Het Franse wantrouwen in de 'dopingaffaire TVM'

De onderzoeksrechter in Reims hoort donderdag opnieuw zes renners van TVM, onder wie de Nederlander Tristan Hoffman, in wat de 'dopingaffaire TVM' is gaan heten. 104 flacons met EPO en - vooralsnog - één verboden medicijn staan daarbij centraal. Een reconstructie.

ROTTERDAM, 15 AUG. Het TVM-verhaal begint bijna vier maanden voor de start van de Tour de France. Op 9 maart wordt bij een routinecontrole bij de tol van Courcy, op een autoweg nabij Reims, een bedrijfswagen van TVM aangehouden. De auto is op de terugweg van het Spaanse Murcia waar drie TVM-renners - Jeroen Blijlevens, Bart Voskamp en Tristan Hoffman - hebben deelgenomen aan de Ronde van Murcia, een vierdaagse wedstrijd die op 8 maart eindigde.

De auto die bestuurd wordt door twee mecaniciens van TVM, bevat 104 flacons EPO (afkorting voor erythropeïne), een medicijn dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes bevordert en dus het zuurstofopnemend vermogen vergroot. De flacons zijn gekocht in Spanje op voorschrift van de Russische ploegarts van TVM, Andrei Michailov. De EPO is volgens Michailov bestemd voor een kinderziekenhuis in Moskou waarmee de arts goede contacten onderhoudt. Een brief van het kinderziekenhuis aan Michailov, waarin deze om hulp wordt gevraagd, wordt later overhandigd aan justitie in Reims die een onderzoek instelt.

Het transport van de EPO is illegaal: de 104 flacons met het medicijn zijn niet ingeklaard bij de Franse douane aan de Spaans-Franse grens. Aanvankelijk behandelen politie en justitie in de champagnestad het EPO-vervoer volgens mr. Joost van Mierlo, de advocaat van TVM, als een douane-kwestie. Van Mierlo: “Op 22 maart hebben wij justitie in Reims gezegd dat Michailov bereid was persoonlijk een toelichting te geven over het EPO-transport. Er kwam geen reactie. De maanden daarna begeleidde Michailov TVM-renners bij wedstrijden in Frankrijk. Er gebeurde niets.”

De 'douanekwestie' over de 104 flacons sleept nog voort als het EPO-schandaal in de Tour de France uitbarst. Op 10 juli, de dag voor het het begin van de Tour in Dublin, houdt de Franse politie op een secundaire weg nabij het Noord-Franse Roubaix een Tour-auto aan met daarin meer dan 400 flacons EPO, volgens sommige deskundigen genoeg voor bloeddoping door het hele Tourpeloton van 189 renners gedurende de drie weken die de ronde duurt. De auto wordt bestuurd door Willy Voet, de Belgische verzorger van de Festina-ploeg. Voet wordt gearresteerd en bekent dat hij de EPO vervoerde in opdracht van de ploegleider Bruno Roussel van Festina. Later bekennen Festina-coureurs dat ze doping hebben gebruikt.

In opdracht van onder anderen de Franse minister voor Jeugd en Sport, Marie-George Buffet, besluit de Franse justitie het dopinggebruik in de Tour hard aan te pakken en wel tijdens de ronde als de renners op Frans grondgebied zijn. Minister Buffet spreekt in interview in Le Monde (4 augustus) van een “krachtige politieke wil om de diepe oorzaken van doping aan te pakken”.

Op 17 juli wordt Festina-ploegleider Bruno Roussel gevangen gezet in de gevangenis van Arras en de Belgische ploegarts van Festina, Eric Ryckaert, wordt in de gevangenis van Douai ingesloten. De Festina-dokter die in 1992 verbonden was aan de Nederlandse PDM-ploeg (de voorganger van TVM) bevindt zich nu als enige verdachte van het verstrekken van doping in voorarrest - afgezien van Michailov die eveneens sinds 23 juli is ingesloten.

Het parket in Reims, een slaperige stad, heeft het sein uit Parijs begrepen dat doping krachtig moet worden aangepakt. Het dossier van het EPO-transport door de TVM-auto die op 9 maart werd aangehouden, wordt heropend. De lokale justitie en politie kunnen zich tegenover 'Parijs' niet permitteren het illegale transport van het dopingmiddel/medicijn EPO af te doen als een douanekwestie. Het 'nieuwe' onderzoek wordt geleid door rechter-commissaris Odile Madrolle en plaatsvervangend officier van justitie (substituut-procureur) Philippe Laumosne. TVM wordt in het vizier genomen en met harde hand en veel wantrouwen aangepakt - de ploeg is tenslotte afkomstig uit Nederland, dat immers zo lankmoedig is met drugs.

