E-type en Witfiets

Bij de tramhalte naast het Paleis op de Dam stopte een Jaguar E-type, een glanzend zwart exemplaar in de beste staat van onderhoud. Veel mensen beschouwen de E-type als horend tot de mooiste en beste auto's van deze eeuw: elegant zonder bluf en afstammend van de D-type die een paar keer de 24 uur van Le Mans heeft gewonnen. Maar wat doe je ermee op een warme vakantiemiddag, in een stadsfile die met drie kilometer per uur de oversteek naar de Kalverstraat nadert, waar de voetgangers geen krimp geven? Voor je het weet is het koelwater aan de kook. Dan doe je de motorkap open, draait voorzichtig de dop van de radiateur los, laat de stoom ontsnappen en het commentaar van het publiek over je komen.

De man achter het stuur van deze Jaguar was verdwaald. Hij wilde weten waar de P.C. Hooftstraat is. Twee maal rechts en dan weer vragen, riep een hulpvaardige. En dan, vroeg ik me af, want je kunt daar niet parkeren. Op de fiets was hij er voor een duizendste van de kosten twee maal zo vlug geweest. Ik hoop dat het goed met hem is afgelopen.

Of de duvel ermee speelde. Dezelfde dag las ik in de International Herald Tribune, (13 augustus, pag. 8) onder de kop A Free Bike for Everyone: Amsterdam tries it again belangrijk nieuws over de hoofdstad. Deze krant heeft er trouwens een paar maanden geleden ook al melding van gemaakt. Als alles gaat zoals het hoort, zal binnenkort de witte fiets terugkeren.

Witte fiets? zullen de jongeren misschien vragen. Ja. Meer dan dertig jaar geleden lanceerde Luud Schimmelpennink, uitvinder en provo, het Wittefietsenplan. Ook toen al had Amsterdam, behalve de directie van de tram, nog twee plagen: te veel auto's en te veel fietsendieven. De oplossing leek eenvoudig: maak de fiets tot eigendom van de gemeenschap en sticht een fietsenpark met zoveel fietsen dat er altijd voor iedereen op vrijwel iedere plaats een fiets klaarstaat.

Ben je op je plaats van bestemming, dan laat je de fiets die je daarheen heeft vervoerd gewoon staan, niet op slot. Dan komt er iemand anders die ermee naar zijn plaats van bestemming rijdt, enz. Ongeveer zoals we met een ballpoint doen. Het zal wat investering vragen, maar daartegenover staat dat veel hogere investeringen voor het autoverkeer niet meer nodig zijn, en de fietsendieven is de wind uit de zeilen genomen. Want de overheidsfietsen hebben bepaalde bijzondere kenmerken waardoor ze onverhandelbaar zijn, en bovendien zijn ze wit. Vandaar het Wittefietsenplan.

Voor de mensen die ook in de stad op vier wielen wilden blijven rijden, ontwierp Luud Schimmelpennink de Witkar, een elektrisch autootje dat precies zo hard kon rijden als je in de stad kunt rijden zonder dat je een duif raakt. Het zat comfortabel, had een goede wegligging en naar alle kanten vrij uitzicht. De witkarren hadden vijf of zes basisstations - Spui, Elandsgracht bijvoorbeeld - waar ze werden geparkeerd en daar werd meteen de accu opgeladen. Om een witkar te kunnen gebruiken moest je abonnee op het systeem zijn.

Nadat de witte fiets en de Witkar er bij het publiek proefondervindelijk niet in waren gegaan, ontwierp Luud Schimmelpennink de Solo, een overdekte tweewieler met hybridische aandrijving. Dat wil zeggen: het mechanisme was zo ingericht dat er op trajecten die weinig inspanning van de berijder vergden, energie werd opgeslagen, die dan weer gebruikt kon worden bij de beklimming van steile brugggen, enz. De laatste versies van de Solo hebben zelfs collectoren voor energie van de zon.

Ook de Solo is niet in massaproductie gekomen. Maar het denkbeeld dat aan al deze voertuigen ten grondslag ligt, is te goed om het te laten varen. Opnieuw is Luud Schimmelpennink met een fiets gekomen, “sterk als een tank”, zoals hij zegt, “en te lelijk om te stelen, en de banden kunnen niet lek worden.” Het is de bedoeling dat de nieuwe witfietsen zullen worden geparkeerd in depots. Met behulp van een chipkaart zal de klant zich toegang tot het gebruik kunnen verschaffen en het ding later weer in hetzelfde of een ander depot kunnen afleveren.

De Witkar en de Solo deugen. Ze dienen het doel waarvoor ze zijn ontworpen. Dat weet ik omdat ik in beide proefritten heb gemaakt. De Witkar had een klimvermogen en een wegligging die je op het eerste gezicht niet zou verwachten. De helling van de brug over de Herengracht bij de Amstel - tegen de dertig procent (te steil die brug, de voerlui slaan het paard met ijzeren buizen galmend op de rug, W.F. Hermans) - werd moeiteloos genomen. Bij de afdaling en de daaropvolgende scherpe bocht lag de Witkar als een strijkijzer.

De Solo heb ik bij stromende regen in het spitsuur geprobeerd. Ik had alleen last van de 'medeweggebruikers' die dachten: vreemde eend in de bijt.

Nu herleeft de Witte Fiets. Luud Schimmelpennink gelooft dat de tijd er eindelijk rijp voor is. De grote steden stikken in hun eigen blik. In Wenen, Barcelona, Kopenhagen is men met soortgelijke projecten bezig. Steeds meer tekenen wijzen erop dat het gezond verstand op doorbreken staat.

Het zou me verbazen. Sommige mensen zijn geboren met een vernuft dat alleen schijnt te dienen om de domheid van de anderen aan te tonen - tot natuurlijk de dag aanbreekt waarop ze onverbiddelijk gelijk krijgen. Ik doe geen voorspellingen. Ik ga de nieuwe witfiets proberen, en ik breng er verslag van uit.