'Ik kan emotieloos dingen zien'; Televisiemaker Menno Buch over zichzelf en de extreme wensen van anderen:

'De geur van ellende hangt om mij heen', zegt Menno Buch, programmamaker en directeur van een 06-sekslijnen imperium. Zijn mensbeeld was toch al pessimistisch. Deze week was de eerste aflevering te zien van het programma Sex na de Buch. Een gesprek met een man die rijk werd van seks, appelmoes en textiel. 'Ik heb geen bagage, emotioneel niet, sociaal niet, niks.'

In het bordeel zag Menno Buch voor het eerst hoe mensen zich, puur uit lust, helemaal laten gaan. “Een betere leerschool voor het leven is er niet”, zegt hij. “Daar zie je de betrekkelijkheid van alles.” Hij werkte er maar kort als bedrijfsleider, maar heeft het altijd als een voorrecht gezien die tijd te hebben mogen meemaken. De wereld “achter die deur op de gracht” was een heel andere werkelijkheid dan die van het leven daarbuiten. “Een complete illusiefabriek”, zegt hij. “Maximale treurnis, zowel voor de klant, als voor de vrouwen.”

“De meeste kerels die er komen, doen hun beklag over hun vrouw: dat ze maar een beetje onderuitgezakt, avond aan avond zit te zappen met hun televisie. Maar als je voor openingstijd in een bordeel komt, zitten die vrouwen exact zo op de bank. Met net zo'n gezicht, met hetzelfde gedrag. Daar is de realiteit een kleedkamer waar twee dames zitten te discussiëren of ze nou wel of niet volgende week hun kind mogen zien. En of ze misschien maar eens wat minder cocaïne moeten gaan gebruiken. Maar dat ziet die klant dus nooit. Want op het moment dat de bel gaat, zie je alle dames in een honderdste van een seconde veranderen en ineens de ideale vrouw zitten te zijn, waarop de klant het gevoel krijgt: dit is godverdomme toch leven. Dit is wat ik wil, in plaats van die uitgezakte hobbezak die ik thuis op de bank heb zitten. En dan wordt het vaak ook nog zo geregeld, dat hij van de betaling weinig merkt. Dus de illusie blijft, dat zo'n vrouw je nog fantastisch vindt ook.

“Die werkelijkheid heb ik mogen meemaken en dat komt je alleen maar van pas in de rest van je leven. Het verandert je kijk op mensen.”

Hoe treurig hij de wereld van de seks en de illusies ook beschrijft, Menno Buch kwam er nooit helemaal los van. Aanvankelijk handelde hij in textiel en goedkope appelmoes uit Oost-Europa, maar hij werd halverwege de jaren tachtig bekend als pionier van 06-sekslijnen, een nieuwe bedrijfstak waarin hij zeer succesvol is gebleken. Hij had al eens tv-programma's gemaakt, maar eind 1997 begon hij met een serie bij Veronica: Sex voor de Buch. Daarin stelt hij mensen in staat voor de camera hun, voor velen zeer extreme, seksuele fantasieën te laten verwerkelijken. Als opmaat voor het vervolg begon afgelopen maandag het programma Sex na de Buch, waarin hij mensen uit de eerste reeks voor de camera terughaalt.

Tussen seks, appelmoes en textiel ziet hij geen verschil. Het is gewoon handel, zegt hij. “Wat me het meest boeit en waar ik het minst slecht in ben gebleken, is het bereiken van grote massa's. Ik hou van massaal - alles - veel. En seks is massa. Dat zit in mijn hoofd, dat is een commercieel lampje dat ik heb, en dat vaak aanstaat. De 06-lijnen zijn daar een prima voorbeeld van. Ik dacht, als iedereen een keer belt met zo'n lijn, dan ben ik al klaar. En laat ze het dan eens een maand of zes doen, dan is het helemaal mooi. Nu zijn ze al twaalf jaar bezig.”

Zijn omgeving dacht daar anders over. “Er werd geroepen dat ik een telefoonpooier was. Iedereen had natuurlijk kunnen bedenken dat sekspraatjes door de telefoon zouden verkopen, maar toen ik degene was die daar voor het eerst iets mee deed, was ik meteen te ranzig om aan te pakken. Inmiddels ben ik het wel gewend om in de hoek getrapt te worden. Ik ben er imuun voor geworden. Dat is helemaal niet erg. Dat is juist fantastisch, heerlijk, want daar word je alleen maar sterker van.”

