De 'derde weg' maakt weer opgang

Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan debatteren politici en intellectuelen over de vraag wat voor politiek de plaats moet innemen van de traditionele progressieve en sociaal-democratische ideologie van links, en de vrije-marktopvatting van rechts. De nieuwe denkbeelden die daarbij rijzen, worden steeds vaker aangeduid als de politiek van de 'derde weg'. Maar wie die paar woordjes in de mond neemt, stuit echter op een muur van wantrouwen. Toch zijn de vragen van de sceptici niet onredelijk. Stelt de derde weg ideologisch werkelijk wat voor, of is het een reclameleus? Is het een serieuze poging om nieuwe vormen van progressieve politiek te creëren, of is het misschien een capitulatie voor rechts: de definitieve triomf van Ronald Reagan en Margaret Thatcher? Ook vragen de sceptici zich af of de derde weg niet gewoon een slim bedacht nieuw politiek jasje is voor de boodschap waarmee Bill Clinton en Tony Blair de verkiezingen hebben gewonnen.

De nieuwe denkbeelden en strategieën willen onder meer de vraag beantwoorden hoe democratische regeringen invloed kunnen uitoefenen op een wereldeconomie die zich steeds minder aantrekt van nationale grenzen en voorschriften, en hoe de economische ongelijkheid kan worden rechtgezet die met dit brutale nieuwe kapitalisme gepaard gaat. Voorts richten ze zich op de kwestie hoe men de eenling kan wapenen om zich staande te houden in een tijd van fellere wedijver, hoe stelsels van sociale voorzieningen moeten worden herzien die zo'n halve eeuw geleden zijn opgezet, en hoe een evenwicht tot stand is te brengen tussen de dynamiek van de markt en de noodzaak om gezinnen en kleine gemeenschappen te beschermen tegen de onvermijdelijke, ontwrichtende werking van diezelfde markt.

Uit de overwinning van deze beweging kun je concluderen dat de kiezers in de hoogtijdagen van het kapitalisme politieke partijen steunen die de vrije markt enigszins proberen te beteugelen, en die een tegenwicht willen bieden voor bepaalde onrechtvaardige gevolgen van die markt. Je zou echter óók kunnen concluderen dat al die partijen zich de afgelopen vijftig jaar verregaand naar de markt en het ondernemingsgewijze kapitalisme hebben gevoegd.

Beide constateringen zijn juist. Doordat de aanhangers van de derde weg deze dikwijls definiëren aan de hand van wat hij niet is, is er moeilijk vat op te krijgen. In een eerder dit jaar in de New Statesman - een blad dat een centrale rol vervult in het debat over de derde weg - verschenen open brief aan premier Blair noemde de maatschappijtheoreticus Ralf Dahrendorf dit een van de meest fundamentele problemen van de derde weg. Door zich voortdurend af te zetten tegen zowel links als rechts, zo schreef hij, “dwingt u zichzelf om de anderen te karikaturiseren.” Oud-Labour wordt daarbij socialistischer, de oude Democraten dirigistischer, en het reaganisme/thatcherisme coherenter en mogelijk kwaadaardiger afgeschilderd dan in werkelijkheid. “Nog belangrijker”, zo vervolgde Dahrendorf, “is dat wie zichzelf definieert aan de hand van anderen, zijn agenda door die anderen laat bepalen.” Als de derde weg in hoofdzaak een reactie is op oud links en nieuw rechts, lijkt het eigenlijk meer een marionet van debatten uit het verleden dan een gids voor de toekomst.

Zelfs de uitdrukking 'derde weg' is niet nieuw. Enige tientallen jaren geleden heeft de Amerikaanse journalist Marquis Childs de Zweedse sociaal-democratie omschreven als een derde weg tussen het Amerikaanse kapitalisme en het communisme van de Sovjet-Unie. De nieuwe derde weg lijkt echter ergens tussen Zweden en Amerika te lopen, wat erop wijst dat de inhoud ervan wisselt en sterk afhankelijk is van de intellectuele en politieke leiders van het ogenblik. “Je kunt dit gemakkelijk omschrijven als de plaats op gelijke afstand van twee punten”, geeft Sidney Blumenthal toe, de adviseur van het Witte Huis die de voornaamste pleitbezorger van de derde weg is bij de Amerikaanse regering.

