Dat was iets van vroeger; De vele levens van Robby van der P.

Eerst heette het een ongeluk. Toen euthanasie. Nu wordt Robby van der P. beschuldigd van moord op zijn (ex-)minnaar, kinderporno-handelaar Gerrie Ulrich. En het leek juist allemaal goed te komen. Hij was geen hoer meer en geen homo, en in december zou hij met Cindy trouwen. 'Ik trok aan de ene kant van Robby, Gerrie aan de andere kant.'

Robby van der P. had een vrouw, een kind, een huurhuis, en hij werkte voor een uitzendbureau. Hij was twintig. Hij speelde niet meer in pornofilms, hij snoof en spoot niet meer, hij dronk niet, hij kwam nooit meer in Amsterdam. Robby van der P. was geen hoer meer en geen homo. Hij woonde weer in België, in de buurt van het dorp waar hij was geboren, en hij pakte speculaas in aan de lopende band. Zijn vriendin Cindy was schoonmaakster in het bejaardentehuis, op zondag gingen ze met hun dochtertje Nina naar een pretpark of op bezoek bij familie.

Een maand na zijn vertrek uit Nederland was Erik nog langsgeweest, een ex-vriendje. Erik had Robby's naam laten tatoeëren op zijn bil, hij wou dat Robby terugkwam naar Amsterdam. Robby liet hem niet eens binnen. Maakt dat ge wegzijt.

Maar het werk in de koekfabriek was tijdelijk en ook in de steenhouwerij, daarna, kon hij niet blijven. Zijn dochtertje Nina, twee jaar, was vaak ziek, ze had last van haar longen. Robby kon de rekeningen voor het ziekenhuis en medicijnen nauwelijks nog betalen. Cindy verdiende met poetsen zeventienhonderd gulden per maand, het huis kostte bijna zevenhonderd. Robby ging soms weer naar Nederland, en op een dag, in de zomer van 1997, belde Ruud, van het escortbureau in Amsterdam.

Gerrie Ulrich - een zieke, magere man van achtenveertig jaar uit Zandvoort - had naar Robby gevraagd. Duizend gulden voor een nacht. “Ik heb hem uit de auto gesleurd”, zegt Cindy nu. “Ik wou niet dat hij ging, en hij bleef thuis.”

Het weekend daarna was Robby toch weg. Het volgende weekend ging hij opnieuw naar Zandvoort. Gerrie Ulrichs vriend, de registeraccountant Leo van Gasselt, was net overleden aan leverkanker en Ulrich kon moeilijk alleen zijn. Robby hield hem gezelschap, zei Robby tegen Cindy. Verder niks.

En Ulrich betaalde Robby goed. Hij gaf hem ook een nieuwe auto, nieuwe kleren, een motor. Hij bood Robby werk aan in zijn computerzaak Cube Hardware en kocht een flat voor hem, in de buurt van zijn eigen etage aan het strand. Robby, die nog nooit achter een computer had gezeten, verhuisde met vrouw en kind naar Zandvoort.

Nu, bijna een jaar later, is Gerrie Ulrich dood. Door een kogel uit de revolver van Robby. Robby zit al anderhalve maand in een gevangenis in Noord-Italië. Een ongeluk, zei Robby tegen de politie. Ze waren samen met vakantie en schoten op blikjes, een kogel ketste af op een steen en raakte Ulrich in zijn rug. Nee, het was euthanasie, zei Robby daarna ineens. Ulrich was doodziek, hij wilde dat Robby een eind maakte aan zijn lijden. Tegen de Italiaanse onderzoeksrechter zei Robby later weer iets anders: Ulrich had hem “onder druk” gezet, gechanteerd.

Een paar dagen na Ulrichs dood werd in zijn flat in Zandvoort een enorme hoeveelheid extreem-harde kinderporno ontdekt. Ulrich verkocht foto's en films via Internet aan pedofielen. Robby van der P. zou hem hebben geholpen, in zijn agenda zouden namen staan van belangrijke klanten. Italië zal Robby van der P. nog niet uitleveren aan Nederland. Deze week is het 'ongeluk' door de Italiaanse onderzoeksrechter op de plek zelf gereconstrueerd, Robby was erbij. Een ongeval is uitgesloten, zegt justitie: Robby wordt nu beschuldigd van moord, voorlopig moet hij in Italië blijven.