Heel veel mensen zijn anti-Buch, anti-Sex voor de Buch. Die geur van ellende hangt nu eenmaal om me heen. En dat maakt me geen reet uit, overigens. Dat is mijn beeld van de mensheid.

“Ik heb een inval gehad door de FIOD, omdat ik ervan werd verdacht zwarte lonen uit te betalen aan telefoondames. Misschien hebben ze bij de FIOD wel gedacht: die Buch met zijn grote rotkop, die timmert lekker aan de weg, laten we die eens de oren gaan wassen. Bijna iedereen die aan de weg timmert heeft wel eens een inval van de FIOD gehad. Het hoort erbij.” Er loopt ook een rechtszaak tegen hem. “Ik ben beschuldigd van verduistering. Bij ABN Amro. Lariekoek natuurlijk, ik ben compleet onschuldig.”

Het pareren van kritiek gaat soepel. Maar liever zou hij zien dat de publieke opinie zich over belangrijker dingen zou opwinden. Over discriminatie bijvoorbeeld ('het gif van de samenleving') of over cocaïnegebruik ('staatsvijand nummer 1') dat volgens hem wijd en zijd verspreid is.

Hij gaat door met Sex voor de Buch. Vanaf 7 september zullen nieuwe afleveringen bij Veronica worden uitgezonden. Wat Buch daarin heeft laten zien is niet nieuw in de pornowereld. SM, groepsseks, fetisjismen, trampling en al wat dies meer zij - op de cassettes van de beter gesorteerde videotheek was het allemaal al te zien. Wat wel nieuw was, was dat gewone mensen het deden. Uit flatgebouwen, nieuwbouwwijken en rijtjeshuizen. Met witte sokken aan, pukkels op de billen, haar op de rug, op leren bankstellen, met kanten gordijntjes voor de ramen. Ruim een miljoen mensen keken er soms. Wat al veel is voor een willekeurig programma op een doordeweekse dag, maar helemaal voor een programma om half elf 's avonds.

“Ik wilde het laten zien”, zegt Buch. “Waarom? Scoren. That's it. Heel simpel. Ik vind het prachtig de volgende dag naar de kijkcijfers te kijken, dat geeft me een goed gevoel.”

Hij voelt geen wroeging over het feit dat hij zijn succes te danken heeft aan het tonen van intimiteiten die mensen in hun privé-omgeving met elkaar of met zichzelf delen. En hij voelt zich ook geen boeman die misbruik maakt van de emotionele instabiliteit of eenzaamheid waarin sommige van zijn kandidaten lijken te verkeren.

Zijn regels zijn simpel. Seks met dieren, kinderen en uitwerpselen, dat mag niet. Maar verder is alles wat twee volwassen mensen vrijwillig met elkaar willen doen, geoorloofd. Zijn redacteuren bekijken iedere aanmelding zorgvuldig, zegt hij. Probleemgevallen komen niet door de selectie. En de optanten worden vooraf gewaarschuwd voor de gevolgen: wat zullen de buren ervan zeggen, en hun ouders en familie? Pas als dat allemaal achter de rug is, wordt er gefilmd, zegt Buch.

De grens ligt bij achttien jaar, zegt hij. Over de vraag of iemand van 44 altijd wel weet wat hij doet, haalt hij zijn schouders op. “Hij mag toch ook stemmen? Autorijden, huursubsidie halen, belastingpapieren tekenen? Fantastisch toch, dat is democratie. En alleen omdat hij denkt als een kind van veertien mag hij niet aan seks doen? Ik doe niet anders dan de maatschappij. Als hij bij de Wehkamp mag kopen en kinderen mag krijgen, mag hij dus ook in de lamp gaan hangen met zijn blote reet. En als hij dat op tv wil laten zien, ga ik er met een camera op staan.”

Met geestelijk gehandicapten heeft Buch meer moeite. “Ik acht de kans zeer klein dat wij een wens van een geestelijk gehandicapte zullen filmen. Maar ik ga het niet bij voorbaat uit de weg.”