Het huidige derde-wegdenken heeft echter wel degelijk aanwijsbare kenmerken. Volgens Anthony Giddens, het hoofd van de London School of Economics en een van Groot-Brittannië's meest vooraanstaande maatschappijtheoretici, is de derde weg een reactie op de neergang van de traditionele klassenpolitiek. “Nu de arbeidersklasse snel krimpt en de tweedeling van de wereld voorbij is,” schreef hij in een beschouwing over de derde weg in de New Statesman, “heeft de klassenpolitiek, evenals de traditionele verdeling in links en rechts, aan scherpte verloren.”

Nu is het met voorspellingen over het naderende einde van de klassenpolitiek altijd oppassen geblazen, al was het maar omdat ze door mensen die het gemaakt hebben soms worden gehanteerd om de ongelijkheid te verdoezelen. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en grote delen van de geïndustrialiseerde wereld zijn de klassenverschillen - zeker wat de omstandigheden stemgedrag - niet verdwenen.

Giddens heeft wel gelijk in de zin dat de klasse van de handarbeiders, de traditionele basis van de linkse partijen, als percentage van de beroepsbevolking afneemt, en plaatsmaakt voor allerlei soorten dienstverleners en kantoorpersoneel. Gelijk opgaand met de afnemende klassenloyaliteit is ook de partijtrouw kleiner geworden. De meeste Westerse partijen zijn in uiteenlopende tijdperken en omstandigheden ontstaan. Er zijn niet veel mensen meer in het Verenigd Koninkrijk die de aanzet tot de verzorgingsstaat onder Clement Attlee's in 1945 gekozen Labour-regering nog hebben meegemaakt, en nog minder Amerikanen die de New Deal uit eigen ervaring kennen.

Blair en Clinton werden dus in beslag genomen door de jacht op de stem van de kiezers in de buitenwijken, wier politieke trouw wankel is, die door weg te trekken uit de stadscentra hun banden met de traditionele partij-instellingen losser hebben gemaakt, en die zich mede laten leiden door de massamedia en door informatie die ze zelf verzamelen.

Giddens maakt voorts onderscheid tussen de opvattingen van oud links over de gemengde economie - die buiten de Verenigde Staten ook genationaliseerde industrieën toelaten - en die van de derde weg, waarbij de staat - in een economie waarin particulieren alle bedrijven bezitten en leiden - in individuele gevallen mag bijspringen.

Terwijl oud-links een verzorgingsstaat van de wieg tot het graf voorstond, zoekt het centrumlinks van de derde weg het meer in sociale investeringen, vooral in algemeen onderwijs en vakopleidingen.

De derde weg is de vrucht van de slinkende invloed van de socialistische en meer in het bijzonder marxistische ideologie, vooral sinds het einde van de Koude Oorlog.

Intrigerend is dat zowel Clinton als Blair inspiratie zoekt in de tijd vóór de opkomst van de Sovjet-Unie - Clinton in het 'progressieve tijdperk' dat de Verenigde Staten rond de eeuwwisseling doormaakten, en Blair in het hervormingsprogramma van de Liberals uit 1906, toen de Labour-beweging nog niet was uitgegroeid tot een grote politieke partij.

Centraal in de aspiraties en dilemma's van de derde weg staat de vraag hoe democratische regeringen moeten omgaan met de wereldeconomie. Het is nu eenmaal zo dat de regulerende staat die de Amerikaanse progressieven en Europese sociaal-democraten zich wensen, veel moeite moet doen om zich te laten gelden op de wereldmarkt. Ondernemingen en particuliere beleggers kunnen gaan en staan waar ze willen. Maar met arbeids- en milieuvoorschriften valt buiten de landsgrenzen vrijwel niets te beginnen. Voor belastingwetgeving geldt in toenemende mate hetzelfde.

Diane Coyle, redacteur economie van The Independent, stelde in een artikel over de derde-wegeconomie dat “mensen weliswaar tamelijk plaatsgebonden zijn, en de meeste werknemers niet onder de inkomstenbelasting uit kunnen, maar dat meer en meer transacties langs elektronische weg zullen plaatsvinden, waardoor ze ofwel onachterhaalbaar worden, ofwel gemakkelijk te vermommen zullen zijn.” Haar conclusie luidt: “Regeringen zijn heus niet machteloos, maar hun oude instrumenten laten het afweten.” De nieuwe instrumenten vormen nu één van de grote twistpunten binnen de derde weg.