Op 23 juli, de enige rustdag in de Tour, doet de politie huiszoeking in La Rocade, het hotel in de Zuid-Franse stad Pamiers (Ariège) waar de TVM-ploeg verblijft. Er worden “verboden stoffen” in beslag genomen. Ploegleider Cees Priem en ploegarts Andrei Michailov worden gearresteerd en opgesloten in de oude en Spartaanse gevangenis van het nabijgelegen stadje Foix. Op 27 juli worden beiden na een lange reis ingesloten in een gevangenis in Reims. Rechter-commissaris Madrolle stelt ze formeel in staat van beschuldiging wegens het “transport van verboden middelen en het in bezit hebben van gevaarlijke stoffen zonder rechtvaardiging van de herkomst”.

De dag na de 'overval' in Pamiers, vrijdag 24 juli, laat substituut-procureur Laumosne in Reims zich voor het eerst uit over de TVM-affaire. Voor een radiostation zegt hij dat de zaak-TVM “relatief dicht” bij die van Festina staat. En volgens de procureur is in het TVM-hotel in Pamiers “een tamelijk belangrijke hoeveelheid doping plus maskerende producten aangetroffen”.

Drie dagen later, op maandag 27 juli, laat Laumosne tegenover het Franse persbureau AFP een heel ander geluid horen. Hij zegt: De affaire-TVM is “veel minder belangrijk dan die van de Festinaploeg” omdat “alleen het hoofd van de TVM-ploeg betrokken is, en niet de benen”. Voorts zegt Laumosne “dat geen enkele coureur van de Nederlandse equipe is betrokken” (bij dopinggebruik).

Op dinsdag 28 juli, na afloop van een zware bergetappe, valt de politie nog eens het hotel binnen waar de TVM-ploeg verblijft, ditmaal in Albertville in de Franse Alpen. Verzorger Jan Moors wordt gearresteerd en twee dagen later eveneens naar Reims overgebracht en daar ingesloten. Zes TVM-renners worden meegenomen naar een ziekenhuis waar ze bloed, urine en haren voor nader onderzoek moeten afstaan. Vervolgens moeten ze een verklaring tekenen waarin ze toezeggen dat ze zich maandag 3 augustus, de dag na afloop van de Tour, bij de politie in Reims zullen melden om als getuigen te worden gehoord over dopinggebruik bij TVM.

Op zondag 2 augustus, een dag eerder dan aangekondigd, stelt rechter-commissaris Madrolle in Reims ook soigneur Moors formeel in staat van beschuldiging wegens “transport van verboden middelen en het in bezit hebben van gevaarlijke stoffen zonder rechtvaardigimg van hun herkomst”.

Op maandag 3 augustus melden zes TVM-renners - de Nederlanders Steven de Jongh, Servais Knaven, Bart Voskamp en Jeroen Blijvens, alsmede de Rus Ivanov en de Oekraïener Oetsjakov - zich in Reims bij de gerechtelijke politie (SRPJ) voor verhoor. De zes renners ontkennen elk dopinggebruik. Ze zeggen niets te weten van het transport van de 104 flacons EPO op 9 maart. Commissaris Bernard Sallez van de gerechtelijke politie zegt dat de coureurs “kennelijk een gemeenschappelijke strategie” hebben afgesproken. Hij kondigt aan dat ook de andere TVM-renners zullen worden gehoord.

Op 7 augustus wordt het resultaat van de huiszoeking bij de TVM-ploeg in het hotel in Pamiers op 23 juli bekend. Volgens advocaat Van Mierlo blijkt uit het rapport dat in Pamiers slechts cafeïne is gevonden. Deze stof staat op de dopinglijst van de internationale wielrenunie (UCI), maar gebruik van kleine hoeveelheden wordt getolereerd. Dezelfde dag dient Van Mierlo een verzoek tot vrijlating in voor Priem, Moors en Michailov. Rechter-commissaris Madrolle en procureur Laumosne moeten daar binnen vijf werkdagen over beslissen.

Op maandag 10 augustus worden Priem en Moors onverwacht vrijgelaten. Ze mogen Frankrijk echter niet verlaten voordat de overige vijftien leden van de TVM-ploeg in Reims zijn verhoord. Deze beperkende voorwaarde wordt opgelegd om te voorkomen dat Priem overleg zou kunnen plegen met de TVM-renners in Nederland. Procureur Laumosne reageert tegenover het Franse persbureau AFP op het bericht van enkele dagen eerder dat in het TVM-hotel in Pamiers alleen cafeïne is gevonden. Hij zegt: “Er waren ook producten bij die volledig verboden zijn, welke dosis ook wordt gebruikt.” Ook zouden “wettelijk toegestane farmaceutische produkten” zijn gevonden waarvan mogelijk “maskeringsmiddelen konden worden gemaakt” - nader onderzoek moet dat uitwijzen. Advocaat Van Mierlo wijst de suggestie af: “In een groep van 23 mensen is altijd wel iemand met medicijnen die hem zijn voorgeschreven door een arts en dat is geen enkel geval strafbaar.”

Niet bekend