Natte handen

Robby van der P. komt uit Willebroek, een dorp net boven Mechelen. Zijn vader handelde, zegt hij zelf, in wapens. Robby's ouders gingen uit elkaar toen hij een jaar was. Hij had twee oudere broers. De oudste was doof vanaf zijn geboorte en werd door zijn ouders 'afgestaan' omdat ze niet voor hem konden zorgen. Robby's moeder trouwde opnieuw, met een vroegere jeugdliefde en ze kreeg twee zoontjes, een tweeling. Haar nieuwe man dronk nog meer dan de eerste en hij sloeg harder. Ze sloeg ook weleens terug, of ze vluchtte met haar kinderen het huis uit omdat hij - stomdronken - met een bijl de voordeur kapotramde.

Robby was een lastig, agressief jongetje. Hij sloopte spullen in huis en pestte zijn broertjes. Hij sloot ze op in een kast of liet ze met natte handen een kapotgeknipte elektriciteitsdraad aanraken. Op school haalde hij het busje met melkgeld leeg, hij jatte in winkels en uit zijn stiefvaders portemonnee. Van een barbecue op de padvinderij kwam hij op een zaterdagmiddag terug met een doos kipfilets. Gekregen, zei hij. Gestolen, bleek later.

Toen hij negen was, meldde zijn moeder hem aan bij het internaat Ter Elst in Duffel, voor gedragsgestoorde kinderen. Na een paar maanden haalde ze hem toch weer naar huis. Korte tijd later werd Robby er opnieuw geplaatst, door de kinderrechter. Hij werd van Duffel overgeplaatst naar een internaat in Brasschaat, liep weg, werd opgepakt en opnieuw overgeplaatst, naar de gesloten justitiële jeugdinrichting in Mol. Midden jaren tachtig hield Robby zich, na een nieuwe ontsnapping, wekenlang schuil bij zijn echte vader, Luk de Koninck, die in die tijd een bordeel had in Zeeland, in Goes. De politie ontdekte Robby en bracht hem terug naar België.

De Koninck, een kleine, stevige man met grijs krullend haar, zit in de woonkamer van de flat van zijn vriendin Toos, in Geleen. Hij vertelt: “Ik had Robby nog gezegd dat hij overdag binnen moest blijven, voor de politie. Maar hij deed altijd precies waar hij zin in had.” Volgens De Koninck - “ik ken die wereld” - werd zijn zoon op het internaat in Mol al op zijn twaalfde geronseld voor werk in de jongensprostitutie in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht.

De Koninck: “Die jongetjes gaan lopen uit de instelling en ze krijgen adressen mee. In Mol is voor onze Robby het circus begonnen.” Robby had ook weinig keus, vindt zijn vader: “Hij had niks, hij stond op straat. Mannen betalen soms een paar duizend gulden per keer voor zo'n jongetje.” De Koninck heeft nooit geprobeerd Robby af te houden van dit werk. “Ik bemoeide me er niet mee. Wat Robby wilde doen, was zíjn zaak.”

Robby's moeder had geen idee van wat haar zoon deed in Nederland. Hij belde af en toe op en zei dat ze zich geen zorgen moest maken. Hij verdiende genoeg, hij werkte bij een vriend die Lothar heette.

Dat was Lothar G., een Duitser die een jongensbordeel had in Rotterdam. Drie jaar geleden werd hij veroordeeld tot zes jaar gevangenis, voor seksueel misbruik van minderjarigen en mensenhandel. G. haalde jongens uit Duitsland en Oost-Europa, en beloofde ze dat ze filmacteur konden worden in Nederland.

In de processen-verbaal van die zaak wordt G. door de jongensprostitués beschreven als een dikke, stinkende man. Elke nieuwe jongen werd eerst door G. zelf 'uitgeprobeerd'. Hij gaf ze drugs en drank, hij maakte foto's en films van ze. Als de jongens wilde stoppen met dit werk, of een keer geen zin hadden om naar een klant te gaan die hen thuis had besteld, dreigde hij videobanden of foto's naar hun ouders of hun school te sturen.

Een van Lothars vaste klanten, Martin S. uit Arnhem, werd in dezelfde zaak veroordeeld. Hij hield de jongens soms dagenlang in zijn huis, in een speciale SM-kamer. Hij liet ze urine drinken, bond ze vast met kettingen, zette hun geslachtsdelen onder stroom. S. was al eerder veroordeeld omdat hij een minderjarige jongen had doodgeschoten.

Half-versuft

Robby van der P. werkte vanaf eind jaren tachtig in homobars, bordelen, hij speelde in pornofilms. In Amsterdam leerde hij Gerrie Ulrich kennen, Ulrich was klant van een escort-servicebureau.