Een aantal kandidaten uit het vorige seizoen is na het optreden in problemen geraakt met zijn omgeving. “Als iemand giga-spijt heeft, dan kan ik alleen maar denken: sorry. Je wilt graag in de draaimolen zitten, en af en toe breekt er een kettinkje en flikker je eruit. Het is niet anders. Als je in de loterij speelt, kun je ook verliezen.”

Zijn recalcitrante levenshouding stamt uit zijn jeugd, zo zegt hij. Net als zijn oudere broer, programmamaker / schrijver Boudewijn Büch, heeft hij altijd de aandrang gevoeld zich af te zetten tegen het welgestelde Wassenaarse milieu waarin hij geboren werd. Hij kwam maar met moeite door de lagere school, hij deed er acht jaar over. Een vervolgopleiding heeft hij niet genoten. Liever dan huiswerk maken ging hij naar Den Haag. Op de fiets de grote stad in, “kijken hoe het daar gebeurde”.

Zijn familie verwachtte van hem dat hij het geijkte pad zou volgen - een functie bij Shell, een baan als topambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken of een goede betrekking bij ABN Amro. Buch voelde zich in een keurslijf gedwongen. “Men kon wel bedenken dat dat het beste voor mij was, maar ik dacht, dat wordt niks. Want ik kon niet onthouden wat drie plus twee was. Ik wist dat dat nooit zou werken.”

Hij zegt op zijn twaalfde te hebben besloten met zijn milieu te breken. “Ik was geen normaal kind, ik was mijn tijd ver vooruit. Ik dacht: ik ga het alleen doen, dan hoef ik niemand verantwoording af te leggen. Dan hoefde ik tegen niemand te zeggen: 'dat heb ik aan jou te danken' of 'dat heb jij voor mij betaald'. Ik heb niemand om raad gevraagd in mijn carrière. Nooit. Elke tweesprong heb ik op intuïtie genomen.

“Op mijn vijftiende ben ik in de maatschappij gaan staan. Vanaf dat moment heb ik gedacht: knokken voor je plek, want met een academische titel of opleiding kon ik het niet bereiken. Een hardere weg is niet te vinden.”

Zijn prestatiedrang is op die manier ontstaan, denkt hij. “Als je altijd maar meekrijgt dat je opgroeit voor galg en rad en dat er geen reet van je terechtkomt, dan komt dat gevoel opzetten: ik zal jullie wel eens een poepie laten ruiken, stelletje mafketels.

“Ik heb nooit per se beroemd willen worden. Wist ik veel dat die sekslijnen zo'n enorme hausse aan publiciteit zouden veroorzaken. Maar wat er wel achter zat, was te kunnen zeggen: rot op met je blauwe blazer. Gaan jullie maar lekker door bij je Shell, maar laat mij het op mijn manier doen. Nu kan ik me daarmee meten.”

Hij is een groot bewonderaar van de in 1994 overleden Formule I coureur Ayrton Senna. “Hem vond ik niet alleen een heel groot talent, maar ook een zeer bijzonder mens. De weg van de minste weerstand was voor hem geweest om van het kapitaal dat in de familie aanwezig was, gewoon rustig te gaan leven, of het landgoed te beheren. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij is zich gaan waarmaken in de autosport, heeft de top bereikt en zich ingezet voor kansloze mensen. Dat heeft hij heel goed gedaan.”

Zijn vader heeft geen rol gespeeld in Menno's ontwikkeling. Hij verdween uit huis toen Buch tien jaar oud was. “Ik mocht hem daarna van mijn moeder nooit meer zien. Het was beter dat ik mijn vader niet meer zag, zei zij. Ja, natuurlijk heb ik best wel eens het gevoel gehad, dat ik hem graag wilde spreken. Maar dat kon niet, hij was uit de ouderlijke macht gezet, zo ging dat soms in die tijd. Ik heb hem nooit meer gezien.

