Het batje van Wim Groenendijk

Pingpong wordt het spelletje met een cynische ondertoon vaak genoemd. Pingpongen doet men bij voorkeur in de huiskamer, op zolder, in garages of in gemeenschapshuizen. Tafeltennis is meer de naam die door gevorderden aan het spel wordt gegeven. Het is een spel dat lijkt op soortgelijke spelen die in de oudheid in Frankrijk, China en Japan werden beoefend.

Zeker is dat omstreeks 1900 in Amerika, Engeland en in de Britse Dominions al tafeltennis werd gespeeld onder de naam gossima of domweg pingpong. Het werd een rage onder financieel draagkrachtigen. Gekleed in avondkostuum waagden welgestelde heren zich aan een partijtje gossima. In de hand hielden ze een ovaalvorming slagwapen dat was bespannen met een varkensblaas of met perkament. Als dit vel slap werd, werden de batjes bij het haardvuur gehouden om de spanning weer de nodige veerkracht te geven. Verschil in bespanning viel waar te nemen door het ping- of ponggeluid. Pas op, een smash gold in die tijd als onsportief. Het perkament dan wel de varkensblaas werd later vervangen door hout, dat werd bekleed met schuurpapier of kurk. De Engelsman Goode verzon een batje met een rubber laagje. Sinds die tijd is er van alles verzonnen om tafeltennis sneller en aantrekkelijker te maken. Het verschil tussen ping en pong is bijna niet meer te horen. Maar toch blijft tafeltennis altijd pingpong heten.