DRAAILICHT WIJST OP ONAARDS BEGIN VAN AARDS LEVEN

Een internationale groep astronomen heeft onlangs de mogelijke oorzaak achterhaald van de asymmetrie die het leven op aarde op moleculaire schaal kenmerkt. Ze deden dat door heel nauwkeurig het infrarode licht te analyseren afkomstig van een stuk van de Orion-nevel (Science, 31 juli 1998). Al heel lang wordt er gespeculeerd over de vraag waarom aminozuren _ de bouwstenen van eiwitten _ in de levende natuur maar in één van de twee spiegelbeeldige structuren voorkomen: de zogenaamde linksdraaiende vorm. Een eiwit bestaande uit rechtsdraaiende bouwstenen werkt gewoon niet. Suikers daarentegen, die de ruggegraat vormen van het DNA en RNA, zijn wél weer overwegend rechtsdraaiend. Vorig jaar werd al aangetoond dat ook in een Australische meteoriet een lichte overmaat aan linksdraaiende aminozuren voorkwam. Dat wees op een mogelijke buitenaardse oorsprong, hetgeen door de observaties die nu gepubliceerd zijn, alleen maar zekerder is geworden.

De astronomen bekeken gaswolken waar stervorming optreedt. Een deel van het infrarode licht dat aan stofdeeltjes wordt gereflecteerd, bleek circulair gepolariseerd te zijn. Dat betekent dat de richting waarin de lichtgolven trillen voortdurend draait, linksom dan wel rechtsom. Nu is in laboratoriumproeven aangetoond dat dergelijk circulair gepolariseerd ultraviolet (UV) licht selectief linksdraaiende of rechtsdraaiende moleculen kapot kan maken, afhankelijk van de draairichting. Het is dus goed mogelijk dat de overmaat aan linksdraaiende aminozuren in de ruimte is ontstaan, om via meteorieten het leven op aarde een richting op te sturen. Er blijven wel vragen over. Zo werden de waarnemingen in het infrarood gedaan en niet in het ultraviolette deel van het spectrum. Daar vindt namelijk te veel absorptie plaats. Op zich zijn er echter goede redenen om aan te nemen dat het UV zich net als het infrarood gedraagt, maar zeker is het niet. Daarnaast is het twijfelachtig of een eenmaal op aarde terecht gekomen overmaat aan linksdraaiende moleculen het hier lang zal uithouden. Bij wat hogere temperaturen en vooral in waterig milieu vindt er namelijk omzetting plaats van de ene vorm in de andere, totdat een evenwicht is bereikt _ een zogenaamd racemisch mengsel _ waarin er van beide vormen weer evenveel is. Toch is het nu geponeerde mechanisme waarschijnlijker dan alle eerdere verklaringen, die bijvoorbeeld uitgingen van heel subtiele quantummechanische effecten. Een beter bewijs kan pas worden geleverd wanneer ook linksdraaiend leven op andere plaatsen in het zonnestelsel wordt gevonden. Wellicht dat een Mars-meteoriet uitkomst kan bieden.

    • Rob van den Berg