Een evenement van nationale aard

Het is vanavond de vierde achtereenvolgende keer dat de NOS de plechtige Indië-herdenking die vandaag in Den Haag wordt gehouden op de televisie uitzendt. “Voor de Indische Nederlanders heeft 15 augustus namelijk dezelfde betekenis als 4 en 5 mei bij de Nederlanders”, zegt eindredacteur Ad van Liempt. “In de Jappenkampen en tijdens dwangarbeid zijn tijdens de drieënhalf jaar durende Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië zo'n 24.000 mensen omgekomen. Dat is natuurlijk heel wat minder dan bij de inlandse bevolking waar door hongersnood zeker miljoenen mensen zijn gestorven. Op 15 augustus 1945 capituleerden de Japanners.”

De uitzending die in de loop van de middag wordt gemaakt geeft ruime samenvattingen van de herdenkingsbijeenkomst in het Nederlands Congrescentrum en de kranslegging bij het Indische monument aan de Teldersweg. In een open tent daar vlakbij praat journaalpresentatrice Pia Dijkstra met de 90-jarige letterkundige en Indiëkenner Rob Nieuwenhuys, die een aantal fotoboeken over het voormalige Nederlands-Indië samenstelde; en met de Leidse historicus H.W. van den Doel over de zogeheten Bersiap-periode, de 'weest paraat-tijd' na de Japanse overgave. Van den Doel is bezig met een boek over de dekolonisatie van Indonesië en Nieuwenhuys zat tijdens de oorlog in een aantal Jappenkampen op o.a. Bandoeng waar hij Leo Vroman ontmoette van wie de acteur Gijs Scholten van Aschat een aantal gedichten voordraagt.

Van Liept vertelt dat er in het Imperial War Museum in Londen filmbeelden uit Surabaya zijn gevonden die iets over de sfeer van die periode vertellen, nadat Soekarno op 17 augustus de Indonesische Republiek had uitgeroepen. De revolutionaire jeugd keerde zich tegen de vroegere bezetters. Er was wanorde en terreur. Dat hield in dat Nederlanders, Indische Nederlanders en Chinezen hevig werden bedreigd. Vaak moesten zij terug naar de kampen waaruit ze kwamen, nog steeds bewaakt door Japanners.

Volgens Van Liempt is deze periode in Nederland altijd erg onderbelicht gebleven terwijl het voor veel Nederlanders en Indische Nederlanders een uiterst schokkende ervaring was. In een korte reportage gemaakt door Esmeralda Böhm en Tonko Dop vertelt de inmiddels 70-jarige Henk Huiskes - soms geëmotioneerd - hoe wreed de pemoeda's (vrijheidsstrijders) mensen behandelden en soms met samoerai-zwaarden op hen inhakten. Als alles anders was gelopen was Huiskes rond 1950 nooit naar Nederland gekomen. “Dan was het mijn land geweest. Wat had ik hier te zoeken. Maar daar kon ik niet leven.”

Jeanette Bosman-Franquemont kwam in 1949 naar Nederland. Zij werd met haar moeder in verschillende kampen geïnterneerd. Zij zegt: “Er werd geroepen 'dood aan de Nederlanders'. Uitbundige vreugde zoals hier bij de bevrijding hebben wij niet meegemaakt. Wij zijn nooit bevrijd, wij zijn gebombardeerd door de Jappen, de geällieerden en later nog eens door de Engelsen. De nationalisten imiteerde de Jappen en “deden alles op z'n Japs, ze marcheerden zelfs op z'n Japs.”

Rob Nieuwenhuys gaat in het gesprek met Pia Dijkstra in op de betekenis van het herdenken. Het doet hem niet zo veel. Het zou voor Nieuwenhuys meer betekenis krijgen als Japan ook mee zou doen maar “daar zijn ze nog niet rijp voor.”

Van Liempt denkt niet aan kijkcijfers. “Het doet er niet toe of het er veel of weinig zijn. Wij zullen met het programma geen miljoenenpubliek trekken. Al zouden er maar 200.000 mensen kijken, ook goed. Dit is een evenement van nationale aard. Dit soort uitzendingen hoort bij de publieke omroep.”

Indië-herdenking, Ned.2, 19.27-20.20u.