Vele voormannen van de beweging, met name Blair en Clinton, juichen de wereldmarkt en de vrijhandel toe. De Franse socialisten, geleid door premier Lionel Jospin, zijn sceptischer. De voorstanders van vrijhandel stellen dat de sleutel tot het “vergroten van de kring van winnaars”, zoals Al From, de voorzitter van de Democratic Leadership Council en deelnemer aan conclaven over de derde weg, het graag formuleert, ligt in algemeen- en beroepsonderwijs. Dat brengt het gevaar met zich mee dat de derdeweggers de naam krijgen mensen te zijn die denken dat je alles kunt oplossen, als je er maar genoeg algemene educatie en beroepsopleidingen in pompt.

Maar is dat wel voldoende? Sommige aanhangers van de derde weg vinden van niet. Volgens hen zullen voor het realiseren van het gestelde doel - een billijker economie - nieuwe vormen van mondiale regulering vereist zijn, speciaal op het gebied van milieu en arbeidsomstandigheden. Hetzelfde geldt voor nieuwe maatregelen om valutaspeculatie aan banden te leggen, die bloeiende economieën in korte tijd kan ondermijnen.

Een ander punt dat de derdeweggers verdeelt, is de vraag hoe de oude verzorgingsstaat het best kan worden hervormd. Zowel de Democratische Partij in de VS als Labour in het Verenigd Koninkrijk is hierdoor verdeeld geraakt. Velen in de Verenigde Staten die in grote lijnen sympathiseren met de derde weg, verschillen van mening over de aanpak van de sociale voorzieningen. Derdeweggers die vorige maand een door Hillary Clinton en Sidney Blumenthal georganiseerde bijeenkomst bezochten, waren het op vele punten eens, maar niet over de vraag of gedeeltelijke privatisering een stap vooruit of een stap terug zou betekenen. Anderzijds werd bij die gelegenheid, zo stelt Blumenthal, heel duidelijk hoezeer in de vroeger zo nukkige Democratische Partij consensus is bereikt - consensus over het sluitend maken van de begroting, over de criminaliteit, het gezinsbeleid, de rechten van de vrouw, en de behoefte aan nieuwe investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang en vakopleidingen.

Dat Clinton deze consensus tot stand heeft weten te brengen, verklaart mede waarom de meeste Democraten hem tijdens het schandaal rond Monica Lewinsky trouw zijn gebleven. Een vooraanstaand Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden, dat zich dikwijls van links standpunt kritisch heeft uitgelaten over Clinton, heeft onlangs gezegd dat de meeste partijleden hem zullen steunen zolang ze kunnen. Clinton is voor hen, zo zei deze Democraat, de enige figuur die kan laten zien dat de partij op het goede spoor zit. Je zou het kunnen opvatten als de triomf van de derde weg. Je zou het echter ook kunnen zien als een indicatie van de prijs die Clinton voor het schandaal heeft betaald. Clinton is een inspiratiebron voor Blair geweest bij de hervorming van Labour, maar hij heeft, ondanks zijn successen, veel minder dan Blair de teneur van het politieke debat kunnen veranderen. In Groot-Brittannië gaat het over de derde weg, in de Verenigde Staten over seks en meineed.

De derde weg is niet zonder meer populair bij de mensen voor wie hij bedoeld is. “Men is bevreesd”, zo zei de voormalige Amerikaanse minister van Arbeid Robert Reich tegen de Nation, “dat Tony Blair en Bill Clinton, in plaats van de derde weg uit te stippelen, progressief links verscheurd zullen achterlaten en dat zij weinig zullen doen om het maatschappelijk onrecht waarmee het moderne kapitalisme gepaard gaat, ongedaan te maken.” Die vrees kan worden bewaarheid als de derde weg per slot van rekening niet meer zou blijken te zijn dan een kreet.

Te oordelen naar het optreden van progressieve partijen overal ter wereld, en de nederlagen die conservatieve partijen hebben geleden, zijn er echter nauwelijks alternatieven voor het streven van de derdeweggers om de vrije markt zowel te aanvaarden als te hervormen. Misschien heeft dit idee enkel en alleen zijn tijd mee omdat de andere ideeën niet meer werken.