Lof der lafheid

Vandaag weer zo'n vechtpartij die de media nooit zal halen. Twee 25-jarige jongens slaan in Amsterdam-Oost een 24-jarige jongen in elkaar. Er was ruzie ontstaan nadat het slachtoffer een opmerking had gemaakt over het rijgedrag van de daders. Ze reden op hun scooters door het rode licht en schepten bijna de 24-jarige jongen. Die schijnt toen iets geroepen te hebben.

Ik heb verscheidene strategieën ontwikkeld om te voorkomen dat ik het slachtoffer word van dergelijk geweld. Uiteraard bemoei ik mij al lang niet meer met andermans zaken. Maar mijn ontwijkingsgedrag gaat nog een paar stappen verder. Ik doe alsof ik doofstom en blind ben.

Een paar voorbeelden. Potentiële agressievelingen, die ik in de tram of zomaar op straat tref, kijk ik nooit aan. Ik vermijd elke vorm van interactie. Mijn gedrag moet vooral géén reactie uitlokken. Opzichtig kijken is niet goed en afkeurend kijken is helemaal niet goed. Maar ik probeer ook weer niet schichtig te zijn. Eigenlijk probeer ik gewoon helemaal niet te zijn. Losjes de andere kant op kijken, de omgeving bewonderen, staren in een etalage of driftig morrelen aan mijn tas of rits.

Voor metrostations heb ik inmiddels een beproefde techniek. Als er verdachte types rondhangen, ga ik uiteraard ergens anders staan. Ik zorg wel dat ze niet doorhebben dat ik dit expres doe. Ik loop altijd ferm naar het informatiebord, en ga dit met interesse bestuderen. Mochten ze mij toch aanspreken, dan doe ik heel normaal, man van de wereld, helemaal niet bang dat er iets zou kunnen gebeuren. Vragen ze om een vuurtje, dan geef ik dat. Stappen ze in, dan zoek ik een andere wagon.

Soms word ik bijna overhoop gereden door een agressief rijdende automobilist. Ik bied dan altijd mijn excuses aan. Dergelijke automobilisten rijden niet agressief, ze zijn agressief. Wat ik nooit zal doen is 'klootzak' of zo roepen. Soms is iemand zo stom om dat wel te doen, maar dan flikkeren direct de remlichten op en wordt de auto in zijn achteruit gezet. Vervolgens stappen er enkele sportschooltypes met een slecht humeur uit. Nog stommer is het om een klap - of zelfs maar een goedbedoeld klapje - te geven op het autodak. Dat klinkt enorm door en ik heb liever niet dat iemand denkt dat ik een deuk in zijn auto heb geslagen.

Als ik word overvallen, geef ik braaf mijn speciale 'overval-portemonnee'. Daarin zit een tientje en wat kleingeld. Extra geld en bankpasjes draag ik los in mijn jas- of broekzak.

Sommige plaatsen vermijd ik. 's Nachts om vijf uur op het Rembrandtplein in Amsterdam is de sfeer niet best. De disco's lopen leeg en te veel jongens met te veel drank op hangen rond op zoek naar een verzetje. Ook snackbars zijn vaak niet fris. En soms wandel ik langs een café waarvan ik denk: hier maar even geen sigaretten halen.

Tot slot verontschuldig ik mij zelfs voor de futielste zaken. Ik bied mijn excuses aan als ik langzaam mijn boodschappen inpak in de supermarkt, of als ik tegen iemand bots op straat, ook al is het zijn schuld. En vraagt iemand mij om een gulden, dan zeg ik 'nee, sorry'. Ik zou mij daarvoor niet hoeven verontschuldigen, maar ik doe het toch. Je weet maar nooit.

    • Yasha Lange