Lijfrentemoeras

Veel lezers klagen over de afwikkeling van lijfrenteverzekeringen tegen premie en eenmalige koopsommen; de zogenaamde koopsompolis. Met die brieven kan deze rubriek iedere week met gemak worden gevuld, maar dat is de bedoeling niet. De eerst aangewezenen voor vragen en klachten zijn de assurantietussenpersonen en/of verzekeraars waar de polis loopt. Die horen beroepshalve alles te weten. Wanneer het gaat om specifieke belastingvragen komt men bij de Belastingtelefoon (0800-0543; gratis) een heel eind. Leden van consumentenorganisaties kunnen daar terecht. Verder zijn er enkele boeken over pensioen en lijfrente op de markt. Die kan men inzien bij boekhandels of bibliotheken met een ruim assortiment. Als voorlopige afronding van de ontvangen brieven het volgende.

In enkele reacties krijgen de verzekeraars er flink van langs. 'De overheid leidt ons met haar fiscaal beleid massaal naar de verzekeraars. Die benutten en misbruiken deze steun. We laten ons massaal bedonderen'.

En dit over de contra-verzekering, een overlijdensverzekering naast een lopende lijfrente. 'Wordt deze verzekering door de fiscus geëist of is dit de zoveelste truc van de verzekeraars om gratis grote sommen kapitaal naar zich toe te trekken. Zij kunnen zich die immers zomaar toeëigenen!'

Wat is waar? De lijfrenteverzekering lijkt op een tweetrapsraket die bestaat uit twee verzekeringen. Eerst bouwt de verzekeraar een lijfrentekapitaal op. Daarmee koopt de verzekerde in de tweede fase via een nieuwe polis, aan het eind van de eerste looptijd, een periodieke uitkering (lijfrente). Bij dezelfde verzekeraar of bij een andere die betere voorwaarden biedt. Verzekeraars zijn er tuk op geen geld weg te laten vloeien naar de concurrentie bij de omzetting van kapitaal in lijfrente. Daarom meldt het jaarverslag van bijvoorbeeld Robein Leven: 'Opnieuw slaagden wij erin zo'n 70 procent van de vrijkomende gelden in eigen huis te houden, door verlenging en/of door afgifte van nieuwe (lijfrente)polissen.'

Niet iedereen doorloopt de opbouwfase. Mensen die na een goudkleurige handdruk of de verkoop van een eigen bedrijf beschikken over een kapitaal kunnen een direct (of later) ingaande lijfrente kopen. Meestal om fiscale redenen: de handdruk blijft onbelast, maar de uitkeringen niet. Men kiest daar zelf voor. Wie een lijfrentepolis afsluit, kan na het zetten van zijn handtekening ter plaatse overlijden. Daardoor valt de hele koopsom toe aan de verzekeraar. Of juister: wordt ten dele verdeeld onder de nog levende lijfrente-genieters. Om dit vermeende onrecht en de financiële pijn voor nabestaanden te verzachten, kan men een verzekering bij overlijden sluiten. Dat hoeft niet, het kan.

'Sterftewinst' is een essentieel onderdeel van het levensverzekeringsbedrijf. Als er meer lijfrenteniers blijven leven dan de sterftetafels voorzien, loopt de verzekeraar (langleven)risico omdat hij de uitkeringen garandeert tot de dood er op volgt. Tenzij de koopsom wordt belegd in effecten en de verzekerde mede risico loopt. Tot zover de verzekeringstechnische aspecten: leeftijd(en), duur, sterftekansen, soort uitkering, kosten, rentestand enzovoort.

Het wordt ingewikkelder als er fiscale aspecten bijkomen. Een verzekerde mag de premie of koopsom aftrekken van zijn inkomen, maar moet in ruil voor die gunst belasting betalen over de uitkeringen. En daar begint het gedonder.

Mensen willen wel aftrekken - daarom sluiten ze die polissen - maar later geen belasting betalen. Daarom zoeken ze sluipwegen om er aan te ontsnappen. Bijvoorbeeld verhuizen naar een land waar ze weinig belasting heffen. Dat kost de schatkist, en de achterblijvende belastingbetalers, geld. Daarom heeft de wetgever allerlei stoppen bedacht om die lekken te dichten en is die lijfrenteverzekering zo verdomd ingewikkeld. Over een paar jaar lopen er drie, en mogelijk vier, systemen naast elkaar. Buiten de schuld van de verzekeraars.

Verzekerden die klagen moeten ook de schuld bij zichzelf zoeken. Men heeft in de loop van de jaren zonder een duidelijk plan, geheel vrijwillig, soms meer dan tien verschillende polissen gesloten, bij meerdere tussenpersonen en maatschappijen. Zo raak je de kluts kwijt.

Hoe komen we uit dit omvangrijke moeras? Met behulp van financiële adviseurs, zoals assurantietussenpersonen, die zich specialiseren op sleep- en takelwerk. Dus niet fanatiek polissen verkopen, maar eerst analyseren en adviseren. Dan komt de rest vanzelf. De levensverzekeraars mogen zich de voornoemde verwijten aantrekken: zij doen niets om het publiek objectief voor te lichten en hun imago, bijvoorbeeld met een 'Lijfrente-informatiecentrum'.

Tenslotte deze lezersreactie. 'Ik adviseer mijn kinderen, familie en vrienden alleen het overlijdensrisico bij een verzekeraaar onder te brengen en de rest zelf te beheren'. Dat is nou de essentie van persoonlijke financiële planning.