Volgens zijn vader werkte Robby, toen hij zeventien was, met Lothar G. samen. Ze gingen vaak met z'n tweeën naar Duitsland, voor 'zaken'. Robby's jongere halfbroertjes zaten in die tijd, net als hijzelf vroeger, in de gesloten justitiële inrichting in Mol. Zij waren ook al eens ontsnapt en ondergedoken bij Luk de Koninck, die nog zijn bordeel had in Goes, en ook zíj waren teruggestuurd naar het internaat.

In februari 1992, de tweeling was veertien, haalde Robby ze op in België, met Lothar G., en bracht ze naar een huis in Waalre om pornofilms te kijken. De politie kreeg een tip en deed een inval: de twee jongens waren naakt en halfversuft. Ze keken, met een paar mannen en Robby, naar een video met Robby in de hoofdrol, op het strand in Portugal.

Robby wist de politie ervan te overtuigen dat hij zijn broertjes juist had willen beschermen voor het lot dat hemzelf had getroffen in het kinderpornocircuit, maar dat hij Lothar G. niet had kunnen tegenhouden. De jongens werden teruggebracht naar België, maar kort daarna werkten ook zij in Rotterdam, voor Lothar. Ze woonden in huis bij een oudere man in Den Haag, die ook eerder Robby onderdak had gegeven.

Lothar G. reed soms met een van hen naar België om vriendjes op te halen die ook wilden ontsnappen uit het internaat in Mol. Robby probeerde zijn broertjes te laten optreden in pornofilms met mannen. Na ruim een jaar hadden ze er genoeg van. Luk de Koninck, vader van Robby: “Op een keer belde mijn ex me op, de moeder van de tweeling. Haar jongens wilden weg uit Rotterdam. Ik ben ze gaan halen en heb ze thuisgebracht.”

Robby's moeder wist nu wel waarmee haar andere zoon zijn geld verdiende, maar die liet zich niet meer naar huis halen. Robby kwam nog wel een keer langs, om te vertellen dat hij homo was. Hij stelde zijn vriend aan haar voor, de Engelse zanger Gerry Laffy, een blonde man van in de veertig en hij gaf haar een foto die Gerry en hij hadden laten maken bij een fotograaf.

Nog geen twee jaar later, in 1994, kwam hij opnieuw op bezoek, maar nu was alles anders: Robby stopte met zijn werk in Nederland, hij gebruikte geen drugs meer, hij ging samenwonen met een meisje, Cindy. In Geraardsbergen, een stadje ten westen van Brussel. Alles wat er eerder was gebeurd noemde hij 'mijn verleden', daarover wilde hij niks meer zeggen of horen.

Plezant

Robby kende Cindy van vroeger. Van een vakantiekamp voor internaat-jongeren, in een kasteel in Noord-Frankrijk, georganiseerd door het Belgische ziekenfonds De Neutrale. Cindy kwam uit Geraardsbergen. Op last van de kinderbescherming werd ze, vijf jaar oud, op een internaat geplaatst. Haar vader dronk en overleed op z'n tweeëndertigste na een ontsteking aan zijn alvleesklier, haar moeder kon de drie kinderen niet opvoeden.

Cindy liep, net als Robby, vaak weg en werd dan weer overgeplaatst naar een andere instelling: ze zat, vertelt ze, uiteindelijk op dertien verschillende internaten, ook op de gesloten justitiële inrichting voor meisjes in Beernem. Robby kwam een paar keer per jaar bij haar langs, als ze in het weekend bij haar moeder was, hij schreef haar brieven. In de zomer van 1994 - zij was op een maand na achttien, hij bijna twintig - kwam hij weer langs, en bleef. Een jaar later kregen ze, het was niet de bedoeling, een kind: Nina.

Cindy Mehauden (21) zit op een terras in Mechelen, op de Grote Markt. Na Ulrichs dood en Robby's arrestatie verhuisde ze meteen uit Zandvoort terug naar België. Een dun, bleek meisje met halflang sluik haar. Om haar hals hangt een gouden plaatje met 'Robby' erop. Op haar linkerarm staat 'Andy' getatoeëerd, een vroeger vriendje. Ze hadden weinig geld, maar de drie jaren in Geraardsbergen waren “plezant”, zegt Cindy. Ze hadden weleens ruzie, Robby sloeg haar en een enkele keer sloeg zij terug, met een pan. Maar het was lang niet zo erg als later: in Zandvoort hadden ze om de dag ruzie.

