Glasz: beurskoersverloop bedrijf zegt te weinig

De Universiteit van Amsterdam heeft de Nederlandse primeur van een leerstoel corporate governance. “Koersbewegingen op de effectenbeurs zijn onvoldoende graadmeter van de toekomst van een bedrijf”, zegt toekomstig hoogleraar Jaap Glasz.

ROTTERDAM, 15 AUG. Jaap Glasz, partner bij het advocatenkantoor Trenité Van Doorne, CDA-senator en gepromoveerd op een proefschrift over de rol van commissarissen in het bedrijfsleven, wordt per 1 september de eerste Nederlandse hoogleraar corporate governance. De bijzondere leerstoel, aan de Universiteit van Amsterdam, wordt gefinancierd door Trenité Van Doorne. De term corporate governance is overgewaaid uit Amerika en draait om praktische regels voor goed ondernemingsbestuur, transparantie van directiebeleid en verantwoording door commissarissen. In Nederland heeft een adviescommissie onder leiding van ex-Aegon-topman J. Peters veertig aanbevelingen gedaan die dit jaar op aandeelhoudersvergaderingen van beursgenoteerde bedrijven aan de orde zijn geweest.

Hoe is de leerstoel tot stand gekomen?“De Universiteit van Amsterdam heeft mij tweeëneenhalf jaar geleden benaderd of ik er iets voor voelde om vanuit de praktijk iets te doen. Het rapport van Cadbury in Engeland over corporate governance was toen aan de orde, maar de commissie Peters was er nog niet.

Hoeveel commissariaten heeft u zelf?“Zeven. De twee die de meeste tijd kosten zijn Fortis en Van Melle. Verder drie bij Nederlandse dochters van buitenlandse ondernemingen: Citroën, Coca-Cola en Glaxo. Verder de woningbouwvereniging ACOB en de Franse onderneming Bongrain, de producent van onder meer Paturain, die Rijk de Gooijer beroemd heeft gemaakt.”

Geruchten willen dat de commissie Peters zelf ook plannen had voor een leerstoel. Heeft u met hen contact gehad?“Nee. Ik heb het Jaap Peters wel verteld dacht ik. Wij hebben onlangs samen in een commissie gezeten voor woningcorporaties.”

Wat gaat u in uw colleges aan de orde stellen?“Ik stel mij voor om aan te sluiten bij Peters, maar om ook de vraag aan de orde te stellen of de balans niet te veel is doorgeslagen naar pogingen om beschermingsconstructies (tegen vijandige overnames door andere bedrijven; red.) en het structuurregime (de wettelijke beknotting van zeggenschap van aandeelhouders en toedelen van macht aan commissarissen bij grote bedrijven; red.) af te schaffen. Als je uit het structuurregime een bouwsteen wrikt, wat krijg je dan? De aandeelhouders willen wat anders dan de werknemers, die weer wat anders willen dan de directeuren, en die denken er anders over dan de commissarissen. Wellicht moet de aandeelhoudersvergadering commissarissen gaan benoemen, maar je moet er niet meer heil van verwachten. Niemand heeft nog aangetoond dat het beter gaat bij bedrijven waar aandeelhouders commissarissen benoemen. Bij structuurvennootschappen is de selectie van commissarissen juist zwaarder. Dat er ongelukken gebeuren, voorkom je niet.

Veel te veel aandacht is nu geconcentreerd op shareholder value. De primaire focus is op koersbewegingen op de effectenbeurs. Dat is onvoldoende graadmeter van de toekomst van een bedrijf. Ik ben een aanhanger van het Rijnlandse model. Ik hecht aan het sociale functioneren van de onderneming, ook op het gebied van cultuur. Ik zit meer op de lijn van Wijffels (voorzitter hoofddirectie Rabobank; CDA-kopstuk), die ook wel eens de Wall Street normatiek heeft afgewezen.''

Wat vindt u van de discussie over corporate governance?“De aanbevelingen van Peters moeten niet worden misbruikt voor: wanneer worden beschermingsconstructies opgeheven. Het wetsvoorstel om het doorbreken van beschermingsmaatregelen via de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof mogelijk te maken is wel goed, al vind ik het jammer dat de bewijslast bij de doelwitonderneming is gelegd. In het regeerakkoord wordt er niet over gerept, blijkbaar is er een wapenstilstand. Ik vind niet dat beschermingsmaatregelen moeten worden opgetrokken voor falend management. Maar moeten wij in plaats daarvan naar een systeem van vaste aandeelhouders, zoals minister Zalm wil? Is dat zoveel beter, gezien de ervaringen in Frankrijk en België?