“Het mooiste moment dat ik in mijn jeugd heb meegemaakt, was dat ik op zestien maart te horen kreeg dat Boudewijn niet meer op sterven lag. Het jaartal weet ik niet meer, ik was een heel klein pikkie, maar de datum staat me nog heel precies bij - het verlossende telefoontje kwam uit het Bronovo ziekenhuis. Het was een prachtig moment dat dát bericht in huis werd rondgeschreeuwd. Bij mij was er vreugde, want Boudewijn ging niet dood. Mijn vader heb ik toen zien huilen. Ondenkbaar dat dat ooit zou gebeuren. Maar ik heb het gezien. Dat blijft je bij. “Ik vond het een heel interessante man, een heel intelligente man, een briljante man. Boudewijn kan je het meest met hem vergelijken. Dezelfde passie voor boeken, kennis van de wereld, en kennis van alles. Hij is overleden, ik meen op zijn 52ste of 54ste. Een hartverlamming. Ik hoorde het een week nadat hij zelfs al gecremeerd was. Ik heb dat bericht ter kennisgeving aangenomen.

Maar ik heb periodes in mijn leven gehad dat ik dacht, god, ik had het toch wel eens aan hem willen vragen. Heel soms denk ik nog wel eens: Jezus, ouwe, wat ik nu aan het doen ben hè, zit je nu in je vuistje te lachen? Ik denk dat hij dat heel stiekem daarboven doet. En denkt bij zichzelf: je bent echt een pleurisventje, maar het is toch wel goed wat je doet.''

Menno Buch heeft er bewust voor gekozen alleen door het leven te gaan. Hij ziet het gezinsleven of liefdesrelaties als een zwakte. “De meeste mensen kunnen niet alleen zijn. Het is egoïsme. Medelijden met zichzelf. Pure onzekerheid. Ze hebben contact nodig.”

Hij heeft dat niet. Met zijn vijf honden leeft hij afgeschermd voor het oog van de buitenwereld. Hij was ooit drie jaar getrouwd, maar het huwelijk hield geen stand, kinderen heeft hij niet. Hij is niet anders gewend, zegt hij. “In de familie is nooit sprake geweest van contact. Dat ken ik niet. Ik denk dat als ik mijn oudste broer tegen zou komen op straat, ik hem niet eens zou herkennen. Ik weet niet hoe dat kan, ik heb ze gewoon nooit meer gezien. Alleen Boudewijn nog. Ik heb begrepen dat mijn moeder nog leeft.

“Ik heb geen bagage, emotioneel niet, sociaal niet, niks. Dat is heel comfortabel. Ik hoef geen verplichte feesten en partijen af. Ik heb geen verplichtingen met commerciële feestdagen als kerstmis, vaderdag, moederdag, weet ik wat ze allemaal verzinnen. Als andere mensen verplicht in een cirkeltje willen ronddraaien, moeten zij dat weten. Ik ben geen verantwoording schuldig. Ik hoef niet te appelleren aan gevoelens, ik doe niemand verdriet omdat ik te hard rijd in de auto. Ik kan precies doen wat ik zelf wil.”

Ook in zijn werk ervaart hij de voordelen, zegt hij. “Ik kan heel afstandelijk zijn met alles wat ik doe. Ik kan emotieloos dingen zien. Als je gevoelloos door het leven kan gaan, heb je nergens last van. Ik denk dat er maar weinig mensen in Nederland te vinden zijn die een programma als Sex voor de Buch kunnen maken, dat is toch logisch? Je ziet de meest intieme dingen van mensen, je praat over de meest intieme dingen van mensen. Het is nogal wat, wat ze je dan zoal vertellen.

“Ik denk dat het moeilijker zou zijn als je in een normaal sociaal patroon zit - laten we het zo noemen. Want als je een vrouw hebt, kinderen, moeder, vader, de hele troep, dan moet je waarschijnlijk vijf, zes, tien keer in detail uitleggen wat je zoal op zo'n hele dag gedaan hebt. Dat lijkt me heel vermoeiend. Ik heb daar geen last van. Uiteindelijk doe ik 's avonds gewoon de deur dicht. Niet dat er helemaal geen mensen zijn met wie ik mijn leven deel. Maar ze zijn op de vingers van één hand te tellen.”

En dan, ineens: “Ik ben niet geïnteresseerd in mensen. Ik houd niet van mensen.” Meer wil hij er ook niet over zeggen.