In augustus 1997 kwamen ze naar Zandvoort, tegen Cindy's zin. Ze wantrouwde Gerrie Ulrich, die zo dringend 'gezelschap' van Robby nodig had, en van wie ze nu financieel afhankelijk werden. Tijdens de eerste weken in Nederland kwam ze Erik weer tegen, de jongen met Robby's naam op zijn bil. Hij liet haar een videoband zien met Robby's foto op de hoes: een pornofilm van Robby, nog een stuk jonger, met mannen. Robby was woedend, dat was iets van vroeger. Hij had geld nodig gehad in die tijd. Cindy begreep het, ze zei er niks meer over.

Gerrie Ulrich gaf Robby duizenden guldens per maand, en ook auto's, een speedboat, camera's - alles wat Robby maar hebben wilde. Hij bood hem ook zijn zeilschip Apollo aan, maar dat wou Robby niet, hij hield niet van zeilen. Ulrich had veel geld: hij had het kapitaal van zijn overleden vriend geërfd, de registeraccountant Leo van Gasselt, met wie hij bijna dertig jaar samen was geweest. En hij verdiende, maar dat bleek pas later, aan de handel in kinderporno op Internet. In ruil voor geld en cadeaus werkte Robby in Ulrichs computerzaak, en twee nachten in de week, dinsdag en donderdag, sliep hij in Ulrichs flat. Cindy wilde graag geloven dat Robby niets 'had' met Ulrich, maar ze zocht bewijzen. Ze zegt: “Soms zette ik een streep op zijn piemel, met viltstift. Die zat er de volgende dag nog. Als je het doet met iemand, moet zo'n streep toch weg zijn?”

Brieven

In Zandvoort kreeg Robby weer contact met de Engelsman Gerry Laffy. Laffy schreef hem brieven, belde. Een vriend van vroeger, zei hij tegen Cindy. Dit voorjaar ging Robby bij hem langs in Engeland. Gerrie Ulrich was er kwaad om, Cindy werd ongerust. Ze las de brieven van Laffy. Liefdesbrieven. Ze belde Robby's moeder. Ja, die kende Gerry Laffy wel, Robby had een verhouding met hem gehad. Robby hoorde ervan en was opnieuw woedend. Ze las zijn brieven, ze vertrouwde hem niet, ze pookte in zijn verleden. Ze kon wel gáán. Maar ze bleef.

Robby's vader, Luk de Koninck, raakte bevriend met Gerrie Ulrich. Met zijn vriendin Toos kwam hij bijna ieder weekend logeren in Zandvoort. Hij zegt: “Gerrie was smoorverliefd op Robby. En die werd een beetje arrogant van wat hij allemaal kreeg. Hij zei dat alles van hem was, ook die computerwinkel.” Gerrie vertelde dat hij ernstig ziek was, maar wat hij precies had, wisten Robby, Cindy en De Koninck niet: hij had het aan zijn hart, of hij had kanker, of aids. Hij was mager en hij rilde vaak, maar weinig mensen namen zijn klachten serieus. De Koninck: “Dan weer zei hij dat hij over een maand doodging, dan weer pas over twee jaar. Hij maakte er groot drama van.” Cindy: “Hij beefde alleen maar als hij zag dat er iemand naar hem keek.”

Volgens De Koninck had Ulrich beloofd dat Robby zijn bezit zou erven. Hij probeerde ook Robby te adopteren om er zeker van te zijn dat die alles zou krijgen. Dat lukte niet omdat Robby meerderjarig was.

Maagzweren

Cindy zat thuis en mocht, zegt ze zelf, niks doen. Gerrie en Robby deden iedere zaterdagmiddag boodschappen, ook voor haar en het kind. Gerrie en Robby hadden besloten dat Nina naar de crèche moest, Gerrie betaalde, Robby bracht haar iedere ochtend naar het kinderdagverblijf Ducky Duck. Cindy vond werk in een viswinkel, maar Robby kwam haar weghalen: voor die paar centen hoefde ze de deur niet uit. In december vorig jaar gingen Gerrie en Robby tien dagen naar Amerika. Cindy wist van niks, ze belde naar de computerzaak en hoorde van Robby's collega dat hij weg was en dat ze iedere dag zestig gulden kon komen ophalen in de winkel. Cindy: “Ik was kwaad ja. Ik heb vaak gezegd: ik ga bij je weg. Maar ik zag hem te graag.”

