schiphol Koers. Liefers informeert naar de vorderingen van de pas weer herstelde Koers en Koers complimenteert zijn jongere landgenoot met zijn mooie overwinning in Hechtel. En samen verbazen de twee Nederlanders zich over de snelle tijden die hun Spaanse collega's recent hebben gelopen. “Daar zat een jongen bij die ik twee jaar geleden nog volledig zoek liep”, zegt Koers.

“Die Spanjaarden worden door hun bond vorstelijk beloond voor hun lopen”, weet Liefers. “Dat werpt zijn vruchten af. Ik weet dat mensen vraagtekens zetten bij die resultaten. Sommige atleten zouden ook door dezelfde artsen worden begeleid als de Spaanse wielrenners. Maar ik wil me daar niet mee bezighouden. Ik bekijk die prestaties op een andere manier. Voor mij zijn ze een bewijs dat ook Europeanen in de wereldtop kunnen meedraaien. En dat wil ik toch ook.”