Robby had maagzweren gekregen, hij spuugde bloed. Cindy: “Hij had geen minuut rust. Als hij thuis was, belde Gerrie: ga vlees voor me halen of een videoband, hij had altijd wat. Als Robby een paar minuten te laat kwam, stond hij te schreeuwen. We hadden altijd ruzie omdat hij geen nee kon zeggen tegen Gerrie. Hij zei wel vaak: vandaag duw ik die man van zijn balkon.”

Cindy en Robby gingen in ondertrouw, op 12 december zouden ze trouwen. Gerry mocht niks weten - die was al nijdig als Cindy en Robby hand in hand over straat liepen. In het voorjaar zei Robby tegen Gerrie dat een vriend in België in het ziekenhuis lag, en dat hij daar vaak heen moest. Hij zei ook dat zijn tante hem een vakantie naar Spanje had aangeboden met Cindy en Nina, en dat hij daar niet onderuit kon. Leugens, en Gerrie Ulrich wist dat, zegt Luk de Koninck. Hij dreigde dat hij Robby uit zijn testament zou schrappen. De Koninck: “Robby liep zich van binnen op te vreten. Hij wou de centen wel, maar hij wou van Gerrie af.”

Volgens zijn vader werd Robby ook onder druk gezet door vroegere 'kameraden' van het escortbureau in Amsterdam. Die waren door Robby een belangrijke klant kwijtgeraakt: Gerrie Ulrich. En ze hadden nog wat spullen liggen, foto's en videobanden van Robby, waarvan Robby vast niet wilde dat zijn Cindy, of de politie, die zou zien.

Eind mei belde Marcel Vervloesem, van de Belgische werkgroep Morkhoven, naar Robby's moeder. Hij was op zoek naar een Duitse jongen, Manuel Schadwald, die op zijn twaalfde was verdwenen en in het kinderpornocircuit terecht was gekomen. Robby wist daar meer van. Want Robby misbruikte, zei Vervloesem, zelf ook peuters. Vervloesem wilde met Robby praten. Ze belde haar zoon. Die zei dat hij wel wist waar Schadwald was, maar met kinderporno had hij absoluut niks te maken. Robby zou Vervloesem terugbellen.

Dezelfde avond nog sprak hij een boodschap in op het antwoordapparaat van zijn moeder; in paniek, de politie had hem urenlang verhoord. Volgens zijn vader, Luk de Koninck, had Ulrich al kinderpornomateriaal aan de werkgroep Morkhoven gegeven, ook films van Robby met Manuel Schadwald. Robby zelf mocht dat niet weten, die wilde niet dat er iets van naar buiten kwam.

Vrijdagavond 12 juni zei Robby tegen Cindy dat hij uitging, in Amsterdam. “Ik maak je wel wakker als ik thuiskom.” Hij reed met zijn Nissan stationcar naar de flat van Gerrie Ulrich, een paar blokken verderop. Ze stapten op een van Robby's motoren, een witte Honda Goldwing, en reden - een motorrijbewijs hadden ze niet - naar Italië. Cindy hoorde niets meer van Robby. In de computerwinkel lag een envelop met duizend gulden voor haar.

Ruim een week later stond Cindy in de keuken door het raam naar buiten te kijken. Ineens stond daar de schoonzus van Gerrie Ulrich. “Je moet niet denken”, zei die, “dat jij jouw Robby nog zal zien thuiskomen.” De schoonzus kwam vertellen dat Gerrie dood was en Robby vastzat in Italië. En dat Gerrie en Robby samen kinderporno hadden gemaakt en verkocht.

Het was natuurlijk verkeerd, zegt Cindy nu, dat Robby Gerrie heeft doodgeschoten, als het géén ongeluk was. “Maar het was misschien ook mijn schuld. Hij moet het gedaan hebben voor mij en Nina. Ik trok aan de ene kant van Robby, Gerrie aan de andere kant. Ik was altijd verdrietig als hij naar Gerrie toeging.”

Cindy heeft nu een huis in Mechelen, en ze heeft een uitkering aangevraagd. Ze wil graag werken, ook om de advocaat te kunnen betalen. Maar eerst wil ze Robby opzoeken in de gevangenis van Prato. Ze heeft hem vorige week geschreven dat ze wil dat hij wordt overgeplaatst naar een gevangenis in Nederland of België. Ze denkt dat Robby zelf misschien liever in Italië blijft, uit angst voor wat hem in het kinderporno-onderzoek te wachten staat. “Maar ik wil hem in de buurt. Dat is beter voor mij en Nina.”

De komende weken zal ze een keer een aidstest laten doen, zegt ze. “Dat wil mijn moeder graag.”